Katherine Rundell – Feo en de wolven

Feodora woont met haar moeder in de bossen van Rusland. Haar moeder leert tamme wolven weer wild te worden, zodat ze kunnen overleven in de wildernis. Feo lijkt een speciale band te hebben met drie van de wolven die altijd in de buurt van hun huis rondzwerven. Op een dag verandert Feo's leven compleet. Er is een revolutie in het land en Feo's moeder wordt gevangengenomen door het Russische leger. Terwijl Feo een barre tocht door het besneeuwde landschap onderneemt om haar moeder te bevrijden, leren de wolven haar hoe ze moet overleven in een gevaarlijke wereld en moet opkomen voor de dingen waar ze van houdt.

Boekinformatie
Schrijver: Katherine Rundell
Titel: Feo en de wolven
Uitgeverij: Luitingh-Sijthoff
Jaartal: 2018
Bladzijden: 256
Vertaler: Jenny de Jonge
ISBN: 9789024580927
Genre: dierenverhaal
Leeftijd: 10+

Lees dit boek
De leukste plek om een boek te kopen is een (kinder)boekwinkel. Als je toch online wilt kopen doe dat dan via één van deze linkjes (bol.com, libris, bazarow) en ondersteun mijn website. Liever een luisterboek? Kijk dan op storytel, luisterbieb, luisterrijk of bol.com. Of leen het boek bij de bibliotheek in Nederland of in België
Dit boek kun je lezen via e-boek bieb (NL)

Klik hier voor meer informatie over over dit boek én alle recensies

Luister naar het begin van dit boek...


Mijn samenvatting

Er was eens, honderd jaar geleden, een donker, vechtlustig meisje.
Ze was Russisch, en ook al waren haar haar en haar ogen van nature donker en waren haar vingernagels de hele tijd zwart, vechtlustig was ze alleen als ze vond dat het absoluut noodzakelijk was.
Wat best vaak voorkwam.
Ze heette Feodora.
Ze woonde in een houten huis, gebouwd van bomen uit de omringende bossen. De muren waren bekleed met schapenwol om de Russische winter buiten te houden en de binnenkant werd verlicht met stormlampen. Feo had de lampen alle kleuren uit haar verfdoos gegeven, zodat het huis met rood-, groen- en geelgekleurde lichten het bos in scheen. Haar moeder had eigenhandig de deur getimmerd en geschuurd, waarvan het hout twintig centimeter dik was. Feo had hem sneeuwblauw geverfd. De wolven hadden er in de loop van de jaren krassen aan toegevoegd, wat hielp om onwelkome bezoekers te weren.
Alles – maar dan ook alles – begon met een klop op de sneeuwblauwe deur.
Al was ‘kloppen’ niet het juiste woord voor deze herrie, vond Feo. Het klonk alsof iemand probeerde met zijn knokkels een gat in het hout te slaan.
Kloppen was sowieso raar. Er klopte nooit iemand; er waren alleen zij, haar moeder en de wolven. Wolven kloppen niet. Als ze naar binnen willen, komen ze door het raam, of het openstaat of niet.
Feo zette de ski’s die ze aan het invetten was tegen de haard en luisterde. Het was vroeg en ze had haar nachtpon nog aan. Ze had geen badjas, maar trok de trui aan die haar moeder had gebreid en die tot aan het litteken op haar knie kwam en rende naar de voordeur.
Haar moeder was in een peignoir van berenvel gewikkeld en keek net op van het vuur dat ze in de woonkamer had aangestoken.
‘Ik doe wel open!’ Feo trok met beide handen aan de deur. Hij klemde; ijs had de scharnieren vastgekit.
Haar moeder stak een hand naar haar uit. ‘Wacht! Feo!’
Maar Feo had de deur al opengetrokken, en voor ze achteruit kon springen, sloeg die naar binnen en kwam tegen de zijkant van haar hoofd. (blz. 4)

Feo woont met haar moeder ergens in de bossen van Rusland. Haar moeder werkt als wolvenverwilderaar. Het is namelijk in de mode in de hogere klasse in de grote steden om en wolf als huisdier te hebben. Op een gegeven moment blijkt zo’n wolf toch niet handig in huis te zijn. Dan kan een wolvenverwilderaar, zoals de moeder van Feo, de wolf leren om weer in het wild te lezen. Niet iedereen is blij met de wolven. Dat is ook de reden dat er deze avond iemand komt aankloppen. Generaal Rakov van het Russische leger heeft een dode eland bij zich. Deze is volgens hem door een van de wolven van Feo en haar moeder gedood. Hij bedreigt hen, hij zal hen en de wolven in de gaten houden… Als Rakov en zijn soldaten weer weg zijn gaat Feo snel kijken hoe het met de wolven staat.

Feo had op ski’s tien minuten nodig om bij de ruïne van de stenen kapel te komen. Bij de ingang stonden drie vervallen heiligenbeelden: ze hadden geen hoofden en twee ervan hadden een geschubde huid van groene klimop gekregen. Zelfs onthoofd kregen de heiligen het voor elkaar om niet onder de indruk te lijken van deze situatie. Van de kapel stond nog maar tweeënhalve muur overeind, het dak was lang geleden ingestort op de mozaïekvloer. Er stonden banken, voor de helft opgegeten door de houtwormen, en een marmeren beeldje van de maagd Maria, dat Feo met het zachtgekauwde uiteinde van een takje had schoongemaakt. Bij goed licht en als je heel aandachtig keek, kon je zien dat de muren ooit waren beschilderd met gouden afbeeldingen. Feo vond het de mooiste plek op aarde.
In de kapel woonde een roedel van drie wolven.
Een wolf was wit, een was zwart en een had grijze tinten, zwarte oren en de uitdrukking van een politieagent. Tam kon je ze niet noemen – ze kwamen absoluut niet als je ze riep – maar ze waren ook niet helemaal wild. Feo zelf was half wild, zeiden de buren, en ze keken met afschuw naar haar rode, naar wolf ruikende cape. Het lag dus voor de hand dat Feo en de wolven elkaars beste vrienden zouden worden: ze kwamen elkaar halverwege tegemoet.
Toen ze door de deur naar binnen skiede, waren de wolven op de karkassen van twee raven aan het kauwen, waarbij ze het Mariabeeld met bloed bespatten. Feo kwam niet te dicht in de buurt – als wolven aan het eten zijn, kun je ze beter niet storen, al zijn het je beste vrienden – maar wachtte met haar benen opgetrokken op een van de banken tot ze uitgegeten waren. Ze maakten geen haast, likten hun snuiten en voorpoten en stormden toen als team op haar af, stootten haar van de bank en bedekten haar kin en handen met wolvenspeeksel. De Zwarte en zij zaten elkaar voor de lol tussen de banken achterna en Feo slingerde tussen de onthoofde heiligen door om op de been te blijven. Ze voelde iets van het loden gewicht van de dag van haar af vallen.
Feo kon zich niet herinneren dat ze ooit geen wolven kende of niet van ze hield. Het was onmogelijk om niet van ze te houden: ze waren zo slank en mooi en zo vastberaden. Ze was ermee opgegroeid om dennennaalden uit hun vacht en stukjes oud vlees tussen hun tanden uit te pikken. Haar moeder zei altijd dat ze als een wolf kon huilen voor ze kon praten. Feo begreep ze; wolven hoorden bij de weinige levende wezens die de moeite waard waren om voor te sterven, vond ze. Maar het zag er niet naar uit dat iemand dat van haar zou vragen: per slot van rekening waren het meestal wolven die tot sterven waren gedoemd. (blz. 13)

Op een dag is er een soldaat in de buurt, een soldaat van het leger van Rakov. Hij heet Ilja en wil helemaal geen soldaat zijn. Hij is vooral nieuwsgierig naar de wolven. Hij is er toevallig als er een welpje wordt geboren.

De weken die volgden behoorden tot de fijnste in Feo’s leven. Ze bleven dicht bij huis, zo ver mogelijk bij de kazernes vandaan. Marina verkende met een gespannen gezicht de omgeving, haar mes voortdurend bij zich, maar er waren geen grijze jassen te zien.
Nog voor zijn ogen open waren, bleek de welp al een ontzaglijk intelligent dier – als hij wakker was, wat niet vaak het geval was. Hij sliep naast Broospoot buiten bij de voordeur. Bij zonsopkomst zat Feo dan met de welp op schoot in haar vensterbank terwijl Broospoot rondsnuffelde in de sneeuw, hoeken om rende, uithaalde naar windvlagen, aan de zijkant van het huis knaagde, of voor een paar uur verdween om haar nieuwe hardlooppoten uit te proberen.
Soms dook Ilja onverwacht op. Eerst probeerde hij te doen alsof hij toevallig de heuvel op was gestrompeld en tot zijn verrassing Feo daar aantrof die bezig was met hout hakken of ski’s invetten.
‘Jouw verraste gezicht is niet overtuigend,’ zei Feo lachend. ‘Je lijkt mijn oudtante wel.’
De Zwarte en de Witte hadden beide een keer aan hem geroken en hem afgedaan als oninteressant en oneetbaar. Alleen de Grijze bleef waakzaam en volgde hem tot aan de rand van het bos als hij vertrok. Haar uitdrukking was niet echt vijandig, maar was er ook niet eentje van kussens opschudden en warme drankjes aanbieden. De welp begon zijn geur te herkennen en blind te mauwen en in het rond te struikelen als hij eraan kwam. Dan zat Ilja met de welp in zijn hand aan Feo te vertellen over de andere soldaten in de kazernes, over de zenuwachtige angst van de tsaar, over rellen op het platteland. Feo hoorde zelden iets over de wereld buiten haar eigen bossen en luisterde aandachtig.
Steeds weer vroeg ze hem om over Rakov te vertellen.
‘Zondag heeft hij een aantal onderofficieren de hele avond met hun handen aan het balkon laten hangen. Hij zei dat als ze loslieten, hij ze dood zou schieten voor ze de grond raakten. Ik denk dat hij gek is. Of het misschien aan het worden is. De anderen zeggen dat het vijf jaar geleden anders was.’ (blz. 40)

Ilja houdt Feo en haar moeder op de hoogte van wat er in het leger gebeurt. Op een dag staat hij opeens buiten adem bij het huis. Het leger van Rakov komt eraan…

‘Over hoeveel minuten precies?’ Marina stond in de deuropening.
‘Mama,’ zei Feo, ‘Broospoot…’
‘Ik heb het gehoord. Het is goed, liefje; niet in paniek raken.’ Haar moeders stem klonk scherp, maar haar aanwezigheid in de kamer maakte het meteen makkelijker om adem te halen. Ze draaide zich om naar Ilja. ‘Hoelang hebben we?’
‘Ik heb zo snel geskied als ik kon, maar zij zijn te paard. Of met de slee. Het is, ik weet niet, een halfuur. Ik ben niet goed in tijden. Misschien maar tien minuten.’
‘Dank je.’ Marina hurkte neer voor haar dochter en trok haar in een te stevige omhelzing. ‘Weet je nog van ons plan?’
‘Mijn tas staat bij de achterdeur.’ Feo had niet gedacht dat ze hem nodig zou hebben. Ze probeerde zich te herinneren wat ze erin had gestopt. Ik had het serieuzer moeten nemen, bedacht ze. Het had zo onmogelijk geleken dat er ooit iets zou veranderen. Thuis had eeuwig geleken.
‘Ilja, wil jij de wacht houden?’ zei Marina. ‘Geef een brul als je ze ziet komen.’
‘Tot uw orders, mevrouw!’ Ilja salueerde en vertrok om ergens te gaan staan waar hij de weg naar het huis kon zien.
‘Feo, kleed je aan. Jij rent naar de kapel. Wacht daar op me. Ik zal ze hier zo lang bezighouden dat jij de wolven bij elkaar kunt roepen, daarna kom ik. We lopen naar het zuiden en dan verder naar Moskou. Weet je nog?’
‘Ja.’ Feo veegde haar gezicht af met haar haar. ‘Natuurlijk.’
‘Snel dan, schat.’
Feo’s vingers werkten niet mee bij het aantrekken van haar dikste rok en warmste laarzen. Ze pakte een hemd uit haar moeders kamer en trok dat aan. Het was groot, maar van dikkere wol dan dat van haarzelf. Daaroverheen deed ze haar gebreide trui en rode cape.
Er klonk een kreet bij de deur: Ilja’s stem. De deur knalde open. Het huis was donker. Feo rende haar kamer uit, de gang in. Er klonk gebrul, geluid van brekende dingen en zware laarzen.
Vier brandende toortsen, vier soldaten. Hun gezichten waren in de schaduw, maar het waren reuzen – oudere mannen met een verweerde huid – en ze hadden geweren. Eén blafte een bevel en de anderen begonnen lampen kapot te gooien, ramen in te slaan met de kolf van hun geweer. Feo drukte zich tegen de muur met een hart dat woest tekeerging in haar borst. Ze rende terug naar haar kamer en greep een ski.
Ze hoorde rennende voeten, de stem van haar moeder in de woonkamer en daarna een schreeuw van pijn: van een man.
Feo greep de ski stevig vast en stormde de gang door naar de woonkamer. Ze zag haar moeders silhouet met haar rug tegen de muur, zwaaiend met haar mes.
Feo zwaaide wild met haar ski om zich heen. De kamer was halfdonker, maar de man die haar wilde grijpen, had de handen en tabaksgeur van Rakov. Ze zwaaide weer, nu helemaal in het rond, en struikelde in het donker. Rakov proestte, misschien van boosheid, maar het klonk als lachen.
‘Lach… niet!’ Feo trok haar bovenlip op en liet haar tanden zien. Ze draaide de ski in haar handen andersom, hield hem met de scherpe punt vooruit, stootte deze keer naar voren en stak. (blz. 46)

De moeder van Feo wordt meegenomen. Feo wil haar redden. Ilja wil haar daarbij helpen. Samen met de wolven gaan ze op pad. Op weg naar de gevangenis waar Feo’s moeder naartoe gebracht is. Zal het Feo lukken om haar moeder vrij te krijgen?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
gekregen van de uitgeverij om er een recensie over te schrijven
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk
Welke steekwoorden passen bij het boek?
avontuurlijk, spannend, verrassend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
Nee, er staan geen illustraties in het boek
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
Zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
Feo is de hoofdpersoon
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
Ik wil Feo en de wolven ontmoeten, want het lijkt me heel bijzonder om wolven van dichtbij te zien
Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af in de winter in een dorpje in Rusland
Wat vind je leuk aan dit boek?
Het is een spannend avonturenverhaal met wolven
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
Het is best een zielig verhaal
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
Nee
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Dit is een leuk boek voor iedereen die houdt van winterse avonturenverhalen
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen

Tip

Op zoek naar meer informatie over de schrijver, illustrator en/of vertaler? Zoek via Google of hij/zij een eigen website heeft. Je kunt ook kijken op de website van de uitgeverij of op de websites van Jeugdbibliotheek, Jeugdliteratuur, Leesfeest

Geef een reactie