Marte Jongbloed – De (nogal) ijzingwekkende zoektocht van Herre (Herre 2) (4e recensie)

geplaatst in: ★★★★☆, 10+, recensie | 0

Marte Jongbloed – De (nogal) ijzingwekkende zoektocht van Herre (Herre 2) (4e recensie)

Silke, de moeder van Herre, is helemaal in de ban van een vreselijke man, Wallis. Ze is zo van hem gecharmeerd dat ze nauwelijks nog op Herre let. Herre vertrouwt Wallis voor geen cent. Wat wil die walgelijke man eigenlijk van zijn moeder? Voor het te laat is moet Herre naar de Noordpool om zijn verdwenen vader te vinden. Zonder dat zijn moeder het weet, begint hij aan een gevaarlijke zoektocht. Hij kan de hulp van zijn oude buurman goed gebruiken, maar waar is meneer Teunissen gebleven? En lukt het hem om zijn vader op tijd te vinden?

Informatie over het boek
Marte Jongbloed - De (nogal) ijzingwekkende zoektocht van Herre
Serie: Herre #2
Luitingh-Sijthoff 2017
Bladzijden: 272
Illustraties van Iris Boter
Leeftijd: 8+
Genre: avonturenverhaal

 

Meer informatie

Meer informatie over dit boek (gewonnen prijzen, waar te koop en meer) en een overzicht van alle recensies

 

Mijn samenvatting

Herre hing op zijn buik over zijn bed en probeerde, hengelend met twee armen, te voelen wat er allemaal onder lag. Hij voelde een sok die helemaal hard was geworden van het opgedroogde zweet, een leeg zakje chips (stiekem opgegeten, want zijn moedr wilde niet dat hij ongezonde dingen at), een jongleerballetje van meneer Teunissen, een kaartje van een kind uit groep vier (hij kreeg steeds post van kinderen die hem bewonderden) en een heleboel legoblokjes. (Tot een maand geleden moest Herre van zijn moeder nog met duplo spelen omdat ze de legoblokjes veel te klein vond en dus levensgevaarlijk, want daar kun je in stikken als je per ongeluk zo’n blokje in je mond stopt, en als je niet gelooft dat kinderen dat doen, lees dan maar in de krant hoe vaak dat gebeurt!) Er lag van alles, maar niet wat Herre zocht.
Hij ging overeind zitten en keek rond. Waar had hij nog niet gezocht? De zakken van zijn badjas! Hij sprong op en liep naar de deur waar de badjas aan haakje hing. (Altijd je badjas aandoen nadat je hebt gedoucht, want een koutje heb je zo gevat, en van koutjes krijg je oorontsteking.) Nee, natuurlijk. De zakken waren leeg. Waar kon hij nog meer zoeken? Zijn schooltas had hij al drie keer overhoopgehaald. Nog maar een keer dan. (blz. 7)

Herre is op zoek naar zijn vulpen. Die heeft hij van meneer Teunissen, met verschillende kleuren inkt, om een dagboek bij te houden. Herre heeft geen idee waar de vulpen is gebleven. Hij baalt want nu kan hij niet verder schrijven over dingen waar hij over nadenkt, dingen die gebeuren. En er gebeurt van alles in zijn leven op dit moment… Zo zit op dit moment beneden Wallis aan tafel. Wallis is een vriend van zijn moeder en Herre heeft een hekel aan hem.

‘Wat voor werk doe je dan?’ vroeg Herre.
Wallis keek verrast in zijn richting, alsof hij vergeten was dat Herre ook nog aan tafel zat. ‘Ik ben directeur van SGSD. We maken voeding voor dieren,’ zei hij.
‘Een directeur,’ verzuchtte Silke, waarna ze met haar tong wat achtergebleven soep van haar onderlip likte.
‘Voor huisdieren?’ vroeg Herre. Hij zou heel graag een hond willen, maar zijn moeder vond honden te vies en te harig, en de dierenarts en hondenbrokken te duur. Als die Wallis nou eens korting voor hen kon regelen voor hondenbrokken, dan was de kans weer groter dat…
‘Nee zeg, bah!’ riep Wallis uit. ‘Ik maak voeding voor de dieren die we eten. Voor kippen en koeien en varkens en kalkoenen en struisvogels. Ik maak supervoer voor ze, zodat ze nog dikker en nog vetter worden en we ze nog eerder kunnen slachten, zodat we niet te lang voor ze hoeven te zorgen en ze eerder kunnen opeten. Snap je?’
Maar Herre snapte er eigenlijk niks van. Wat gruwelijk! Verbaasd keek hij naar zijn moeder, die normaal gesproken niet vaker dan een of twee keer per week vlees (of vis) wilde eten, en dan alleen maar koos voor het beste biologische scharrelvlees. Maar wat Wallis zei klonk toch heel erg als… (blz. 15)

Herre wil dat Wallis uit hun leven verdwijnt, maar hoe kan hij dat voor elkaar krijgen? Hij zou het liefst naar meneer Teunissen gaan om hem om raad te vragen, maar het huis naast hen staat leeg en niemand weet waar meneer Teunissen is gebleven. Herre probeert Mint te bellen, die samen met hem in het vorige boek dingen oploste, maar die zit alleen te giechelen aan de telefoon. Later die avond wordt er op zijn raam geklopt. Er hangt een man in de boom voor het raam die vertelt dat hij een grote doos komt afleveren voor Herre, en dat zijn moeder daar niets van mag weten. De boodschap en de doos komen van meneer Teunissen.

De doos leek, nu Paulus er niet meer half voor hing, nog groter. Herre sloop de gang op en luisterde. Niks. Er kwam geen enkel geluid van beneden. Mooi. Dan kon hij in elk geval proberen om ongezien bij die doos te komen. Vroeger zou hij nooit (maar dan ook nooit) in een boom zijn geklommen. Maar sinds hij heel wat avonturen had beleefd waarbij hij niet alleen in bomen maar ook in half kapotte regenpijpen en zelfs in een bewegend waterrad was geklommen, draaide hij voor deze stevige eik zijn hand niet meer om. Binnen een paar minuten stond hij op blote voeten in het kille gras, naast de gigantische doos. Voorzichtig probeerde Herre de doos op te tillen Hij was minder zwaar dan hij dacht. De doos was goed dichtgeplakt met van dat brede bruine tape, en het duurde eindeloos voor Herre hem open had.
Hij zag allemaal papieren en plastic tassen en pakjes van vloeipapier waar weer van alles in zat. Sommige pakjes voelden hard en stevig aan. Andere waren veel groter en veerden mee als Herre erop duwde. Hij koos twee grote uit die hij om een schouder hing. Zo kon hij zijn handen vrijhouden om weer omhoog te klimmen. Even later stond hij weer in zijn kamer. Maar ook al ging het klimmen snel, toch zou het op deze manier lang gaan duren voor hij alles uit die doos boven had. Misschien kon hij die twee grote zakken gebruiken om de wat kleinere pakjes in te doen. (blz. 36)

Als Herre de pakketjes uitpakt blijken er allemaal dikke winterkleding in te zitten. Kleren die warm genoeg zijn om naar de Noordpool te gaan. Kleren waarmee hij zijn vader Otis kan gaan zoeken. Maar hoe moet Herre daar komen? Hij heeft niet genoeg geld voor een vliegticket. Ook dat probleem wordt via meneer Teunissen opgelost. Als Herre op weg naar school is komt er een auto langsrijden met daarin dezelfde man als de avond ervoor. Hij heeft alle dikke winterkleren in de auto liggen en moet Herre ergens heen brengen, naar een klein vliegveld. Daar staat een man op hen te wachten, Dolf de piloot. Herre vertrekt samen met Dolf.

Het vliegtuig zakte binnen een paar seconden tientallen meters naar beneden en Herre dacht even dat zijn maag door zijn neusgaten naar buiten kwam. ‘Whoehoeoeoeoe!’ riep Dolf. Hij pakte de stuurknuppel weer beet en het vliegtuig ging weer omhoog.
Herre keek uit het raam. Er kwam heel veel rook uit het vliegtuig, maar daardoorheen zag hij de limousine en de hangar steeds kleiner worden. Paulus was nu alleen nog maar een stipje. Ze vlogen snel, zag Herre, want het landschap onder hen veranderde steeds. Eerst zag hij keurig vierkante, gekleurde velden, waar rechte wegen doorheen kruisten. Daarna zag hij piepkleine huisjes met rode daken, in nette rijen. Even later zag hij een groot bos, en Herre was verbaasd dat er zoveel verschillende kleuren groen bestonden. ‘Hé, een kasteel!’ riep hij, terwijl hij naar beneden wees, maar Dolf hoorde hem niet. Het geronk van de motoren was nog steeds oorverdovend. Tenminste, nu hij er wat beter op lette, hoorde Herre soms een soort gebrul, dan was het meer geronk, en dan was het ineens stil, op wat gesputter na. Ongerust keek hij naar Dolf, die glimlachte en zich nergens druk over leek te maken.
‘Hoort dat zo? Die motor?’ riep Herre. (blz. 74)

Even later moet het vliegtuig een noodlanding maken. Herre en Dolf zijn gestrand op de Noordpool. Hoe kunnen ze iemand laten weten waar ze nu zijn? Wat moeten ze nu doen? Kan Herre zijn vader vinden? Hoe komen Herre en Dolf weer thuis?

 

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Geleend bij de bibliotheek
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk, Ik heb al andere boeken van deze schrijver gelezen, Ik heb al andere boeken uit dezelfde serie gelezen
Welke steekwoorden passen bij het boek?
avontuurlijk, spannend, verrassend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt?
De zwart-wit illustraties zijn gemaakt door Iris Boter
Wat vind je van de illustraties? Passen ze bij het verhaal?
Ze laten Herre zien en wat hij doet

illustratie uit Marte Jongbloed - De (nogal) ijzingwekkende zoektocht van Herre
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
Zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
De hoofdpersoon is Herre
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
Ik wil meneer Teunissen ontmoeten, want dat is een fascinerende man, en een beetje vreemd
In welke tijd speelt het verhaal zich af?
Nu
Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich in het begin af in het huis waar Herre woont, maar later speelt het verhaal zich af op de Noordpool
Waarom moeten anderen dit boek lezen?
Het is een zielig en spannend verhaal waarin Herre op zoek gaat naar zijn vader
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
Er komt nog een boek over Herre
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil het volgende boek uit deze serie lezen

 

Tip

Ben je op zoek naar meer informatie over de schrijver, illustrator en/of vertaler van een boek? Veel van deze boekenmakers hebben een eigen website (even googlen...). Daarnaast vind je meer informatie op de websites van de uitgeverijen en op de websites van Jeugdbibliotheek, Jeugdliteratuur.org, Leesfeest, Leesplein.nl, Literatuurplein
Succes!

Geef een reactie

Onzinreacties en spam worden natuurlijk niet geplaatst... Je e-mailadres wordt niet zichtbaar op de website