Elle van den Bogaart – No deal

geplaatst in: ★★★☆☆, 15+, recensie | 0

Elle van den Bogaart – No deal

Na een feestje veroorzaakt de 17-jarige Simon een auto-ongeluk. Maar hij heeft geen rijbewijs en nog behoorlijk gedronken ook. Bovendien heeft de auto, die niet van hem is, veel schade. Hoe moet hij dit ooit betalen? En wat als de politie of zijn moeder erachter komt? Winston, de eigenaar van de auto, doet hem een voorstel: als Simon 'iets' voor hem gaat ophalen in Suriname, hoeft hij niets te betalen en houdt hij er zelfs nog een aardig bedragje aan over. Al snel blijkt dat het om coke gaat. Onder grote druk gaat Simon akkoord.

Informatie over het boek
Elle van den Bogaart - No deal
Van Holkema & Warendorf 2012
Bladzijden: 160
Leeftijd: 15+
Genre: thriller

 

Meer informatie

Meer informatie over dit boek (gewonnen prijzen, waar te koop en meer) en een overzicht van alle recensies

 

Mijn samenvatting

De irritant vrolijke stem van de dj probeert hem al minstens tien minuten wakker te maken, maar voor zijn gevoel is het nog midden in de nacht.
Dat volwassenen nog steeds niet snappen dat pubers pas op zijn vroegst rond tien uur in actie kunnen komen.
Door één ooglid enkele millimeters op te tillen lukt het hem de digitale cijfers op de wekkerradio te ontcijferen. Het is tien over halfacht. Hij draait zich nog een keer om en trekt het dekbed over zijn hoofd. Donderdag is de kloterigste dag van de week. Tot halfvier les en geen enkel tussenuur.
Na twee vergeefse pogingen om de dj de mond te snoeren, opent hij zijn ogen en slaat hij succesvol op de uitknop. In slow motion loopt hij naar de badkamer om te plassen, zijn slaperige hoofd onder de kraan te houden en zijn tanden te poetsen. Daarna graait hij zijn kleren, die hij gisterenavond op de grond heeft laten vallen, bij elkaar en trekt ze liggend op zijn bed aan. Nog steeds half in coma loopt hij de trap af. (blz. 5)

Simon woont samen met zijn moeder. Zijn vader is een jaar geleden midden in de nacht weggegaan. Sinds die tijd is het in huis niet zo gezellig. Zijn moeder is met schulden achtergebleven en moet hard werken om voldoende inkomsten te hebben om van te leven. Simon gaat met Dio, een klasgenoot, naar een feest. Ze mogen de auto van een vriend van Dio lenen om aan het einde van het feest naar huis te gaan. Als ze naar de auto lopen verzwikt Dio zijn enkel. Hij kan niet rijden en vraagt Simon om dat te doen. Simon wil eigenlijk niet, want hij heeft geen rijbewijs en heeft alcohol gedronken. Dio overtuigt hem om toch te rijden, want het is maar een klein stukje…

Dio kijkt hem aan. ‘Luister, Simon, dit wordt opgelost. Winston is geen foute jongen. Hij zal de politie erbuiten houden. Kom op, er is niemand gewond. Het is blikschade, dat kan worden hersteld.’
‘Ik wil liever naar huis nu.’
‘Dat lijkt me niet slim. Winston zal het zeker op prijs stellen als we onze excuses aanbieden en een biertje met hem drinken. Nu weggaan is echt heel dom. Kom, we gaan.’ Dio stapt uit en loopt hinkend voor de auto langs om Simons portier over te maken.
Zijn bovenarm wordt beetgepakt en Dio kijkt hem serieus aan. ‘Hij wacht op ons. We moeten dit doen. Kom op nou, ik kan niet lang staan.’ (blz. 25)

Winston, de vriend van Dio, is helemaal niet blij dat zijn auto beschadigd is geraakt. Hij vindt dat Simon de schade moet betalen, maar Simon heeft zoveel geld niet. Hij kan het ook niet aan zijn moeder vragen. Winston heeft een idee.

‘Als we het niet samen kunnen oplossen, zal ik er toch mee naar buiten moeten treden. Ik wil dit liever tussen ons beiden houden, maar je snapt ook wel dat ik op een of andere manier die auto weer heel moet zien te krijgen. Ik heb er keihard voor moeten werken. Het lijkt me vooral voor jou beter dit niet aan de politie te melden. Dat zou betekenen dat je de bak in draait, dus…’ Winston kijkt hem nu met een smerig gezicht aan.
‘Dus wat?’ vraagt hij.
‘Dus heb ik een voorstel,’ gaat Winston verder. ‘Je hebt over een week vakantie, toch?’
‘Ja?’
‘Dan zou je een klusje voor me kunnen uitvoeren.’
‘Wat voor klusje?’
‘Iets voor me ophalen in Paramaribo.’
Hij is zo overdonderd dat hij niets weet te vragen. In zijn hoofd stelt hij zichzelf non-stop vragen, maar ze komen zijn mond niet uit. (blz. 32)

Simon vertrouwt het niet, maar hij heeft geen keus. In Paramaribo wordt hij opgehaald door een meisje. Ze brengt hem naar het hotel en laat hem Paramaribo zien.

‘Je wordt gedwongen door je vriendje zeker?’ Zijn stem klinkt onbedoeld geïrriteerd. Hij ziet de onrust in haar ogen.
Nee, het is angst.
Ze schudt haar hoofd en kijkt nerveus om zich heen. Dan zucht ze een keer en gaat ook rechtop zitten. ‘Nee hoor. Hij heeft me gevraagd of ik je gezelschap wil houden, meer niet.’ Ze roept de ober om haar bestelling door te geven. In de tussentijd speelt ze met haar bierviltje en kijkt ze voortdurend op haar mobiel.
Het drankje is heerlijk, maar hij kan er amper van genieten, omdat Suzanne haar glas in één teug leegdrinkt en daarna meteen opstaat. ‘Zullen we weer gaan?’ vraagt ze ongeduldig.
Het klopt niet. Waarom is ze steeds zo nerveus en bang?
Hij wil het haar niet nog lastiger maken en knikt. Stilletjes lopen ze naar de uitgang. (blz. 76)

Simon is bang. Ze dreigen om zijn moeder iets aan te doen. Hij moet wel doen wat de mannen zeggen.

Als ze bij de auto zijn, kijkt Winston nerveus om zich heen. ‘Rijden. Nu. Wij gaan achterin.’ Winston schuift naast hem op de achterbank. De tas zet hij tussen hen in.
‘Eerst naar de hoofdweg. Je weet waar je moet zijn en je rijdt door, wat er ook gebeurt,’ snauwt hij.
Ze mindert pas vaart als ze de snelweg zijn genaderd. Winston kijkt telkens om. ‘Naar rechts nu,’ beveelt hij. Daarna haalt hij iets uit zijn binnenzak.
Het is vrij donker in de auto, waardoor hij niet goed kan beoordelen waar Winston mee bezig is, maar dan ziet hij het. Het is een pistool.
O mijn god, wat gaat hij doen? We gaan er allemaal aan.
Hij kan nog net zien dat Winston het wapen achter zijn broekrand stopt. (blz. 137)

Zal Simon weer heelhuids thuiskomen?

 

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Heb je het boek uitgelezen?
Ja
Wat vind je van het boek?
★★★☆☆ – gemiddeld
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Dit boek was een van de genomineerde boeken voor de Jonge Jury 2014. Ik wilde ze alle vijf lezen, omdat ik op de Dag van de Jonge Jury als vrijwilliger aanwezig zou zijn. Het leek mij leuk om mijn eigen keuze voor de winnaar te kunnen maken
Welke steekwoorden passen bij het boek?
Spannend, fascinerend, realistisch
Hoe kom je aan het boek?
Geleend bij de bibliotheek
Zitten er plaatjes (illustraties) in het boek?
Nee
Wat vind je leuk aan het boek? Je kunt bijvoorbeeld een leuk stukje uit het boek overtypen
Het is een spannend boek over een actueel onderwerp, namelijk drugssmokkel
Is er iemand uit het boek die je in het echt zou willen ontmoeten? Wat zou je dan samen gaan doen?
Nee
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
Nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk om te lezen?
Gemiddeld
Zitten er moeilijke woorden in het boek?
Nee
Wil je het boek nog een keer lezen?
Nee
Aan wie zou je dit boek aanraden?
Aan jongeren vanaf 15 jaar die houden van realistische boeken

 

Tip

Ben je op zoek naar meer informatie over de schrijver, illustrator en/of vertaler? Veel van deze boekenmakers hebben een eigen website. Daarnaast vind je meer informatie op de websites van de uitgeverijen en op de websites van Jeugdbibliotheek, Jeugdliteratuur.org, Leesfeest, Leesplein.nl, Literatuurplein
Succes!

Geef een reactie

Onzinreacties en spam worden natuurlijk niet geplaatst... Je e-mailadres wordt niet zichtbaar op de website