Ellen van Velzen – Jonge Vlieger

geplaatst in: ★★★★☆, 10+, recensie | 0
Ellen van Velzen – Jonge Vlieger

Zolang de inwoners zich kunnen herinneren, is het dorp waar Jani woont omringd door honderden vliegers, die dag en nacht in de lucht worden gehouden door twee mysterieuze vliegeraars: Oude Vlieger en Nieuwe Vlieger. Zij beschermen het dorp van oudsher tegen duistere krachten uit het woud, maar in het dorp worden ze niet meer helemaal serieus genomen. Want wie gelooft nou nog echt in het grote kwaad dat het dorp bedreigt? Als Jani wordt verkozen tot Jonge Vlieger, en door de twee vliegeraars wordt ingewijd in de geheimen van de vliegers, begrijpen zijn leeftijdsgenoten nog maar weinig van hem. Hij wordt het mikpunt van spot, tot de dreiging uit het woud opdoemt.

Informatie over het boek
Schrijver: Ellen van Velzen
Titel: Jonge Vlieger
Uitgeverij: Lemniscaat
Jaartal: 2013
Bladzijden: 224
Genre: avonturenverhaal, sprookjes
Leeftijd: 12+
Bekijk alle recensies en meer informatie over dit boek

Luister naar het begin van dit boek...

Mijn samenvatting

Het begon op een heldere zomeravond die niets liet merken van wat op komst was.
Maan en ik liepen over de velden, op weg naar huis na een lange dag zwoegen op de akkers. De zon stond laag boven de bergen en de wind joeg warm over de velden. Hoog boven ons gierden zwaluwen op zoek naar muggen. Vanaf het dorp dreef het gemekker van geiten op ons af. Verder was het een stille avond. Anders had ik het plotselinge geluid van druk pratende stemmen misschien niet eens opgemerkt.
Verbaasd keek ik om. Een donkere figuur stapte heftig gebarend uit de schaduwen van het woud – Boom de houthakker. Naast hem herkende ik tot mijn verwondering de kleine, gebogen gestalte van Ouwe Vlieger.
‘Kom op, Jani.’ Maan trok ongeduldig aan mijn mouw. ‘Het wordt zo donker, laten we naar het plein gaan…’
‘Dat is Ouwe Vlieger,’ zei ik, vol ontzag. ‘Wat doet die daar?’
‘Weet ik veel.’ Ze begon me nu mee te trekken. ‘Misschien zijn ze een vlieger verloren. Wat maakt het uit? Schiet nou op, Jani…’ (blz. 6)

Jani is nieuwsgierig en probeert de mannen te volgen naar de herberg. Dat lukt niet. De deur wordt voor zijn neus dichtgeslagen. De volgende ochtend wordt bekend dat Ouwe Merel, een oudere vrouw uit het dorp, het woud was ingegaan om de houthakkers te zoeken, maar ze is overleden doordat er een boom op haar viel. Jani denkt dat er iets anders aan de hand is.

In een poging mezelf van die akelige gedachten af te leiden keek ik omhoog naar de hemel. Ik pikte meteen mijn favoriete vlieger tussen de talloze andere uit – recht boven me, bijna precies in het midden. Een rode vlinder, scherp afgetekend tegen het helblauw van de hemel, de gouden ogen schitterend als vuur wanneer de zon erop viel. Het was lang niet de grootste vlieger; dat waren de sneeuwwitte diamantvormen die aan de hoeken van het dorp waren gespannen. En misschien was het niet eens de mooiste – het was onmogelijk te zeggen welke mooier was dan alle anderen. Maar die gouden ogen hadden iets bijzonders, iets waardoor ik er bijna niet van kon wegkijken. Iets wat mijn blik telekns weer naar de hemel trok.
Hoe schitterend de vliegers ook waren, vandaag konden ze mijn aandacht niet lang vasthouden. Voor de zoveelste keer dacht ik terug aan Boom en Ouwe Vlieger. En aan de verhalen die op donkere, koude winteravonden door Ouwe Vlieger – en heel af en toe door Nieuwe Vlieger – werden verteld. Verhalen over vroeger tijden en over de wijde wereld buiten het dorp; vreemde verhalen over plaatsen en wezens die niemand ooit had gezien.
Mijn gedachten voerden verder naar wat ik had gehoord over de laatste mensen die zich buiten het dorp hadden gewaagd en niet waren teruggekeerd – geen prachtige lange vertellingen zoals die van de vliegeraars, maar gefluisterde geruchten. Dat ze door dwaallichtjes waren meegevoerd en in een moeras waren verdronken. Dat ze door een basilisk waren versteend en nog steeds ergens stonden, eenzaam en verlaten, mijlenver voorbij het woud. Dat ze waren gegrepen door draken of weerwolven of door een van de talloze andere wezens die daarbuiten rondliepen, misschien zelfs in het woud… (blz. 11)

Jani is gefascineerd door de vlieger en dat vinden andere mensen maar raar. Op een dag komt hij Ouwe Vlieger tegen. Die heeft ook gezien dat Jani vaak naar de vliegers kijkt.

‘Vind je ze mooi, Jani?’ Ouwe Vlieger keek me heel even aan voor hij zijn aandacht weer op de hemel richtte. ‘De vliegers. Ik zie je zo vaak omhoogkijken. Vind je ze mooi?’
Ik knikte heftig. ‘Ik vind ze prachtig. Ze zijn zo…’ Ik kon geen woorden vinden.
‘Magisch?’
Het was een woord dat ik alleen kende uit zijn verhalen, maar het omschreef wat ik voelde – waarom ze mijn blik steeds weer naar de hemel trokken. ‘Magisch,’ herhaalde ik zacht.
Ouwe Vlieger knikte. ‘Er zijn niet veel mensen die het begrijpen, weet je. Iedereen weet hoe belangrijk de vliegers zijn, maar er zijn er maar heel weinig die werkelijk voelen wat ze betekenen.’ Hij schonk me een korte, vriendschappelijke glimlach. ‘En al helemaal niet op jouw leeftijd. Volgens mij ben je een zeldzaam jong persoon, Jani.’
Mijn gezicht werd opnieuw vuurrood en op slag voelde ik me wer verschrikkelijk verlegen. Zelfs mijn moeder, die genoeg van me hield om me het verlies van mijn vader te doen vergeten, zei altijd dat ik beter was in dromen dan in werken. En in de ogen van de andere kinderen was ik al helemaal nergens goed voor.
De stilte duurde voort tot Ouwe Vlieger plotseling vroeg: ‘Wil je proberen de vlieger te besturen?’ (blz. 16)

Natuurlijk wil Jani dat! Ouwe Vlieger vertelt hem wat hij moet doen. Jani voelt zich ontzettend blij. Ouwe Vlieger vraagt of hij de volgende dag bij de vliegeraars op bezoek wil komen. Misschien kan hij ze helpen met wat klusjes. Ouwe Vlieger zal aan de moeder van Jani vragen of ze dat goed vindt. Dat vindt ze goed, maar Jani merkt dat ze hier ook verdrietig over is. Ze vraagt Jani of hij zeker weet dat hij bij de vliegeraars wil werken. De vliegeraars worden door de dorpelingen beschouwd als vreemde mensen en ze wil niet mensen ook Jani beschouwen als vreemd. Maar Jani wil dit dolgraag doen. De volgende ochtend gaat hij naar de vliegeraars en hij vindt het er geweldig. Ze vertellen hem wat vliegeraars doen, laten het boek over de vliegers zien en hij mag mee op de ronde door het dorp. Al snel komt Jani hier elke dag en denkt hij erover om later ook vliegeraar te willen worden. Dan mag Jani op een dag helpen bij het oplaten van een gerepareerde vlieger. Ouwe Vlieger waarschuwt hem dat hij de vlieger nooit los mag laten…

Zelfs na zijn waarschuwing was ik niet voorbereid op de kracht waarmee ik naar voren werd getrokken. Ik kon maar heel even op de grond blijven; toen had het al geen zin meer om me schrap te zetten. De vlieger trok me naar voren met een klap die door mijn armen dreunde. Ik gilde uit alle macht toen ik hulpeloos de lucht in werd getild.
‘Rustig! Ik heb je, jongen.’ Nieuwe Vliegers armen sloten zich om mijn middel en met een ferme ruk trok hij me terug naar de vaste grond. Mijn armen schreeuwden voor de tweede keer van pijn door de plotselinge klap, en deze keer slaagde ik er niet in vast te houden. Met een gevoel van diepe afschuw voelde ik de handvatten uit mijn vingers glippen. Toen was de druk weg en viel ik tegen Nieuwe Vlieger aan, die me met een doordringende schreeuw losliet.
Volledig ontdaan staarde ik omhoog. Nieuwe Vlieger sprong op de spoel af, die nu met een geweldige kracht de lucht in werd gezwiept. Hij kwam veel te laat. De vlieger maakte een sprong en begon in een razend tempo te klimmen. Met een klap die de balustrade deed trillen bereikte hij het einde van het touw.
Alles stond strak en stil. Toen knapte het touw, even gemakkelijk en breekbaar als spinrag. Mijn maag draaide zich om terwijl ik toekeek hoe de vlieger omhoogdreef, hulpeloos verloren op de wind, en tussen de andere vliegers verdween. (blz. 76)

Dit is verschrikkelijk! Jani kan wel huilen om wat er is gebeurd. Nieuwe Vlieger is vreselijk boos en geeft hem een pak slaag. Jani wil nu helemaal geen vliegeraar meer zijn, maar om het verlies van de vlieger goed te maken moet hij, zonder hulp van de vliegeraars, een nieuwe vlieger maken. Zal het Jani lukken om een vervangende vlieger te maken? Hoe lang zal hij hiermee bezig zijn? Is het dorp met een vlieger minder ook goed beschermd? Heeft Jani zijn droom om vliegeraar te worden weggegooid?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Zelf gekocht
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk
Welke steekwoorden passen bij het boek?
geheimzinnig, spannend, verrassend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
Nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
Zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
De hoofdpersoon is Jani
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
Ik wil de vliegeraars graag ontmoeten en de vliegers in het echt zien
Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af in het dorp waar Jani woont
Wat vind je leuk aan dit boek?
Het is een zielig en spannend verhaal
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
Ik vind het zielig dat Jani gepest wordt
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
nee
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Dit is een leuk boek voor iedereen die houdt van een zielig en spannend verhaal
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen

Tip

Ben je op zoek naar meer informatie over de schrijver, illustrator en/of vertaler? Veel van deze boekenmakers hebben een eigen website. Daarnaast vind je meer informatie op de websites van de uitgeverijen en op de websites van Jeugdbibliotheek, Jeugdliteratuur, Leesfeest, Literatuurplein

Dit vind je misschien ook leuk om te lezen

Geef een reactie