Alles klopt

geplaatst in: nieuws, verslag | 0


arts, simone (website)De Schoolschrijver is een organisatie die ervoor zorgt dat een kinderboekenschrijver die een half schooljaar lang iedere week op een basisschool komt voorlezen, verhalen vertellen, met de kinderen verhalen en gedichten schrijven, en samen reflecteren op kinderboeken. Dit schooljaar zijn er 30 schoolschrijvers die naar 30 basisscholen in 3 provincies gaan. Eén van deze schrijvers is Simone Arts. Zij heeft me een stukje gemaild over hoe het is om schoolschrijver te zijn.

 

‘Dit klopt gewoon,’ antwoordde ik tijdens mijn kennismakingsgesprek met de directeur van stichting De Schoolschrijver toen ze me vroeg waar mijn enthousiasme vandaan kwam.
Vroeger was ik docent Nederlands aan een middelbare school. Ik voelde me supernuttig, vooral als ik grammatica uitlegde of liet zien hoe het Amerikaanse briefmodel in elkaar zit. Heel af en toe was ik echt gelukkig: als ik iets mocht uitleggen over kinder- en jeugdliteratuur. ‘Heel af en toe’ vond ik uiteindelijk te weinig en hoewel ik ontzettend van mijn leerlingen hield, nam ik toch ontslag.
Iets minder lang geleden was ik diversiteitstrainer. Ik praatte met jongeren over henzelf en over anderen, andere culturen en geloven, normen en waarden, op zoek naar verbinding. Alweer supernuttig. En leuk! Maar ook heel confronterend.
En sinds 2006 ben ik bezig met kinderboeken schrijven. O, wat fijn! Wat lekker rustig, de hele dag alleen met mijn gedachten en mijn laptop, broeden op mooie verhalen. Maar… zo nu en dan is het wel erg stilletjes.
Tel nou eens al die beroepen, hun voors en tegens bij elkaar op: lesgeven, praten over mensen, hun verschillen en overeenkomsten, en kinderboeken.
Waar kom je dan in het meest ideale geval uit? Juist, net als ik bij De Schoolschrijver!

Vrijdagochtend, half zeven.
Het miezert. Het waait. Het schemert.
De mensen dromen nog, doezelen nog draaien zich nog eens om.
Ik niet.
Ik fluit.
Ik fiets naar het station, me verheugend op de dag!
In de trein naar Amsterdam denk ik aan ‘mijn kinderen’, de leerlingen van de J.P. Coenschool uit de Indische Buurt. Ik weet niet hoeveel nationaliteiten er op deze school zitten, wél dat de jongens en meisjes letterlijk uit alle windstreken komen. Oost-Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Noord-Afrika, Friesland…
Voor hen maakt hun verschillende afkomst nog niet uit, is het nog geen ding. Of je nou bruin bent of blank, doet er niet toe. Als je maar leuk bent! Als er maar met je te spelen valt!
Ik neem mijn lesplannen nog eens door: even terugblikken op vorige week, stukje voorlezen of laten voorlezen, creatieve schrijfopdracht, spelletje doen. De boekenkist gebruiken. De mappen vullen. Filmpje van Youtube laten zien en mijn site.
Luisteren.
Lachen.
Leren.
De kinderen van mij én ik van hen.
Een voorbeeld:

Ik:                    Vandaag gaan we een monster verzinnen.
Klas:               Hoe moet dat?
Ik:                    Je kunt bijvoorbeeld eerst een grappige klank verzinnen. Daar maak je een woord mee. Dat kan het geluid zijn dat het monster maakt. Daarna ga je verzinnen hoe het eruit ziet.
Leerling:        Ik snap het! Een gloun!
Ik:                    Wat is dat?
Leerling:        Een lichtgevend monstertje dat ‘gloun-gloun’ zegt.
Ik:                    Aha! En eh… Is ‘ie gevaarlijk?
Leerling:        Als je hem nog niet getemd hebt, wel…

Na zo’n gesprekje is het hek van de dam. Met z’n allen luisteren en leren we alles over balinans en floenjes en nog veel meer bijzondere, al dan niet tembare wezens.
Ik lees een verhaal voor uit de boekenkist over een ziek kind dat zomaar op een dag bezoek krijgt van een blauw, harig monster dat algauw zijn beste vriend wordt, maar wel geheim moet blijven voor papa en mama.
Alle kinderen beleven het verhaal, ongeacht hun kleur, hun god, hun accent. Ze luisteren en draaien de film af in hun hoofd. En allemaal vertellen ze naderhand dat ze dat ook wel willen als ze eens de griep krijgen: zo’n monster op ziekenbezoek.
‘Ik zou ‘m onder mijn bed verstoppen!’ roept er één.
‘In m’n bureaula,’ roept de ander. Superhandig natuurlijk, een monster dat kan krimpen tot bureaulaformaat.
‘Schrijf maar op,’ zeg ik. ‘Bedenk maar een verhaal. Een monster heb je al!’
Dat doen ze.
Soms weten ze niet hoe ze een woord moeten spellen. Of een zin wel logisch is, zo. Dan help ik natuurlijk even.
En alles klopt.

 

de foto van Simone Arts komt van de website van Simone Arts


 

Geef een reactie