Sanne Rooseboom – Het Ministerie van Oplossingen en het veel te volle huis

Een fossiel, een glinsterend schrift, een antieke sjaal… Nina en Alfa vinden allerlei merkwaardige schatten op school. Die komen uit een huis in het bos dat zo vol met spullen staat, dat de deur niet meer opengaat. De meester van groep 3, die er is opgegroeid, is er wanhopig van. Nina, Alfa, Ruben en de stokoude mevrouw Vis en Tirza de Vries twijfelen geen seconde: dit is een zaak voor het Ministerie van Oplossingen! De kinderen besluiten de meester te helpen met het doorploegen van de troep. Dat huis moet leeg, zo snel mogelijk. Maar tussen de rommel liggen de schatten van de eigenaar, een uitvinder. En érgens in huis liggen bovendien de aantekeningen over zijn grote uitvinding, en die moeten snel worden gevonden. Terwijl de kinderen hard aan het werk gaan, luisteren de Zilvermannen ze af. Die uitvinding, die willen ze ook wel…

Boekinformatie
Schrijver: Sanne Rooseboom
Titel: Het Ministerie van Oplossingen en het veel te volle huis
Serie: Het Ministerie van Oplossingen #3
Uitgeverij: Van Goor
Jaartal: 2019
Bladzijden: 256
Illustrator: Mark Janssen
ISBN: 9789000362547
Genre: detective
Leeftijd: 10+

Lees dit boek
De leukste plek om een boek te kopen is een (kinder)boekwinkel. Als je toch online wilt kopen doe dat dan via één van deze linkjes (libris, bazarow, bol.com) en ondersteun mijn website. Liever een luisterboek? Kijk dan op storytel, luisterbieb, luisterrijk of bol.com. Of leen het boek bij de bibliotheek in Nederland of in België

Klik hier voor meer informatie over dit boek én alle recensies

Luister naar het begin van dit boek...


Mijn samenvatting

Ik weet niet waar ik moet beginnen.
Nina bladerde door de rest van het opschrijfboek. Leeg.
‘En?’ vroeg Alfa. ‘Wat staat er? Is het een geheim? Een schatkaart?’
‘Er staat: Ik weet niet waar ik moet beginnen,’ zei Nina. Ze leunde tegen de lange wasbak die aan de muur van de schoolwc’s hing. ‘Alleen dat.’
‘O.’ Alfa keek teleurgesteld. ‘Waarom zou je dat in zo’n mooi boekje schrijven?’
Nina haalfde haar schouders op. Ze had het glanzende schrift in de gymzaal gevonden, zomaar op de dikke mat. Het had een blauwfluwelen kaft en deed haar denken aan het dagboek van een Japanse prinses, of het logboek van een piraat.
‘Mag ik eens kijken?’
Nina gaf het schrift aan Alfa.
‘Het is geen kinderhandschrift,’ zei Alfa. ‘Netter en minder net tegelijk. Maar het kan wel een kinderzin zijn. Ik weet niet waar ik moet beginnen. Dat schrijf je op als je van de juf een verhaal moet schrijven en het lukt niet.’
‘We gaan het op het hoofdkwartier verder onderzoeken.’ Nina stopte het schrift in de grote binnenzak van haar zomerjas. Ruben en mevrouw Vis hadden in al hun jassen binnenzakken genaaid, zodat ze altijd plek hadden voor geheime documenten of stiekeme voorwerpen. ‘We leggen het vanmiddag bij de andere rare schooldingen die we hebben gevonden.’
Alfa knikte. De pauzebel ging en ze liepen terug naar hun lokaal. (blz. 7)

Nina heeft een notitieboekje gevonden in de gymzaal. Er staat niet veel in, maar de zin ‘Ik weet niet waar ik moet beginnen’, maakt Nina en Alfa erg nieuwsgierig. Ze besluiten het mee te nemen naar het hoofdkantoor van het Ministerie van Oplossingen en het te bespreken met mevrouw Vis en Ruben. De volgende dag gaan Nina en Alfa naar de schoolbibliotheek om op de computer op zoek te gaan naar informatie over het gevonden notitieboekje.

Nina pakte een stoel en ging zitten. Maar nog voordat ze haar handen op het toetsenbord had gezet, liep er iemand achter haar langs die een wolkje houterige, kruidige geur meedroeg.
Ze stootte Alfa aan en fluisterde: ‘Ik rook de geur van het opschrijfboek.’ Ze keek om zich heen, maar er was niemand meer te zien.
Alfa wees naar de boekenkast. Aan de andere kant pakte iemand een boek van de plank. Nina zag een stukje hand. Ze stond voorzichtig op en zetten een stap naar de kast toe. Het boek werd opegenslagen, ze hoorde dat iemand bladzijden, omsloeg.
Toen klonk een diepe zucht. ‘Ik weet gewoon niet waar ik moet beginne,’ fluisterde een mannenstem.
Nina’s mond viel open. De zin uit het schrift! Iemand zei de zin uit het schrift! Ze staarde Alfa aan. Die keek met grote ogen terug. Het boek werd teruggezet op de plank en er klonken voetstappen.
Nina liep snel om de kast heen en zag een man weglopen. Ze sloop een paar stappen verder, de bieb uit, en zag hem het lokaal van groep 3 in gaan. Ze liep snel terug naar Alfa.
‘Het was een meester!’ fluisterde ze. ‘Die nieuwe meester van groep 3.’
Alfa hield een boek omhoog. ‘Hier bladerde hij doorheen, over fossielen en halfedelstenen. We moeten met hem praten.’
‘Nee,’ zei Nina zacht. ‘We moeten hem stiekem volgen.’
Toen ging de bel. (blz. 28)

Er loopt iemand langs en ze herkennen de geur van het notitieboek. Snel pakken ze hun spullen en gaan achter deze persoon aan. Het is de nieuwe meester van groep 3. Als de school uit is besluiten ze de meester te volgen.

Nina keek om zich heen. Er was helemaal niemand in het bos, maar verderop hadden mensen gereden op het fietspad. Toen ze weer voor zich keek, zag ze dat de meester zijn rug strekte, zijn handen op zijn knieën legde, en zich een stukje oprichtte. Toen zwakte hij weer terug op het gras.
‘Hij doet raar,’ zei ze zachtjes.
‘Nee, ik weet wat hij doet!’ fluisterde Alfa. ‘Toen mijn ouders vroeger ruziemaakten deed ik dit ook. Dan moest ik naar beneden voor het eten, maar ik bleef op m’n bed zitten.’
Nina keek haar vriendin vragend aan.
Alfa wees naar de meester. ‘Hij zit moed te verzamelen.’
Ze staarden in stilte naar het moedverzamelende achterhoofd van de meester.
‘Misschien heeft hij ruzie met degene die in het huis woont,’ zei Nina toen. Ze keek nog eens goed. Het huis zag er op het eerste gezicht schattig uit, omringd door gras en hoge bomen. Maar de verf bladderde van de vensterbanken, er misten dakpannen en er groeide zo veel klimop tegen de muur dat één raam er bijna achter was verdwenen. ‘Er is iets met die gordijnen.’
‘Ze hangen niet,’ zei Alfa, ‘ze zitten tegen de ramen geplakt.’
Op dat moment kwam de meester in beweging. Hij stond op van het gras, pakte zijn rugzak en haalde een sleutelbos uit de zak van zijn spijkerbroek. In een paar passen was hij bij de voordeur. Hij stak de sleutel in het slot en duwde de deur een stukje open. Hij pakte zijn rugzak en wurmde die naar binnen. Daarna duwde hij een paar met zijn rechterheup en -schouder tegen de deur, totdat er genoeg ruimte was om zelf naar binnen te schuiven. Hij verdween het huis in en trok de deur achter zich dicht. (blz. 33)

Ze kloppen aan met een smoesje: of hij misschien Lego heeft voor een goed doel. De meester herkent hen niet en gaat kijken. Ze mogen binnen komen.

Het eerste wat Nina opviel, was de muur van dozen. Tot aan het plafond van het halletje stonden torens van uitdijende dozen en kratten met daartussen een dun paadje. Het was of ze door het landschap liep van een donker sprookje. Ze leunde met een hand op de schouder van Kai, die voor haar uit liep. Het was binnen niet veel koeler dan buiten. Een stoffige, zware geur van muf karton en natte kelder hing als een rookwolk om alles heen. Door de benauwde lucht werd Nina bijna écht onwel. De gang was schemerig, en de voetstappen van Isaac klonken gedempt.
‘Kom naar naar de woonkamer,’ zei meester Isaac. ‘Hier kun je zitten. Ik zou graag sorry zeggen voor de puinhoop, maar het is mijn schuld niet.’ (blz. 61)

Wat is er aan de hand met dit huis? Wat is de meester aan het doen? Heeft hij misschien hulp nodig van het Ministerie van Oplossingen?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Geleend bij de bibliotheek
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk, Ik heb al andere boeken van deze schrijver gelezen, Ik heb al andere boeken uit dezelfde serie gelezen
Welke steekwoorden passen bij het boek?
avontuurlijk, geheimzinnig, spannend, verrassend
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
De kleine zwart-wit illustraties zijn gemaakt door Mark Janssen. Deze illustraties staan aan het begin van een hoofdstuk en laten iets zien wat bij dat hoofdstuk past
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
De hoofdpersonen zijn Nina en Alfa
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
Ik zou Nina wel willen ontmoeten, want ze lijkt me een leuk en grappig meisje
Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af in de stad waar Nina en Alfa wonen
Wat vind je leuk aan dit boek?
Ik vind het leuk dat het een spannend en avontuurlijk verhaal is waarbij ook maatschappelijke problemen worden opgelost
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
Dat ik het zo snel uit had
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
Dit is het derde deel over het Ministerie van Oplossingen en het blijft leuk om de avonturen van Nina en Alfa te lezen
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Dit is een leuk boek voor kinderen vanaf een jaar of 10 die houden van avontuurlijke verhalen
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen, Ik wil het volgende boek uit deze serie lezen

Tip

Op zoek naar meer informatie over de schrijver, illustrator en/of vertaler? Zoek via Google of hij/zij een eigen website heeft. Je kunt ook kijken op de website van de uitgeverij of op de website van Jeugdbibliotheek

Geef een reactie