Harm de Jonge – Het bedorgeltje van Jakob Balck

Het is 1727, het jaar dat Rebecca Balck overlijdt. Zij is de oudere zus van Jakob Balck. Als Jakob 's avonds zijn bedorgeltje laat spelen, beeldt hij zich in dat ze er nog is, dan hoort hij Rebecca zingen. Heel even gelooft Jakob dan dat het echt is en verdriet niet bestaat. Maar de realiteit is dat Rebecca het nieuwe orgel in de kerk, dat Jakobs vader aan het bouwen is, nooit meer zal horen spelen. De feestelijke inwijding moet ze missen. Dan duikt plotseling de wonderlijke kermisjongen Pier Pirello. Pier zit vol listen en is nergens bang voor, hij draagt immers het geluksbotje van een Chinese meloenrat bij zich. Pier gelooft dat alles kan, en bedenkt zelfs een manier om Rebecca op een bepaalde manier bij de inwijding van het orgel aanwezig te laten zijn.

Boekinformatie
Schrijver: Harm de Jonge
Titel: Het bedorgeltje van Jakob Balck
Uitgeverij: Hoogland & Van Klaveren
Jaartal: 2017
Bladzijden: 94
Illustrator: Fiel van der Veen
Genre: geschiedenis
Leeftijd: 10+

Lees dit boek
De leukste plek om een boek te kopen is de (kinder)boekwinkel. Als je toch online wilt kopen doe dat dan via een linkje hieronder en ondersteun deze website. Of leen het boek bij de bibliotheek in Nederland of in België
- koop dit boek bij bol.com
ikvindlezenleuk knop andere recensies lezen

Mijn samenvatting

Ineens is ze er weer. Ik hoor haar zingen. Ze roept me en even geloof ik dat het echt is en verdriet niet bestaat. Maar algauw weet ik weer dat het niet waar kan zijn. Een week geleden is ze immers overleden. Rebecca, mijn grote zus, ze is al begraven op het Oldehoofsterkerkhof en ik ben alleen.
Bij ons thuis is het stil geworden. Je hoort hoogstens de kleine Femke af en toe huilen. Mijn moeder lacht niet meer en praat alleen als het echt moet. Mijn vader gaat weer naar zijn werk, ‘s morgens heel vroeg zelfs, alsof hij wegvlucht van huis. Hij bouwt in de Jacobijnerkerk het nieuwe orgel. Het is geweldig groot, tot aan het dak van de kerk. Mijn vader snijdt en timmert er al het hout rond het orgel. Hij werkt het liefst heel hoog. Ik denk dat hij het fijn vindt om dichter bij de hemel te zijn, op een plekje waar je met God kunt praten.
Als ik uit school kom ga ik vaak even bij hem langs. Hij weet niet dat ik dat ook doe om de beelden te zien die op het orgel komen. Het zijn twee stenen muziekmeisjes, die nu nog in een hoek bij de trap liggen. De een speelt viool, de ander fluit. Pas als het timmerwerk af is, worden ze vastgezet op het orgel. Ze blijven daar dan eeuwen stilzitten en worden oud zonder te groeien. Stenen meisjes kunnen niet zomaar doodgaan! (blz. 7)

Rebecca, de grote zus, van Jakob is een week geleden overleden. Jakob mist haar heel erg. Zijn ouders missen haar ook. Daarom werkt Jakobs vader extra hard, en Jakobs moeder zit zwijgend aan tafel en heeft geen oog voor de rest van de familie. Jakob vindt het fijn om de kerk te zijn. Als het kerkorgel klaar is zou hij er dolgraag op willen spelen, maar dat mag niet van zijn vader. Jakob is blij dat er afleiding in de stad is door de jaarmarkt. Er is van alles te zien en Jakob vermaakt zich goed.

Als ik terugloop kom ik weer langs de tent van het zingende aapje. Ze zijn natuurlijk bezig met een voorstelling. Ik loop naar de achterkant en zie daar iemand op een trapje staan. Het is de jongen in het blauwe jasje. Hij heeft een trompet in zijn hand en houdt zijn mond voor een gat in het tentzeil. Ik hoor iemand zingen. De mensen in de tent zingen mee. Dan is er een laatste uithaal en de jongen draait zich om. Hij springt van het trapje af en kijkt me aan. Hij begint te lachen en houdt een vinger voor zijn mond.
‘Dat was de zingende aap,’ fluistert hij. ‘Het is een wonder, dat een aap kan zingen, hè? Het gaat over een meisje dat matroos wil worden. Daarom heeft ze zich verkleed als man.’
Ik weet niet wat ik terug moet zeggen.
‘Wacht even, ik ben zo vrij,’ zegt de jonge. ‘Dan gaan we iets bijzonders doen.’ (blz. 15)

De jongen heet Pier Pirello en werkt, met zijn familie, op jaarmarkten. Samen gaan ze de jaarmarkt bekijken. Als Jakob later naar huis gaat voor het eten vertelt hij niemand over Pier. De volgende dag zien ze elkaar weer…

Mijn ogen worden groot als ik op het dak van het balkon iemand zie. Hij leunt met zijn rug tegen de stang die schuin naar de muur loopt en het dak vasthoudt. Hij kijkt in mijn richting en steekt een hand op. Dan pakt hij zijn trompet en blaast een hanenkraai door de kerk. Ik schrik zo van het geluid dat ik in elkaar krimp. Alsof er iets scherps door de lucht vliegt en me raakt in mijn buik.
Pier, de jongen die alles durft! Ik heb hem nog niet weergezien na de middag op de kermis. Ik kijk snel rond: mijn vader zal kwaad worden als hij het ziet, maar hij is gelukkig niet in de kerk. Pier legt zijn trompet op het dak en grijpt met twee handen de stang vast. Hij zwaait een poosje heen en weer, alsof het een schommel is. Dan laat hij zich op het dak terugvallen en maakt een handstandje. Ik ren naar het midden van de kerk. Het is prachtig om te zien: er gebeurt iets wat nog nooit in een kerk is gebeurd, maar het maakt me ook bang. Hij moet naar beneden komen, ik moet hem afleiden. Straks breekt de stang los van de pilaar en stort het hele dak naar beneden.
‘Pier, kom naar beneden,’ roep ik. ‘Ik zal je van mijn bedorgeltje vertellen.’
Piers lach echoot door de kerk, tot in de verste hoekjes in de gangen naar de zijkant. Hij stopt de trompet onder zijn jas en klautert over de rand van het dak. Even hangt hij aan zijn uitgestrekte armen en klautert over de rand van het dak. Hij rent op me af, met kleine hupjes tussendoor. (blz. 28)

Al snel zijn ze dikke vrienden. Pier durft van alles, net als Rebecca toen ze nog leefde. Jakob is banger en durft minder. Zijn zus zei altijd dat hij meer in zijn hoofd leeft dan in het echt. Jakob vertelt Pier over zijn droom om op het orgel in de kerk te mogen spelen. Dat mag niet van Jakobs vader, maar die heeft voor hem wel een heel klein orgeltje gemaakt waarop Jakob naar het favoriete lied van Rebecca kan luisteren.

Ik laat Pier direct het bedorgeltje zien. Hij voelt met zijn vinger over de puntjes en draait het wijsje ene paar keer af. Even later speelt hij het al na op zijn trompet.
‘Het werkt eigenlijk net zoals het buikorgel van mijn vader,’ zegt hij.
Het is nog maar de derde dag dat we elkaar kennen, maar het is alsof we al jaren vriend zijn. Ik vind het niet eens raar als hij een arm om mijn schouder slaat. Als Sijmen het zou doen zou ik me loswrikken.
Misschien maakt hij met opzet grapjes, omdat hij weet dat mijn hoofd vol zit met kriebels over Rebecca. Dan wil hij dat ik lach en maakt hij zomaar tussen de mensen een wandeling op zijn handen. Hij doet het zo gemakkelijk, alsof zijn handen voeten zijn. Soms staat hij even op één hand om iemand die voorbijloopt met een kneepje in zijn been te laten schrikken. Dan gromt hij als een beer en deftige dames gaan er gillend vandoor.
‘Wil je een echte beer zien, Jakob? Eentje die kan dansen?’
Ik hoef niet bang te zijn: de beer heeft een ring in zijn neus en zit vast aan een ketting. Hij gromt als een echte beer, maar hij danst zoals een beer dat nooit uit zichzelf zou doen. Ze hebben hem geleerd sprongetjes te maken en te dansen door vuurtjes onder zijn poten te stoken. Pier doet net alsof hij de directeur van de kermis is en een bezoeker alles wil laten zien.
‘Je bent ook nog niet bij de wilde dieren geweest, Jakob. Wil je naar de leeuwen of naar die malle pelikaan?’ (blz. 33)

Bljft Pier nog lang in Leeuwarden? Hoe zal het orgel er uit zien als het klaar is? Wordt het orgel feestelijk ingewijd?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
gekregen van de uitgeverij om er een recensie over te schrijven
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk, dit boek staat op de longlist voor de Thea Beckmanprijs 2018
Welke steekwoorden passen bij het boek?
fascinerend, geheimzinnig, verrassend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt?
De gekleurde illustraties zijn gemaakt door Fiel van der Veen
Wat vind je van de illustraties? Passen ze bij het verhaal?
De illustraties passen bij het verhaal. Het boek lijkt hierdoor op een 19e-eeuws boekje

illustratie uit Harm de Jonge - Het bedorgeltje van Jakob Balck

Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
Zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
De hoofdpersoon is Jakob Balck
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
Ik zou Pier Pirello willen ontmoeten, want hij klinkt als een sprookjesachtig figuur
In welke tijd speelt het verhaal zich af?
In het verleden (vroeger)
Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af in Leeuwarden, in 1727
Waarom moeten anderen dit boek lezen?
Het is een mooi uitziend boekje met een fascinerend verhaal over Jakob en het kerkorgel in de grote kerk van Leeuwarden
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
dit boek maakt kans op de Thea Beckmanprijs 2018
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen

Tip

Ben je op zoek naar meer informatie over de schrijver, illustrator en/of vertaler? Veel van deze boekenmakers hebben een eigen website. Daarnaast vind je meer informatie op de websites van de uitgeverijen en op de websites van Jeugdbibliotheek, Jeugdliteratuur, Leesfeest

Geef een reactie