Ernest van der Kwast interviewt Erwin Mortier

geplaatst in: nieuws, verslag | 0

Op vrijdag 14 december interviewde Ernest van der Kwast de Vlaamse schrijver Erwin Mortier voor Boek&Meester.

Hoe herdenk je iets waar geen overlevenden van zijn?

Ik heb dit boek geschreven naar aanleiding van de vredeslezing die ik in Ieper heb gedaan. Onze wereld nu is het gevolg van wat er toen is gebeurd. West-Europa is toen opnieuw verdeeld. Daarom moet je een link met de wereld leggen. Het artistieke is hier het juiste medium voor. Ik heb toen de opdracht gekregen voor een artistieke herdenking. Mensen mochten ideeën aandragen en dat leidde bijvoorbeeld tot vertelconcerten, waar mensen hun eigen verhaal mochten vertellen.

Voor België was de Eerste Wereldoorlog erg traumatisch. We waren neutraal en onze regering dacht dat er niets mis zou gaan. Koning Leopold wilde de grenzen versterken. België telde toen 7 miljoen inwoners. Drie miljoen mensen zijn in die tijd gevlucht voor de opmars van de Duitsers. Ze zijn gevlucht naar Engeland, Frankrijk en Nederland. Ons land werd leeggeroofd en platgebombardeerd tot we terug waren op het levensniveau van 1750. In deze context is geen literatuur ontstaan. Men wilde vooruit kijken, en niet achteruit. Er is een enorme rancune in onze literatuur. Mijn roman Godenslaap zie ik als een geschenk voor onze literatuur.

Waar komt de schoonheid van de zinnen, de taligheid vandaan?

Wij Vlamingen zijn van nature avantgardisten. We sjoemelen graag met taal en we hebben pas laat een standaardtaal gekregen. Standaardtaal is voor mij geen taal, maar een taalstandaard. Ik erger me aan taalpuristen.

Mijn zinnen komen er in gulpen uit. Ik schrijf met de hand. Het boek groeit aan. Mijn talent kent mij beter dan ik mijn talent. Associaties komen tijdens het schrijven. Als schrijver moet je sowieso geïnteresseerd zijn in wat er de laatste 14 miljard in ons universum heeft afgespeeld. Ik ben erg geïntereseerd in andere domeinen. Ik gebruik notitieboekjes, maar ik lees ze niet terug. Het leven op aarde kan heel hard zijn, maar ook heel prachtig. Ik wil weten hoe de aarde en het leven is ontstaan. Dit leidt uiteindelijk op een niet te beschrijven manier tot de metaforen die ik gebruik.

Ik debuteerde op mijn 34e met Marcel. Dit boek kwam uit het niets. Ik heb nooit geweten dat ik schrijver wilde worden tot ik het was. Ik schreef altijd al. Zo heb ik mijn man verleid met brieven. Van hem moest ik gaan schrijven. Ik was toen medewerker in een museum voor psychiatrie. Nu is schrijven voor mij een noodzaak.

Boeken van de troost is net uit, de boekpresentatie was op 11 november. Op deze dag heb ik op de Boekenbeurs gepraat over dit boek. Het boek is verschenen 100 jaar na de Eerste Wereldoorlog. Dit boek gaat over een driehoeksverhouding. Op een klein stukje na, was heel België bezet in de Eerste Wereldoorlog. Mijn boek gaat over menselijke verhoudingen. Ik ken mijn personages niet. Ze leven in mij, maar ik heb ze gecreeërd.

Je hebt het boek dat je wilt schrijven en het boek dat je moet schrijven. Ik heb verloren… Ik heb het verhaal geschreven dat Helena wilde vertellen. Ik vond dat ze te ver ging.

Godenslaap is het boek van de geest, het verhaal van Helena. De spiegelingen is het boek van het lichaam. De hoofdpersoon is Edgar. Het eerste personage waar ik van hield. Hij ligt dichter bij mij. De spiegelingen is mijn dierbaarste boek. Compositorisch is dit mijn volmaakste boek. Edgar liet mij schrijven. Met Helena was het een gevecht, met Edward was het een broer die me begrijpt.

Deze twee boeken worden samengebracht met een brievennovelle van Matthew, De boeken van de troost. Voordat ik aan Godenslaap begon heb ik de personages brieven naar elkaar laten schrijven. Ik wist al dit het een trilogie zou worden. Misschien komt er meer met Matthew, want ik ben nog niet uitgepraat.

De foto’s zijn door mijzelf gemaakt


Geef een reactie