Interview met Kevin Brooks

geplaatst in: interview, nieuws | 0

20150429 Kevin BrooksKevin Brooks is in 1959 in Groot-Brittannië geboren. Hij studeerde psychologie en filosofie in Birmingham. Hij werkte daarna vooral als muzikant en beeldend kunstenaar. Tegenwoordig is hij voltijds schrijver. Hij schrijft voor zowel kinderen, jongeren als volwassenen.

Woensdag 29 april heb ik Kevin Brooks geïnterviewd. Hij was voor een paar dagen in Nederland om zijn nieuwe boek “In actie!” (Delaney Detectives 1) te promoten. Het interview was op de zolderkamer bij de uitgeverij.

 

Ik begon het interview met uit te leggen wie ik ben en wat voor website Ikvindlezenleuk is. Kevin begon daarna uit zichzelf te vertellen…

Ik hou van recensies van jongere lezers, want dat zijn meestal de beste recensies. Ook als ze het boek niet leuk vonden zijn ze hier eerlijk over.
Ik hou ervan om verschillende dingen te schrijven. Het zou erg saai zijn om steeds weer over hetzelfde onderwerp te schrijven. Soms vraagt de uitgeverij of ik dat toch wil doen. Zeker als datgene wat je schrijft het goed doet hebben ze liever dat je steeds hetzelfde blijft doen. Ik weet dat ik geluk heb dat mijn uitgeverij mij de dingen laat doen die ik wil doen, binnen bepaalde grenzen.

Hoe kom je aan inspiratie voor je boeken?

Ik heb nooit problemen gehad om aan ideeën te komen. Ze komen overal vandaan. Ik heb veel meer ideeën dan waar ik boeken over schrijf. Het zijn er gewoon te veel. Waar ik mijn inspiratie vandaan haal is moeilijker te beantwoorden. Ik denk dat het gewoon van mezelf komt. Ik wordt niet echt geïnspireerd door invloeden van buitenaf. Het is meer iets in mij dat wil dat ik het beste boek schrijf en dat zorgt ervoor dat ik zo hard mogelijk werk en ervoor zorg dat het verhaal zo perfect mogelijk wordt. Soms lijkt het wel alsof het verhaal er al is, en dat het mijn werk is om het op papier te zetten.
Natuurlijk wordt ik wel beïnvloed door andere schrijvers. Er zijn een aantal schrijvers die ik bewonder, maar ook muzikanten, maar het is niet zo dat ik één van hen zou willen zijn of op hen zou willen lijken. Het is meer dat ik beter wil zijn dan zij, het beste boek in de wereld wil schrijven. Ik weet dat dat niet gaat lukken, maar ik denk dat je moet streven naar het hoogste wat je kunt bereiken.

Wat is volgens jou je beste boek?

Dat verandert regelmatig, maar “Bunkerdagboek” is een speciaal boek voor mij. Ik ben er trots op. Het heeft me veel tijd gekost om het gepubliceerd te krijgen en daardoor heb ik heel lang aan dit boek gewerkt. Ongeveer 10 jaar geleden begon ik aan dit boek. Het zou mijn derde boek worden, maar mijn uitgever wilde het niet uitgeven. Ik stapte over naar een andere uitgeverij, maar ook zij wilden het boek niet uitgeven. Ik heb ze uiteindelijk toch kunnen overtuigen. Ondertussen schreef ik allerlei andere dingen, maar elk vrij moment besteedde ik aan “Bunkerdagboek”. Gewoon wat stukjes veranderen, de tekst korter maken. Ik heb aan dit boek dus heel lang gewerkt en ik ben er trots op. Vooral omdat het zoveel moeite heeft gekost om het uit te geven. Het betekent veel voor me. Bij dit boek heb ik ook veel met de taal te kunnen spelen en ik heb meer poëtische taal kunnen gebruiken. Dat vond ik erg leuk om te doen.

Ik las dat er veel gemengde reacties op dit boek waren

Het leek alsof er veel gemengde reacties waren, maar eigenlijk waren dat maar twee grote artikelen, die nogal beledigend en negatief waren en verder honderden heel positieve reacties. Helaas krijgen negatieve reacties de meeste aandacht. Dat had ik wel een beetje verwacht. Het was ook wel goed voor het boek, want het zorgde ervoor dat het boek lang in het nieuws bleef. Maar persoonlijk vond ik het best moeilijk. Ik vind het niet erg dat iemand het boek niet leuk vind, maar het werd nogal persoonlijk en dat was volgens mij niet nodig. Er werden rare onvriendelijke dingen gezegd en dat vond ik moeilijk. Ik verwachtte wel verschillende reacties, omdat dit een bepaald soort boek is.

Bij de Bored to death YA book club hebben we “Bunkerdagboek” gelezen en er waren mensen die vonden dat Linus veel ouder over kwam dan hij is en dat er te weinig aandacht is voor de andere personen in de bunker.

Meningen verschillen hierover, sommige mensen vonden juist dat hij heel realistisch was. Het is altijd lastig en ik heb al vroeg geleerd dat als je schrijft vanuit één persoon je een compromis moet sluiten. Je moet realistisch zijn, maar het moet ook goed te lezen zijn. Dit verhaal is in dagboekvorm en veel mensen beschrijven dingen in hun dagboek niet in een vloeiende vorm. Als schrijver schrijf je een dagboek wel in vloeiende taal omdat dit beter leest. Een dialoog is altijd bedacht, maar het lijkt zo veel mogelijk op een echt gesprek. Het was heel moeilijk om een balans te vinden tussen een echt dagboek en een goed leesbaar verhaal. De meeste dagboeken zijn tenslotte niet zo fascinerend en interessant om te lezen. Er staan vaak veel saaie stukken in. Het zal dus nooit hetzelfde zijn als een echt dagboek. Als je schrijft in dagboekvorm kun je minder gebruik maken van technische dingen zoals paragrafen en tussenkopjes. Daar moest ik dus rekening mee houden en over na denken hoe het verhaal toch goed te lezen zou zijn.

Ik heb meerdere boeken van je gelezen en om eerlijk te zijn vond ik “iBoy” wat tegenvallen. Ik vond het idee voor “iBoy” erg leuk, maar ik vond de uitwerking nogal overdreven.

Daar was ik me van bewust. Toen ik het idee kreeg vond ik het een belachelijk idee. Ik hou niet van zulke boeken. Maar het idee wilde niet verdwijnen en ik ben blij met hoe het boek geworden is. Sommigen mensen vonden het een erg leuk boek en het was best populair. Ik heb er nog over gedacht om dit verhaal in de derde persoon te schrijven in plaats van vanuit de hoofdpersoon, maar ik heb me bedacht. Veel van mijn boeken zijn geschreven vanuit de het gezichtspunt van de hoofdpersoon. Ik denk dat dit vooral goed werkt voor boeken waar een jong iemand de hoofdrol heeft. Het werkt goed voor jongeren, omdat hun hele wereld in hun hoofd zit, dat is waar ze de wereld zien.
Er wordt gewerkt aan de verfilming van dit boek. Het zou vorig jaar gebeuren, maar dat ging niet door. Nu is het een samenwerkingsverband tussen Hollywood en Londen en hopelijk komt de verfilming weer op gang.

“In actie!”, je nieuwste boek,  is eigenlijk een vrij normaal boek

Ik denk dat dit inderdaad een meer traditioneel avonturenverhaal is. Het was niet mijn eigen plan om zo’n boek te schrijven, maar ik werd hiervoor gevraagd. Ik heb er lang over nagedacht, want het boek zou voor een jongere leeftijdsgroep zijn. Ik heb er met anderen over gepraat en uiteindelijk besloten dat het mij leuk leek om te doen. Het boek is minder zwaar dan mijn boeken voor jongeren, maar het is nog steeds niet heel erg realistisch. Er komen nog steeds zware onderwerpen in voor, maar het is niet zo moeilijk en zwaar als mijn andere boeken. De taal van het boek moest ik ook aanpassen aan 10,11, 12-jarigen, maar dat was geen probleem.
Ik heb net boek drie af en daarin wordt definitief duidelijk wat er met de ouders van Travis is gebeurd. In het tweede boek wordt dit wel onderzocht en worden dingen duidelijk, maar in het derde boek wordt alles uitgelegd.

Ik vond het een heel interessant boek, omdat Travis pas 13 jaar is en hij gaat toch op zoek naar antwoorden over de dood van zijn ouders. Aan de ene kant is dit heel realistisch, omdat hij wil weten wat er is gebeurd, aan de andere kant wil je als lezer zeggen ‘niet doen, dat is gevaarlijk.’

Dit is vergelijkbaar met waar we het eerder over hadden. Op het moment dat je besluit om een verhaal te schrijven over een 13-jarige privédetective weet je dat je hem niet thuis kan laten zitten. Hij moet de wereld in om dingen uit te zoeken. Dat is een van de redenen waarom ik zijn ouders heb laten doodgaan, hij heeft nog steeds een opa en oma, maar hij moet dingen gaan doen die dom en gevaarlijk lijken. Anders wordt het een saai verhaal. Wij zouden dit niet doen, maar in dit geval kan Travis niet thuis blijven zitten. Dat is hetzelfde met alle thrillers. Thrillers hebben allemaal dingen zoals ‘je kijkt een film en je hoort iets in de kelder’. Als kijker wil je dan zeggen ‘ga niet kijken’, maar als ze niet in de kelder gaan kijken is het geen thriller en is er geen verhaal. Het zou niet spannend zijn als de hoofdpersoon thuis blijft zitten en de politie belt om een probleem te melden. Dan is er geen verhaal. Je moet een keuze maken. Travis gaat niet zomaar zonder na te denken op stap. Hij weet dat hij dit eigenlijk niet zou moeten doen, dat het gevaarlijk is, maar hij weet ook dat hij het moet doen. Hij weet dat er gevolgen zullen zijn. Maar het moet gewoon. Hij zou graag met zijn opa overleggen, maar daar gaat het niet zo goed mee en hij wil hem niet lastig vallen. Hij is bang dat andere volwassenen hem zouden verbieden om op onderzoek te gaan, daarom vertelt hij niemand iets.

Het kostte me veel tijd om te bedenken hoe ik het idee het beste kon uitwerken. Het was best moeilijk, want in het echt kan een 13-jarige jongen geen privédetective zijn. Hij kan geen bedrijf beginnen. Het is best moeilijk om dit uit te werken en een keuze te maken tussen wat er in het echt kan en wat er in het verhaal kan. Toen ik eenmaal had bedacht hoe ik dat ging doen wist ik dat het niet zou werken als zijn ouders nog zouden leven. Daarom moest ik zorgen dat ze doodgingen. Dat zorgt er ook voor dat Travis gemotiveerd is om op onderzoek uit te gaan. En door alle gebeurtenissen is Travis ook niet helemaal zichzelf. Door de begrafenis en zijn verdriet denkt en doet hij anders dan normaal. Daardoor is het logischer dat hij op onderzoek uit gaat. Als schrijver moet je antwoorden op dit soort praktische zaken bedenken om het verhaal te kunnen schrijven. Als je dat eenmaal weet kan het verhaal geschreven worden.

Een andere schrijver die ik ooit interviewde vertelde dat in veel kinder- en jongerenboeken ouders uit het verhaal worden weggelaten, omdat kinderen maar weinig kunnen doen in een verhaal als hun ouders er bij zijn.

Ja, dat is een klein verschil met schrijven voor volwassenen. Als je verhalen schrijft voor kinderen en jongeren moet je uitleggen waar de ouders zijn. Je kunt ze niet negeren. Als je schrijft voor volwassenen hoef je dit niet uit te leggen en kun je ouders negeren. De meeste kinderen wonen thuis met 1 of 2 ouders en als ze niet thuis wonen moet je dat uitleggen. Je moet vertellen waarom de ouders zich niet met hun kinderen bemoeien of waarom ze er niet zijn. Voordat je begint met schrijven moet je hierover nagedacht hebben. Als je ouders uit het verhaal weg laat zorgt dit ervoor dat de kinderen vrij worden. De hoofdpersoon kan alles doen wat hij of zij belangrijk vindt.

Als je één van de hoofdpersonen uit je boeken kon ontmoeten, wie zou je willen ontmoeten en waarom?

Dat is een hele goede vraag. Ik denk dat ik een van de vrouwelijke personen uit het boek “Killing God” (Dood aan God), over Dawn, een meisje van 14-15 jaar, zou willen ontmoeten. Ze heeft veel problemen maar ik vind haar erg leuk. Er is ook iemand die ik best zou willen ontmoeten. Hij heet Moo Nelson uit het boek “Kissing the rain” (Bedreigd). Ik wil hem wel ontmoeten, maar niet heel lang. Hij is heel grappig, maar hij is niet zo aardig. Het zou leuk zijn om hem voor 5-10 minuten te ontmoeten.

 

Wat doe je als je gaat schrijven? Doe je iets speciaals? Heb je speciale muziek, een speciale kamer?

Ik heb een eigen kamer. Ik heb altijd een werkkamer gehad en ik kan eigenlijk nergens anders schrijven. Ik kan niet werken in de trein, in het vliegtuig of in hotelkamers. Ik kan alleen in mijn eigen kamer schrijven. Ik ga aan mijn bureau zitten, daar is mijn toetsenbord, mijn computerscherm en dat is mijn wereld als ik schrijf. Vroeger moest ik de deur dichtdoen, maar ik heb geleerd dat ik dat niet meer hoef te doen. Ik kan best even met mijn vrouw praten als ze binnenkomt en daarna weer verder met schrijven.

Ik schreef altijd voornamelijk in de middagen en avonden, zo’n 3-4 uur in de middag en dan weer 3-4 uur in de avond, maar om een of andere reden is dit veranderd. Tegenwoordig schrijf ik ’s morgens, niet heel erg vroeg, maar ik begin rond 9 uur. Dan werk ik voor 3-4 uur en dan werk ik soms in de middag of in de avond. Ik probeer elke dag 6-8 uur te schrijven. Ik merk dat als ik een dag oversla dat het dan moeilijker is om weer verder te gaan met schrijven. Het is net als wanneer je een grote steen een heuvel op duwt. Zolang je doorgaat is het niet al te zwaar, maar als je even stopt en daarna weer verder wilt is het heel zwaar.

Het klinkt alsof schrijven hard werk is.

Ja, het is een lang, zwaar en nauwkeurig proces. Veel van het schrijven is helemaal niet creatief, maar het is meer op papier zetten van wat er in mijn hoofd zit. Soms is het alleen maar zorgen dat een persoon van A naar B komt. Dat is niet moeilijk om te schrijven, maar het moet wel gedaan worden. Net als de rest van het verhaal, maar het kost veel tijd. Ik vind het nog steeds vervelend dat het allemaal zo lang duurt, want ik heb allemaal scènes in mijn hoofd en die wil ik gewoon op papier zetten. Maar het kan wel een dag of langer duren voordat dat is gelukt, maar zo is het nu eenmaal.

Hoe lang duurt het om een boek te schrijven?

Hier moet weer een balans zijn tussen wat ik wil doen en wat ik moet doen voor commerciële redenen, denk ik. De afgelopen jaren heb ik bijna 2 boeken per jaar geschreven. Ik schrijf het liefst 1 boek per jaar, maar soms komt er iets langs wat je niet wilt afslaan. Als ik 1000 woorden op een dag schrijf zou ik in 60-70 dagen een versie van een verhaal kunnen schrijven. Zo werkt het natuurlijk niet. Soms heb ik 1000 woorden geschreven en kom ik de volgende morgen weer in mijn werkkamer en zie ik dat het allemaal slecht is.

Hoe vaak wordt het verhaal herschreven na het schrijven van de eerste versie?

Vaak. Tegenwoordig herschrijf ik al tijdens het schrijven, dus dat gaat beter. Ik heb gewoon geleerd om het beter te doen dan vroeger. Ik had altijd 3, 4, 5 nieuwe versies nodig en tegenwoordig is dat 2-3 versies. Al die tijd laat ik mijn tekst aan niemand zien. Als ik tevreden ben laat ik het mijn vrouw lezen en zij heeft dan weer op- en aanmerkingen. Daarna gaat het verhaal naar mijn redacteur. Dan komen er 2-3 nieuwe versies. Dan gaat het verhaal naar de copy-editors en proeflezers. Dan gaat het om allemaal kleine dingetjes. Tegen de tijd dat het boek gepubliceerd wordt ken ik het verhaal uit mijn hoofd. Natuurlijk moet het ook allemaal goed zijn. Ik heb het geluk dat ik goede redacteuren heb en ik heb mezelf geleerd dat het heel belangrijk is dat andere mensen commentaar leveren op mijn verhaal. Het is soms best moeilijk, want ze kunnen heel hard zijn, maar je moet het werk van een redacteur accepteren om een beter boek te krijgen. En dat gebeurt bijna altijd. Ik zie tegenwoordig ook vaak boeken waarvan ik weet dat ze niet gelezen zijn door een redacteur. Dat merk je bij het lezen. Het kan gebeuren dat er grote stukken uit mijn verhaal verdwijnen, dat is moeilijk. Maar het is ook moeilijk om je eigen tekst te beoordelen, want je hebt een geweldig verhaal geschreven en daar ben je heel trots op. Het is dan erg lastig om dingen weg te halen, ook al zorgt dat er voor dat het verhaal nog beter wordt. Ik heb geleerd om dat te accepteren. Toch zeg ik niet overal ‘ja’ op. Soms zijn er dingen waar ik het niet mee eens ben. Ik heb geleerd dat ik dan ‘nee’ kan zeggen, omdat het erg belangrijk is.

Zijn er dingen die andere mensen zeiden dat je moest veranderen in een verhaal en dat je dat niet hebt gedaan?

Oja, maar niet vaak. Ik had “Bunkerdagboek” veel eerder gepubliceerd kunnen krijgen als ik het einde had veranderd, maar dan zou het niet hetzelfde boek geweest zijn. Maar soms weiger ik iets te veranderen, omdat ik voel dat het speciaal is. Ik kan het niet uitleggen en soms weet ik pas 5-10 jaar later waarom het zo belangrijk was om het niet te veranderen. Onbewust wist ik dat dan al, maar ik kom er altijd achter waarom het zo belangrijk voelde. Meestal was het de goede beslissing, maar het is lastig om zo’n beslissing te nemen want dat is wat een redacteur doet voor jou. Soms moet je ‘nee’ zeggen.

Wat waren je favoriete boeken toen je jong was? Hield je van lezen?
Ik was dol op lezen. Ik las van alles en het interesseerde me niet of andere mensen het een goed of slecht boek vonden. Toen ik erg jong was was “My side of the mountain” (Geef mij maar een boom in de wildernis) van Jean George mijn favoriet. Hij is een Amerikaanse schrijver en het verhaal gaat over een kind dat wegloopt en in het bos gaat wonen. Ik heb het altijd een heel leuk boek gevonden. Ik las ook veel westerns, daar hou ik nog steeds van eigenlijk.

Maar je hebt nog geen western geschreven?

Dat heb ik wel, maar “The road of the dead” (Het dodenpad) is, zeg maar, mijn versie van een western, maar het speelt zich af op de hei in Engeland. Een western heeft een bepaalde structuur en een bepaald soort hoofdpersonen. Ik heb die structuur en hoofdpersonen gepakt en ze verplaatst naar het westen van Engeland. Ik ben ook al eens begonnen met het schrijven aan een echte western. Ik had het verhaal helemaal uitgedacht, het zou een soort van dystopische western worden. Ik heb veel onderzoek gedaan, maar toen ik begon met schrijven realiseerde ik me dat ik wel veel weet over het Amerikaanse westen, maar dat ik persoonlijk te weinig weet over hoe dingen daar ruiken, hoe het eten smaakt en dat soort dingen. Dus had ik het gevoel dat ik dit verhaal nog niet kon schrijven. Maar het verhaal ligt er nog steeds en het wordt ooit geschreven.

Dus op een dag reis je naar het westen van Amerika?

Dat zou ik graag doen. Ik ben er wel een paar keer geweest. Ik heb een soort van boekpromotie gedaan in de omgeving van Texas. Dat was leuk om te doen en het was fantastisch om in een echte ouderwets westernstadje te zijn, zoals Fort Worth en daar waren cowboy bars en andere dingen. Het is ontzettend raar, maar daar hou ik van. Ik hou dus van westerns, maar toen ik jong was waren er geen young adult boeken. Je ging rechtstreeks van kinderboeken naar literatuur en ik begon met echte Amerikaanse boeken zoals van Steinbeck, J.D. Salinger en dat soort boeken.

Wat voor soort boeken lees je tegenwoordig?

Ik lees nog steeds van alles en nog wat, maar het liefst lees ik misdaadromans. Ik heb misdaadromans altijd leuk gevonden, vooral Amerikaanse. Soms lees ik dan een bestseller boek om te ontspannen, maar ik hou ook van meer literaire misdaadromans. Maar ik heb ook periodes van 6 maanden tot een jaar dat ik helemaal geen fictie lees, maar alleen non-fictie. Ik realiseerde me toen ik ouder werd dat er heel veel dingen zijn waar ik eigenlijk niets van af weet. Ik heb jaren over natuurkunde gelezen omdat ik daar niet veel van wist. Dus ik begon met lezen over de relativiteitstheorie en kwantumtheorie en andere dingen. Het is ontzettend fascinerend en ongelooflijk interessant, maar het kost wel moeite om het te snappen. Ik heb ook veel gelezen over de geheime oorlog van het westen tegen extremisten en dergelijke. Ik ben net begonnen om veel te lezen over de Eerste Wereldoorlog. Er was vorig jaar een herdenkingsjaar over het einde van de Eerste Wereldoorlog en er kwamen heel veel boeken over dit onderwerp uit. Ik heb er over gedacht om hier een boek over te schrijven, maar heb besloten om dat toch niet te doen. Maar ik ben blijven lezen, want het is zo fascinerend. De problemen in het middenoosten enzo komen eigenlijk hier vandaan. De wereld werd gewoon verdeeld en er werd gezegd ‘hier is een land’ en ‘jullie mogen dat hebben en jullie mogen dat andere land hebben’. Het is eigenlijk de wortel van alle problemen. Het waren landen, die konden niet zomaar verdeeld worden.

Lees je boeken van andere schrijvers van jongerenboeken?

Soms, maar eigenlijk niet zo vaak. Ik lees veel fictie wanneer ik aan het schrijven ben, maar meestal geen andere young adultboeken, omdat ik niet beïnvloed wil worden door iemand anders. Maar ik lees veel. Sommige schrijvers ken ik goed en bewonder ik. Hun boeken lees ik altijd en ik krijg veel boeken opgestuurd. Ik hou bij wie wat doet en als er iets interessants uit komt dan koop ik het en lees ik het, maar ik lees niet alleen maar kinderboeken.

Wat zou je aanbevelen?

In Groot-Brittannië zijn een aantal hele goede schrijvers vind ik. Meg Rosoff, zij is geweldig en Mal Peet die helaas onlangs overleed. Hij was een lieve man en hij schreef ontzettend goede boeken. Hij vertelde me met kerst dat hij kanker had en dat was erg. Het ging hard. Er is ook een Amerikaanse schrijver Jack Gantos. Zijn boeken zijn ontzettend populair in Amerika, maar ondanks dat hij regelmatig naar Engeland en Europa komt is hij hier niet zo populair. Ik heb geen idee waarom want hij is ontzettend goed.
Voordat ik begon aan de Travis boeken heb ik veel boeken gelezen uit dat genre, van bijvoorbeeld Anthony Horowitz en de boeken over de jonge James Bond en de jonge Sherlock. Ik heb die boeken gelezen om te kijken hoe andere schrijvers een boek over een jonge privédetective of speurder schrijven.

Wat doe je als je niet schrijft?

Niet veel eigenlijk. Vroeger speelde ik veel gitaar, maar tegenwoordig bijna niet meer. Ik woon in een best groot huis op het platteland, met wat grond eromheen enzo. Ik vind het fijn om eigenlijk niets te doen, hout hakken of een houtvuur maken of het gras maaien. Gewoon om mijn hoofd leeg te maken en een tijdje niet aan boeken te denken. Het is fijn om je hoofd even uit te zetten en praktische dingen te doen.

Waarom ben je schrijver geworden? Of was je altijd al een schrijver?

Eigenlijk was ik altijd al een schrijver, al toen ik erg jong was. Ik schreef slechte gedichten, korte verhalen, dagboeken en songteksten, maar nog geen boeken. Ik wist altijd al dat ik boeken wilde schrijven, maar pas toen ik halverwege de 30 was voelde ik dat ik er klaar voor was. Ik wist hoe moeilijk het zou zijn en heel lang had ik er ook niet het geduld en de discipline voor. Op een dag was ik er klaar voor en ik begon mezelf te leren om te schrijven. Het begin was niet erg goed, maar ik ging door. Daarna duurde het nog lang voordat er een boek van mij uitkwam. Mijn eerste boek werd door iedereen geweigerd.

Toen ik jonger was heb ik lang geprobeerd om te leven van muziek. Ik schreef songteksten en nam ze ook op. Dat is eigenlijk hetzelfde als bij schrijven: je schrijft, stuurt het op en hoopt dat iemand je een contract aanbiedt, maar ook hier was het weigering na weigering. Soms kreeg ik helemaal geen reactie. Dus toen ik begon met schrijven was ik daar wel aan gewend. Ik wist dat het niet persoonlijk bedoeld was. Toen mijn eerste boek “Martyn Big” (Martyn Big) gepubliceerd was en het redelijk succesvol bleek te zijn, kwamen alle uitgevers die mijn boek hadden geweigerd naar me toe. Het liet wel zien dat ook al wordt een boek geweigerd dat het niet slecht hoeft te zijn. Eigenlijk betekent een weigering helemaal niets.

Maar manuscripten, ook slechte boeken schrijven, is hard werk. Ik ben verbaasd hoeveel mensen er schrijver willen worden. Het was hard werk, het was nog voor het internet, en ik weet niet of het nu anders is, maar je stuurde een paar hoofdstukken en een samenvatting naar een uitgeverij en je hoopte dat iemand het wilde lezen. Ik had geluk dat mijn verhaal bij een nieuwe uitgeverij terecht kwam en dat de uitgever ’s avonds, toen hij naar huis ging, het bovenste manuscript mee nam. Je maakt eigenlijk je eigen geluk door niet op te geven. Ik stuurde mijn manuscript naar iedereen, ook als een uitgeverij expliciet zei ‘wij accepteren geen ongevraagde manuscripten.’, want je weet het maar nooit. Als ze het niet lezen dan niet. Gewoon doorgaan, doorgaan, doorgaan. Op een dag kwam mijn droom uit, mijn boek werd uitgegeven. Ik wist dat dit niet het einde van mijn droom was, maar eigenlijk het begin. Veel mensen realiseren zich niet dat als je boek uitgegeven wordt het harde werk begint, want je hebt een kans gegeven en je moet hard werken om steeds beter en beter te schrijven. Ook moet je allemaal dingen doen die je eigenlijk niet leuk vindt, zoals het reclame maken voor je boeken. Ik vond het in het begin ook niet leuk en ik was erg zenuwachtig en ik dacht dat ik het niet kon, maar ik heb geleerd hoe ik het moet doen. Ik heb schrijvers gezien waarvan het eerste boek een groot succes was, maar omdat ze reclame maken niet leuk vonden verdwenen ze na een jaar of drie. Reclame maken is belangrijk, je moet het gewoon doen. Het is onderdeel van je werk, of je het nu leuk vindt of niet. Het is niet alsof er iets verschrikkelijk moeilijks van je gevraagd wordt. Er worden vragen gesteld over je boeken of je moet op reis. Ik heb ook echt werk gedaan en dit is geen echt werk. Ik herinner me dat ik in Groot-Brittannië op een tournee was met een nieuwe schrijver. Hij werd uitgenodigd om op televisie, in een ontbijtshow, te komen vertellen over zijn boek. Hij had dezelfde uitgever als ik en hij vertelde hem dat hij er helemaal geen zin in had. Ik zei dat ik het dan wel graag wilde doen. Ik wilde best doen alsof ik hem was, want zo’n kans krijg je niet vaak. Als je een kans krijgt om op tv over je boek te vertellen moet je dat doen. Schrijvers komen niet vaak op tv, want we zijn niet de meest fascinerende mensen, dus als je zo’n kans krijgt moet je hem grijpen. Ik heb zoiets 1 keer gedaan. De BBC belde mijn uitgeverij. Er was veel het nieuws over het aangeven van leeftijden op de achterkant van boeken, zodat duidelijk is voor welke leeftijdsgroep het boek geschikt is. De BBC wilde dat ik kwam vertellen wat ik daarvan vond. Ik zei onmiddellijk ‘ja’ en ging naar de dichtstbijzijnde studio van de BBC. Ik was opgewonden en had er zin in. Vijf minuten voordat ik aan de beurt was realiseerde ik me opeens dat ik hier helemaal geen mening over had. Op mijn boeken stond geen leeftijdsaanduiding, dus ik had hier helemaal geen last van. Ik was zo druk bezig met het feit dat ik op tv kwam dat ik vergeten was dat ik hier helemaal nog geen mening over had. Ik moest dus snel iets bedenken.

Wat vind je van leeftijdscategorieën op boeken?

Ik weet het eigenlijk niet. Ik begrijp waarom ze het willen doen, vooral voor jongere kinderen. Je wilt niet dat jonge kinderen boeken gaan lezen die niet geschikt voor hen zijn. Dat is een goed idee, maar er zijn ook andere dingen. Wie bepaalt voor welke leeftijd een boek geschikt is? Het werkt eigenlijk alleen als ouders boeken kopen. Als kinderen zelf boeken kopen zouden ze die leeftijden negeren. Vroeger had je platen en cd’s met daarop stickers met ‘parental control’ (‘toezicht van ouders’). Maar jongeren wilden die platen dan juist graag kopen. Dus eigenlijk had ik er geen mening over. Ik had ook geluk dat mijn boeken toen uitgegeven werden door Penguin, omdat Penguin niet alleen kinderboeken uitgeeft, zoals Puffin (een onderdeel van uitgeverij Penguin dat alleen kinderboeken uitgeeft) dat wel doet. Penguin vond het niet nodig om een leeftijd op het boek te zetten. Ik denk dat het tegenwoordig heel moeilijk is om het te doen, omdat veel mensen online boeken kopen. In een echte boekwinkel staan boeken voor kinderen bij elkaar, en boeken voor young adult, maar in een online boekwinkel heb je dat niet.

Toen ik ook voor volwassenen ging schrijven heb ik voorgesteld om een iets andere naam te gebruiken, mijn volledige naam, maar dat wilden ze niet omdat ze mijn naam wilden gebruiken. Mensen wisten inmiddels dat ik een schrijver was. Maar het is lastig, dus ik denk niet in leeftijdsgroepen of boeken voor jongens of meisjes. Ik vertel over mijn verhaal en dan is het aan de uitgeverij en boekhandel om te bepalen voor welke leeftijd het gepromoot moet worden. Ik hou me daar niet mee bezig. Het is ook lastig, omdat de ene 15-jarige al bijna volwassen is en een andere 15-jarige nog een kind. Je hebt 15-jarigen die in Premier League spelen en andere 15-jarigen die begeleid worden door hun moeder. Het is heel moeilijk om aan te geven voor welke leeftijd een boek geschikt is.

Persoonlijk schrijf ik graag over bijna alles, maar ik ben me ervan bewust dat mijn uitgevers bepaalde verantwoordelijkheden hebben en ik kan ook niet negeren wat ouders denken. Ik heb ook een bepaalde verantwoordelijkheid. Er zijn onderwerpen waar ik niet over ga schrijven. Ik vind boeken over jongeren en zelfmoord interessant, en ik heb erover gedacht om een boek over zelfmoord te schrijven, maar ik zou bang zijn dat iemand het leest en echt zelfmoord pleegt. Ik weet dat iemand die zelfmoord wil plegen dat toch wel doet, maar het zou toch voelen alsof ik daar schuld aan heb. Ik denk dat ik dat risico niet wil lopen. Ik zou het interessant vinden om er een boek over te schrijven, maar het is niet iets wat ik persé wil doen. Anders zou ik het gewoon doen.

Is er nog iets wat je wilt vertellen wat ik niet heb gevraagd?

Nee, eigenlijk niet. Doe mijn groeten aan jouw lezers en voor iedereen veel leesplezier. Hoeft niet perse met mijn boeken.

 

 

Met dank aan uitgeverij De Harmonie voor de mogelijkheid om Kevin Brooks te interviewen. De foto is bij uitgeverij De Harmonie gemaakt. 

 

Geef een reactie