Lisa Thompson – De goudvisjongen (1e recensie)

De 12-jarige Matthew lijdt aan OCD. Hij schrobt zijn handen keer op keer op keer, is doodsbang voor bacteriën en is al weken niet naar school geweest. Zijn eigen kamer durft hij nauwelijks uit. Om de tijd te doden kijkt hij uit zijn slaapkamerraam en maakt hij aantekeningen over de dagelijkse beslommeringen van zijn buren. Niet veel bijzonders. Tot op een dag een peuter, Teddy, vermist wordt en Matthew de laatste blijkt te zijn die hem heeft gezien. Het is aan Matthew om op onderzoek uit te gaan. Al snel staat hij in het middelpunt van het onderzoek en zijn al zijn buren verdacht. Lukt het Matthew om het mysterie op te lossen? Ook als dit betekent dat hij zijn eigen angsten onder ogen moet komen en hij de veiligheid van zijn huis moet verlaten?

Boekinformatie
Schrijver: Lisa Thompson
Titel: De goudvisjongen
Uitgeverij: Meis & Maas
Jaartal: 2017
Bladzijden: 352
Illustrator: Mike Lowery
Vertaler: Anneke Bok
ISBN: 9789030504054
Genre: detective
Leeftijd: 10+
knop meer info over boek

Luister naar het begin van dit boek...

Of klik hier en ga naar het Youtube-kanaal van Ikvindlezenleuk

Het verhaal in het kort

Meneer Charles had een roodverbrande kruin.
Dat zag ik toen hij zijn rozenstruiken aan het inspecteren was. Terwijl hij zijwaarts schuifelde over het tuinpas, bekeek hij elke bloem afzonderlijk en schudde de grote een beetje heen en weer om te zien of er blaadjes af vielen. De grote kale plek op zijn hoofd was nu een vuurrood, glimmend rondje met wit, pluizig haar eromheen. Hij had bij deze warmte iets op zijn hoofd moeten zetten, maar als je druk bezig bent, heb je waarschijnlijk niet door dat je kruin aan het verbranden is.
Mij viel het wel op.
Mij vielen een heleboel dingen op vanachter het raam.
Niet dat ik iets verkeerds deed. Ik hield gewoon mijn buren in de gaten om de tijd door te komen, meer niet. Het was uit nieuwsgierigheid. En ik geloof niet dat de buren het vervelend vonden. Af en toe riep Jake Bishop van nummer 5 dingen naar me, dingen zoals ‘mafkees’, ‘halvegare’ en ‘eikel’. Het was een tijd geleden dat hij me gewoon Matthew had genoemd – maar ja, hij was een idioot, zodat het me eigenlijk niet kon schelen wat hij zei. (blz. 7)

Matthew is 12 jaar en hij heeft OCD. Hij is doodsbang voor ziektekiemen en doet ontzettend zijn best om alles schoon te maken om zich heen. Sinds een tijdje gaat hij daarom ook niet meer naar school. Hij blijft voornamelijk in zijn slaapkamer en kijkt veel uit het raam. Hij schrijft op wat hem opvalt.

‘Wat is er aan de hand, Matt?’
Ik keek hem aan.
‘Wat bedoel je?’
Tom boog zich naar me toe en begon te fluisteren.
‘Dat wc-gedoe? Je bent vandaag tijdens alle lessen én in de pauze geweest. Gaat het wel goed met je?’
Ik had mijn handen gewassen. Dat was wat ik gedaan had. Ze waren nooit schoon genoeg, dus ik moest steeds terug om te proberen de ziektekiemen eraf te spoelen. Ik opende mijn mond om het hem te vertellen, maar ik wist niet hoe ik het moest zeggen, dus haalde ik mijn schouders maar op en ging weer aan het werk. Daarna ben ik feitelijk nooit meer teruggegaan naar school.
Nu ik thuis was, had ik er veel meer controle over en kon ik min of meer schoonmaken wanneer ik wilde. De badkamer bezorgde me de meeste stress, omdat ik elke keer dat ik er kwam het gevoel had dat het er wemelde van de ziektekiemen. Een paar weken geleden had ik me eens flink laten gaan toen mijn moeder naar haar werk was, en voordat ik het wist, was de middag om en was ze thuisgekomen. Ze had in de deuropening met open mond staan kijken hoe ik de binnenrand van de kranen afveegde met een in bleekwater gedrenkt wattenbolletje.
‘Wat ben je in vredesnaam aan het doen, Matthew?’
Ze keek om zich heen naar de blinkend witte tegels. Afgaand op het gezicht dat ze trok zou je denken dat ik overal graffitti had gekalkt.
‘Dit is niet normaal… Hou ermee op, er zijn grenzen.’
Ze deed een stap naar voren. Ik deinsde achteruit en voelde de wastafel tegen mijn rug drukken.
‘Hier moeten we over praten, Matthew. Wat is er aan de hand? Kijk toch, die arme handen van je…’
Ze wilde me aanraken, maar ik schudde mijn hoofd.
‘Blijf daar, mam. Niet dichterbij komen.’
‘Maar Matty, ik wil alleen even naar je huid kijken. Komt er vocht uit? Het lijkt wel of er vocht uit komt…’
Ik stak mijn handen onder mijn oksels.
‘Zijn ze verbrand, Matthew? Heb je je handen verbrand? Er mag geen bleekwater op je handen komen, lieverd.’
‘Er is niks, laat me nou gewoon met rust.’
Ik dook snel langs haar heen, liep naar mijn kamer en trapte de deur achter me dicht. Ik ging op bed liggen. Mijn handen klopten van de pijn toen ik ze onder mijn armen stak. Mijn moeder bleef buiten voor mijn deur staan. Ze liet het wel uit haar hoofd om binnen te komen. (blz. 23)

Op een dag komt er een vrouw bij de buurman, meneer Charles. Ze heeft twee jonge kinderen bij zich en laat ze bij hem achter. De dagen erna blijkt dat de buurman het maar lastig vind om twee jonge kinderen om zich heen te hebben. Op een middag ziet Matthew dat Teddy, het jongetje van een jaar of twee, alleen in de tuin is. Hij trekt blaadjes van de rozenstruiken af en prikt zich aan een doorn.

Teddy stond op. Er liep een piepklein stroompje bloed langs zijn arm, maar daar had hij kennelijk geen last van. Hij pakte eerst nog meer rozenblaadjes, maar toen hield hij ermee op. Uit zijn ooghoek had hij iets gezien wat zijn aandacht trok.
Mij.
Hij draaide zich om, wees met zijn mollige armpje naar mijn raam en zei verbaasd: ‘Visje!’
Ik zag hem op en neer springen, helemaal blij dat hij in zijn eentje de Goudvisjongen had gezien. Hij keek om zich heen of er iemand was om het aan te vertellen.
‘Visje, Casey! Kijk! Visje! Opa!’
Maar er kwam niemand.
Ik draaide me op en keek in de benedenhoek van het computerscherm hoe laat het was.
12.55 uur.
Dat tijdstip was belangrijk.
Ik weet niet waarom het me bijbleef, maar dat gebeurde, zelfs zonder het op te schrijven.
Ergens na 12.55 uur op die stralende, bloedhete dag verdween Teddy Dawson. (blz. 89)

De politie komt en er wordt een grote zoekactie op touw gezet. Maar Teddy wordt niet gevonden. Matthew is de laatste die hem heeft gezien. Samen met twee klasgenoten die bij hem in de straat wonen probeert Matthew Teddy terug te vinden. Ondertussen begint Matthew aan een therapie voor zijn OCD. Zal het hen lukken om Teddy terug te vinden? Zal de therapie Matthew helpen?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
gekregen van de uitgeverij om er een recensie over te schrijven
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk
Welke steekwoorden passen bij het boek?
fascinerend, grappig, ontroerend, realistisch, verrassend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt?
Aan het begin van elk hoofdstuk staat een kleine zwartwit tekening. Deze zijn gemaakt door Mike Lowery

illustratie uit Lisa Thompson - De goudvisjongen

Wat vind je van de illustraties? Passen ze bij het verhaal?
De illustraties laten iets zien uit het hoofdstuk dat je gaat lezen
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
Zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
De hoofdpersoon is Matthew, een 12-jarige jongen die bang is van ziektekiemen
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
Nee, ik wil niemand ontmoeten
In welke tijd speelt het verhaal zich af?
Nu
Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af in de straat waar Matthew woont, in een kleine stad in de buurt van Londen
Waarom moeten anderen dit boek lezen?
Het verhaal laat zien hoe iemand denkt die last heeft van dwanggedachten en angsten
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
Nee
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen

Geef een antwoord