Een schoolschrijver wil rode wangen

geplaatst in: nieuws, verslag | 0


wieke van oordt (website schoolschrijver)De Schoolschrijver is een organisatie die ervoor zorgt dat een kinderboekenschrijver die een half schooljaar lang iedere week op een basisschool komt voorlezen, verhalen vertellen, met de kinderen verhalen en gedichten schrijven, en samen reflecteren op kinderboeken. Dit schooljaar zijn er 30 schoolschrijvers die naar 30 basisscholen in 3 provincies gaan. Eén van deze schrijvers is Wieke van Oordt. Zij heeft me een stukje gemaild over hoe het is om schoolschrijver te zijn.

 

Verslag van Wieke:

‘Wiekevanoordt! Wiekevanoordt!’
De kinderen van basisschool ‘t Gouden Ei versmelten mijn voor- en achternaam. Zo staat het op de kaft van mijn boeken, dus zo heet ik.
Sinds 2008 schrijf ik kinderboeken en bezoek ik scholen om over mijn vak te vertellen.
‘Nog niet zo lang dus’, vertelde ik laatst in een klas.
‘Niet lang?’ sputterde een groep zesser, ‘dat is mijn hele leven al!
Relativeren, het is één van de prachtigste voordelen van mijn vak.
Want in mijn eentje achter mijn laptop verdwalen in mijn verhaalideeën en dromen dat veel kinderen van mijn boeken genieten, is heerlijk en al dat, maar zodra ik de deur uitstap, staat daar de Buitenwereld.
En de Buitenwereld blijkt niet altijd te malen om mijn ideaalbeeld van kinderen en boeken. Mijn ideaalbeeld grijpt terug hoe ik ben opgegroeid. Met lezende en voorlezende ouders, met leesliefhebbende leerkrachten en kasten en discussies vol boeken. Ik raakte al jong besmet met het leesvirus door goed voorbeeld en ben er nog steeds koortsig van.
Hoe anders is het met ‘mijn kinderen’ op ‘t Gouden Ei. Daar mag ik een half jaar Schoolschrijver zijn. Mijn voornaamste doel is het leesplezier bevorderen. Maar voor deze kinderen is besmetting met zo’n boekenvirus niet vanzelfsprekend.
Dat ligt niet aan hun school of hun leerkrachten. Op school staat een mooie schoolbibliotheek en hun leerkrachten zijn bevlogen en betrokken. Maar er zijn allerlei andere obstakels.
Op de school zitten kinderen van twintig nationaliteiten. Veel ouders hebben Nederlands niet als eerste taal. Ze vinden hun weg moeilijker naar kinderboeken en voorlezen. En achter veel kinderen op de school staat Verhaal, een Geschiedenis.
Als ik tijdens een bijeenkomst met ouders van de school, de Oudersalon, er op hamer dat voorlezen niet per sé in het Nederlands hoeft, is er zichtbare opluchting. Verhalen vertellen in je eigen taal aan je kinderen draagt ook bij aan het vergroten van de woordenschat van je kinderen. Aan taalontwikkeling. En dus aan, zoals ik het graag noem, hun taalopvoeding.
Goed, het is waar, de kinderen van deze school zijn in het algemeen wat wilder dan op een doorsnee school, waar géén onzichtbare sticker met ‘taalzwak’ op de ruiten staat. Ik knipper er regelmatig van wat ze opschrijven en hoe ze het opschrijven.
Maar de kinderen in mijn Schoolschrijfklassen zijn hongerig naar verhalen. Net als elk ander kind ter wereld.
En als ik voorlees, vallen alle obstakels weg. Twintig paar grote ogen. Twintig kinderen gevangen in een verhaal. Twintig blosjes op veertig wangen. Koorts!

 

foto van Wieke van Oordt komt van de website van De Schoolschrijver

 

Geef een reactie