Tom Moorhouse – Kalle (4e recensie)

Kalle zou achteraf nooit weten waarom hij het had gedaan. Of hoe hun leven eruit zou hebben gezien als hij het niet had gedaan… Maak kennis met Kalle en Splinter. Broers. Vrienden. Vijanden. Splinter is anders dan andere ratten: wit, vrolijk en onbezonnen. Kalle is gevoelig, voorzichtig, maar vastberaden. Hij moet zijn broer uit de problemen houden, want dat heeft hij zijn moeders beloofd. Wanneer Kalle zijn broer volgt als deze op 'naamjacht' gaat - een gevaarlijke missie om een echte naam te verdienen - raken ze verzeild in een hachelijk avontuur. Zullen ze het er levend vanaf brengen? En niet onbelangrijk: zullen ze hun naam waarmaken?

Boekinformatie
Schrijver: Tom Moorhouse
Titel: Kalle
Uitgeverij: KNNV
Jaartal: 2017
Bladzijden: 256
Illustrator: Sonja Evers
Vertaler: Aimée Warmerdam
Genre: dierenverhaal
Leeftijd: 10+
- leen het e-boek bij de bieb (NL)
knop meer info over boek

Luister naar het begin van dit boek...

Of klik hier en ga naar het Youtube-kanaal van Ikvindlezenleuk

Het verhaal in het kort

Er zijn oneindig veel rattenverhalen, maar de belangrijkste gaan altijd over namen. Want als ratten op een heldere nacht oog in oog komen te staan met de Stroper, of als de Stroper hen opzoekt, terwijl ze met halfdichte ogen in elkaar gedoken in hun nest onder de grond zitten, dan vertellen ze hem hun naam, als teken van hun verdienste. En wat er met de Naamlozen gebeurt, die slechts vlees, vacht en snorharen bezitten, weet geen rat. Volgens sommige verhalen bedekt de Stroper de grond van zijn burcht met hun botten, volgens anderen worden de Naamlozen opnieuw geboren, net zo lang tot ze hun naam hebben verdiend. Dan pas kunnen ze het Land van Botten achter zich laten.
Maar de ratten van de Doornhaag vertellen elkaar andere verhalen. Zij weten waartoe een rat in staat is die zijn naam wil verdienen. De oudsten van hen hebben De Schitterende en zijn ontaarde broer nog gekend. Wie van hen, vragen zij zich af, zou de Stroper weigeren? Wie leefde er zonder zijn naam waar te maken? En ze fluisteren dat een naam verraderlijker kan zijn je zou denken.
Ook de jongelingen kennen de verhalen uit die tijd, al waren zij toen nog niet eens geboren. Ze gaan over twee ratten die een naam deelden, die met de Stroper renden en daar een hoge tol voor betaalden. (blz. 6)

Het verhaal dat onder de ratten van Doornhaag verteld wordt is het verhaal van Kalle en Splinter. Kalle en Splinter zijn in hetzelfde nest opgevoed. Op een nacht wordt Kalle door de Moeders (zijn moeder en de moeder van Splinter) wakker gemaakt.

‘Kalle.’
‘Kalle!’
‘Kalle, word wakker.’
Zachte poten schudden aan Kalles schouder. Langzaam drong de vertrouwde duisternis van het familienest tot hem door. Geen enkel licht bereikte ooit deze diepe gangen, maar de andere ratten waren zo stil dat het nog geen nacht kon zijn.
‘Moeders?’
Ze antwoordden niet maar schuifelden in het droge gras. Hij fronste en ademde diep hun geur in. Die rook bijna net als anders, zo warm en vertrouwd als de geur van de aarde om hem heen, maar die geur vermengde zich nu met de geur van hun bezorgdheid; Berks berusting en Kibbels vrees. Het geschuifel hield op en Berk kwam overeind.
‘Je hebt gelijk, hij is weg,’ zei ze. ‘Verdraaide rat, we zijn net te laat.’
Weg? Kalle voelde de leegte naast zich; de ruimte in het nest waar zijn broer hoorde te zitten. Hij kreunde. Oh, nee. Splinter. Niet weer.
‘Oké, m’n jongen,’ zei Berk tegen Kalle. ‘Waar is hij nu weer naartoe?’
‘Ik heb geen idee,’ zei Kalle. ‘Sorry.’
‘Vannacht is er een naamjacht,’ mompelde Kibbel. ‘Je weet hoe hij is.’
Ja, hij wist hoe Splinter was. En als er een naamjacht was, en Splinter was nergens te bekennen, dan was er maar één plek waar hij kon zijn: precies daar waar hij niet mocht komen, en waar de Moeders hem niet konden ophalen. Kalle wankelde even op zijn poten en veegde de grassprieten van zijn vacht. ‘Ik ga hem wel halen.’
‘Dat lijkt mij het beste,’ zei Berk. ‘Zeker na wat er de laatste keer is gebeurd.’
Kalle slikte. Het was helemaal niet grappig geweest, die laatste keer. Hij wilde naar de gang lopen, maar Kibbel hield hem tegen. Hij wilde naar de gang lopen, maar Kibbel hield hem tegen, met haar poten op zijn vacht. Haar snorharen kietelden toen ze haar kop liet zakken, vlak bij zijn snuit. ‘Kalle, we weten dat hij het niet makkelijk heeft. Dat weten we.’ Ze praatte gehaast, angstig. ‘Maar hij moet wachten. Echt waar. Zeker nu jullie bijna jongelingen zijn. Onze geur beschermt jullie niet meer…’ Ze schraapte haar keel. ‘Let op hem, want wij kunnen het niet doen. Beloof dat je op hem let.’ (blz. 9)

Kalle gaat op zoek naar Splinter en vindt hem bij de jongelingen, de iets oudere ratten. Zij mogen vannacht op naamjacht. Dat betekent dat ze de burcht verlaten en op zoek gaan naar eten. Dat eten moeten ze terugbrengen naar de burcht. Dan krijgen ze van hun Moeder hun echte naam en worden ze gezien als volwaardige ratten. Splinter wil niet wachten tot hi zover is. Hij wil nu op naamjacht! Hij dacht de oudere ratten uit en dat werkt… Splinter mag op naamjacht. Kalle gaat hem achterna, want dat heeft hij de Moeders beloofd. De jongelingen blijven in de buurt van de burcht, maar Splinter heeft een plan. Hij rent naar het einde van het gebied van Doornhaag en wil nog verder. Dit is gevaarlijk terrein.

Kalles ademhaling werd rustiger en de glimlach verdween van zijn gezicht. Hij was nog steeds boos, merkte hij. Hij wilde tegen Splinter schreeuwen, dat hij nooit meer zoiets stoms moest doen. En tegelijkertijd wilde hij zijn armen om zijn broer heen slaan. Hij was trots op hun jacht en trots op hun ei. Kalle schudde zijn hoofd, en liet zich weer op de grond zakken. Met zijn neus in de lucht ademde hij langzaam uit. Ze hadden het overleefd. De Jager zij dank. Maar toen fronste hij.
‘Splinter,’ zei hij. ‘Hoe wist je dat hier een kippenburcht was?’
‘Ah,’ zei Splinter. Hij leunde nonchalant met één poot tegen zijn ei. ‘Dat had iemand me verteld.’
‘Ja,’ zei Kalle, ‘maar wie…’
Hij zag niet eens precies wat er daarna gebeurde. Het ene moment leunde Splinter nog tegen zijn ei, en het volgende moment lag hij voorover op de grond, onder het gewicht van een enorme mannetjesrat. Kalle maakte zich zo klein mogelijk, maar het mannetje draaide zich om, keek hem aan en liet zijn tanden zien. (blz. 46)

Waarom valt deze rat Splinter aan? Wie heeft hem verteld dat hier eieren te vinden zijn. Komen Kalle en Splinter weer veilig thuis? Krijgen ze hun echte naam van de Moeders?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
1. Wat vind je van het boek?
★★★★☆
2. Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk, ik heb het boek van de uitgeverij gekregen om er een recensie over te schrijven
3. Welke steekwoorden passen bij het boek?
avontuurlijk, ontroerend, spannend, verrassend, zielig
4. Staan er tekeningen in het boek? Wie heeft ze gemaakt?
Er staan zwartwit illustraties in het boek. Ze zijn gemaakt door Sonja Evers
5. Wat vind je van de tekeningen? Passen ze bij het verhaal?
De illustraties laten de verschillende ratten zien

illustratie uit Tom Moorhouse - Kalle

6. Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
7. Waar gaat het verhaal over?
Zie hierboven
8. Wie is de hoofdpersoon?
Kalle en Splinter
9. Is er iemand uit het boek die je in het echt zou willen ontmoeten? Wat zou je dan samen gaan doen?
Ik wil Kalle ontmoeten en de omgeving zien waar hij woont. Ook ben ik benieuwd naar Veer
10. In welke tijd speelt het verhaal zich af?
Weet ik niet
11. Waar speelt het verhaal zich af?
In de omgeving van de Doornhaag, en bij de burchten vlakbij (Notratlan en Drasland)
12. Waarom moeten andere kinderen dit boek lezen?
Dit is een spannend en avontuurlijk verhaal over twee rattenbroers, Kalle en Splinter
13. Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
Nee
14. Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen

.

Geef een antwoord