Interview met Susin Nielsen

geplaatst in: interview, nieuws | 0

In maart was Susin Nielsen voor een paar dagen in Nederland. Haar tweede boek Optimisme is dodelijk was net uitgebracht bij uitgeverij Lemniscaat. Ik mocht haar interviewen. Susin Nielsen is in 1964 geboren in Canada. Ze wilde altijd al schrijver worden. Ze begon met het schrijven voor de tv-show Degrassi Junior High. In 2008 werd haar eerste boek Word Nerd uitgebracht. In 2016 kwam haar eerste boek in het Nederlands uit, Wij zijn allemaal moleculen (lees mijn recensie).

foto met Susin Nielsen

 

Je laatste twee boeken zijn inmiddels vertaald en uitgegeven door Lemniscaat. Je debuut Word nerd wordt later dit jaar uitgegeven. Hoe vind je dat dit boek ook vertaald wordt?

Ik begon met het schrijven van dat boek in 2006 en het werd in 2008 uitgegeven. Ik vind het heel bijzonder dat het nu vertaald wordt. Voor mijn boek We zijn allemaal moleculen zijn we op zoek gegaan naar uitgeverijen die het boek wilden vertalen. Eerst was er interesse vanuit Engeland, en daarna vanuit andere landen. Deze nieuwe uitgeverijen keken daarna ook naar mijn oudere boeken en sommigen worden nu vertaald. Ik ben altijd nieuwsgierig naar de vertalingen van mijn boek. Ik heb het gevoel dat de Nederlandse vertaling goed is. Ik merk dat de lezers die ik in Nederland heb ontmoet een band met mijn personages hebben.

 

Wat vind je belangrijk voor een Young Adult boek?

Eigenlijk denk ik daar niet over na als ik aan het schrijven ben. Ik schrijf een jongerenboek en er zijn onderwerpen waar ik het over wil hebben. Ik merk dat in al mijn boeken compassie, meeleven met anderen, erg belangrijk is. Vooral voor mensen die anders zijn dan jij en iedereen te accepteren zoals hij/zij is. Ik hoop dat ik mijn lezers met mijn boeken in andermans schoenen kan laten lopen. En dat ze de volgende keer als ze iemand tegenkomen die gepest wordt besluiten om daar niet aan mee te doen. Ik denk dat dat mijn boodschap is: accepteer iedereen zoals hij/zij is!

 

Welk personage uit je boeken zou je in het echt willen ontmoeten en waarom?

Ik zou heel graag Stuart (uit: We zijn allemaal moleculen) willen ontmoeten. Hij kan heel veel vertellen over onderwerpen die hem interesseren, maar hij is ook geïnteresseerd in andere mensen. Hij lijkt me interessant om mee te praten. Ik denk dat Petula (uit: Optimisme is dodelijk) ook een geweldig iemand is, maar ik denk dat ze wat afstandelijker is en daardoor minder makkelijk om mee te praten.

 

Schrijf je elke dag?

Nee, ik schrijf niet als ik op reis ben voor boekpromotie. Het zou teveel moeite kosten om tijd te vinden om te schrijven en de rust om te schrijven. Ik heb een leeg hoofd nodig. Als ik thuis ben schrijf ik bijna elke dag, behalve in de weekenden. Ik hou van structuur en ik vind het fijn om in de weekenden vrij te hebben. Dan breng ik tijd door met mijn familie en vrienden. Mijn boek werkt dan wel door in mijn achterhoofd. Ik schrijf het liefst ‘s morgens. Op een goede schrijfdag schrijf ik zo’n 4 uur. Ik heb een eigen kantoor en daar schrijf ik. Ook vind ik het heerlijk om in vliegtuigen te schrijven. Daar wordt ik door niets en niemand afgeleid.

 

Heb je bepaalde schrijfgewoonten?

Eigenlijk niet. Ik heb rust nodig, dus ik heb geen muziek aan staan. Toen ik nog voor televisie schreef had ik wel muziek nodig. Tegenwoordig niet meer. Beneden staat wel altijd de radio aan. Als ik dan naar beneden loop om koffie te halen lijkt het alsof ik naar mensen toe loop. Ik voel me dan minder alleen in huis. Maar als ik weer boven ben is het lekker rustig.

Ik merk dat ik me minder kan concentreren door social media. Ik ben snel afgeleid door Twitter en Facebook. Ik probeer sinds kort dagelijks 10 minuten te mediteren. Ik merk dat het helpt. Ik voel me productiever en meer gefocust.

 

Werk je het verhaal helemaal uit voordat je gaat schrijven?

Nee, en dat komt deels doordat ik voor televisie heb gewerkt. Ik schreef voor de tv-serie Degrassi High. Voor televisie moet alles volledig uitgewerkt worden. Alle details moeten goedgekeurd worden voordat je eindelijk mag gaan schrijven. Dan was ik blij dat ik eindelijk dialogen mocht schrijven. Voor een boek heb ik een vage route in mijn hoofd. Ik weet het begin en een paar dingen die ik in mijn verhaal wil vertellen. Ik heb een basisidee over de personages, maar die worden steeds duidelijker tijdens het schrijven. Tijdens het schrijven wordt het verhaal gemaakt. Ik denk dat schrijven deels magie is, en deels techniek. Mijn advies voor schrijvers is dan ook: lees veel en schrijf veel.

 

Hoe lang doe je over het schrijven van een boek?

Dat varieert, maar gemiddeld heb ik na 10 maanden een eerste versie die ik aan mensen kan laten zien. Dan mag mijn man het verhaal lezen, en een goede vriendin van mij die ook schrijft (Susan Juby, van “Het kippencollectief”), mijn uitgever. Vaak vraag ik ook een jongere om het verhaal te lezen. Vroeger was dat mijn zoon, maar die is daar inmiddels te oud voor. Ik gebruik hun op- en aanmerkingen om een nieuwe versie te schrijven.

 

Wat waren jouw favoriete boeken toen je jong was? Hield je van lezen?

Ik was dol op lezen! Mijn moeder las me veel voor, we gingen naar de bibliotheek, mijn opa en oma hadden boeken en soms kochten we boeken. Boeken waren belangrijk in mijn familie. Ik las Where the wild things are (Maurice Sendak) (en ik heb nog steeds mijn boek van vroeger), Charlotte’s web (G. Williams), Stuart little (E.B. White), Winnie the Pooh (A.A. Milne). Toen ik ouder werd kocht ik de Kronieken van Narnia (C.S. Lewis). Ik las Harriet spies en Harriet spies again van Helen Ericson. Ik las de boeken van Judy Blume. In Amerika is ze heel erg bekend. Haar boeken worden nog steeds herdrukt. Toen ik voor het een boek van haar las dacht ik ‘oh, ik ben niet de enige die zich zo voelt’ of ‘aha, zo denken jongens’. Voor een puber was dit erg fijn. Ik denk dat zij een van de eerste schrijvers was die boeken schreef die we nu YA (young adult, dus jongerenboeken) zouden noemen. Ik las veel!

 

Lees je boeken van andere YA-schrijvers?

Een van de leukste dingen van schrijver zijn vind ik dat ik zoveel leuke schrijvers ontmoet (zowel schrijvers voor jongerenboeken als voor romans). Ik lees boeken van schrijvers die ik ken en soms mag ik zelfs een manuscript lezen. Wat betreft YA-boeken ben ik voorzichtig. Ik ben een beetje bang dat ik me laat beïnvloeden door schrijvers die een zelfde soort boeken schrijven als ik. Daarom heb ik nog niets gelezen van Rainbow Rowell. Ik ben bang dat ze mij beïnvloed. Ik lees graag boeken van Allan Stratton en Teresa Toten, die net als ik uit Canada komen.

Ik lees ook graag boeken voor volwassenen, van Ann Patchett, Junot Diaz, Jonathan Franzen (totdat hij Purity schreef), Michael Chabon, Ian McEwan. Ik merk dat ik voornamelijk boeken lees van Amerikaanse, Britse en Canadese schrijvers. Ik vraag me nu af of ik wel eens iets van een Nederlandse schrijver heb gelezen… Oja, ik heb Het diner van Herman Koch gelezen en ik heb hem ontmoet op het Vancouver Writers Festival. Ik was uitgenodigd door het Nederlandse consulaat voor een speciale avond met Herman Koch.

 

Lees je recensies over je boeken?

Ja, mijn uitgevers sturen mij recensies op. Voor Wij zijn allemaal moleculen was ik heel blij dat ik goede recensies kreeg van Kirkus, Publishers Weekly, School Library Journal, Quill and Quire. Dit zijn de grote recensietijdschriften in Noord-Amerika. Via Twitter lees ik recensies van bloggers. Ik ga er van uit dat het een goede recensie is als ze de moeite nemen om mij te taggen. Helaas zitten er soms ook negatieve recensies tussen. Dan denk ik ‘je had me niet hoeven taggen.’ Ik probeer Goodreads te vermijden. Goodreads is een geweldige website voor lezers, maar een gevaarlijke plek voor schrijvers. Het helpt niet om slechte recensies te lezen als je bezig bent met het schrijven van een nieuw boek. Negatieve recensies blijven veel langer hangen dan goede recensies.

 

Wat doe je wanneer je niet schrijft?

Ik vind het heerlijk om te fietsen. Ik ben één van die mensen die in een strak pakje rondfietst. Mijn man en ik zitten ook bij een fietsvereniging. Vooral met goed weer is het fijn om te fietsen. Daarnaast hou ik van tuinieren, yoga, koken, reizen. Ik ben geen geweldige kok, maar ik vind het leuk om recepten uit te proberen. Ik hou van sociale activiteiten, met vrienden en ik ga graag naar de schouwburg.

 

Is er nog iets wat je wilt vertellen wat ik niet heb gevraagd?

Ik ben heel blij dat mijn boeken vertaald zijn in het Nederlands. Ik vind Nederland geweldig en ik vond het ontzettend leuk om de mensen bij uitgeverij Lemniscaat te ontmoeten, en mijn lezers. Ik ben blij dat mijn verhalen ook Nederlandse lezers aanspreken. Dat het niet een Canadees verhaal is, maar iets universeels. Daar ben ik dankbaar voor.

De foto’s zijn door mijzelf gemaakt

 

Geef een reactie