Marieke Lucas Rijneveld – De avond is ongemak

geplaatst in: ★★★★☆, 18+, recensie, voorleesfragment | 0
Marieke Lucas Rijneveld – De avond is ongemak

"De avond is ongemak' van Marieke Lucas Rijneveld is het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies. Vader en moeder zijn volledig verlamd door verdriet en zien niet hoe Jas en haar zusje Hanna en haar broer Obbe ondertussen langzaam ontsporen.

Boekinformatie
Schrijver: Marieke Lucas Rijneveld
Titel: De avond is ongemak
Uitgeverij: AtlasContact
Jaartal: 2018
Bladzijden: 270
Genre: zonder genre
Leeftijd: 18+

Lees dit boek
De leukste plek om een boek te kopen is de (kinder)boekwinkel. Als je toch online wilt kopen doe dat dan via een linkje hieronder en ondersteun deze website. Of leen het boek bij de bibliotheek in Nederland of in België
bol.com | eboek (bieb NL) | eboek (bib B)
Klik hier voor meer informatie over dit boek en alle recensies

Luister naar het begin van dit boek...


Mijn samenvatting

Ik was tien jaar en deed mijn jas niet meer uit. Die ochtend smeerde moeder ons een voor een in met uierzalf tegen de vrieskou, die kwam uit een geel blik van Bogena en werd normaal gesproken alleen gebruikt tegen kloven, eeltringen en bloemkoolachtige knobbeltjes op de spenen van de melkkoeien. De deksel van het blik was zo vettig dat je hem er alleen met een theedoek af kon draaien; het rook naar gaargestoofd uierboord, dat in dikke sneden besprenkeld met zout en peper weleens in een pan met bouillon op het fornuis stond en waar ik van gruwelde, net als van de stinkende zalf op mijn huid. Toch zette moeder haar dikke vingers in ons gezicht als in een kaas waar ze aan voelde en op klopte om te kijken of de korst aan het rijpen was. Onze bleke wangen glommen in het licht van het keukenpeertje, dat onder de vliegenkak zat. Er moest al jaren een lampenkap komen, een mooie met bloemen, maar als we er in het dorp een zagen, wilde moeder nog wat verder kijken. Dat deed ze nu al drie jaar. Die morgen, twee dagen voor kerst, bleef ik haar vettige duimen in mijn oogkassen voelen en even was ik bang geweest dat ze te hard zou duwen, dat mijn oogballen als knikkers naar binnen zouden rollen. Dat ze zou zeggen: ‘Dat komt er nou van als je altijd zo afdwaalt en nooit eens je blik op stil houdt, zoals een goede gelovige doet die opkijkt naar God alsof de hemel ieder moment kan openbreken.’ Maar de hemel brak hier alleen open door een sneeuwbui, niets om dommig naar te blijven staren. (blz. 8)

Dit meisje woont met haar ouders, twee broers en zusje op een boerderij. Het is winter en het heeft gevroren. Ze wil graag gaan schaatsen, met haar broer Matthies mee, maar ze mag niet van haar ouders. Matthies gaat met zijn vrienden schaatsen. Als het donker wordt is hij nog steeds niet thuis. Dan komt de veearts met een slecht bericht.

‘Hij is toch niet dood,’ zei moeder tegen de veearts. Ze kwam overeind van de badrand en haalde haar hand uit een lichtblauw washandje, ze wilde net Hanna’s billen doen, anders liep ze kans op wormen, die maakten gaatjes in je als in koolbladeren. Ik was oud genoeg om er zelf voor te zorgen dat ik geen wormen kreeg, en klemde mijn armen om mijn knieën om minder bloot te lijken nu de veearts zonder te kloppen de badkamer ineens binnen was gekomen. Met gehaaste stem zei hij: ‘Vlak bij de overkant, door de vaargeulen, was het ijs veel te zwak. Hij reed lang aan kop, niemand zag hem meer.’ Meteen wist ik dat dit niet over mijn konijn Dieuwertje ging, dat zat zonet nog gewoon in zijn hok van het wortelloof te knagen. En de veearts klonk ernstig. Hij kwam vaak over de vloer om het over de koeien te hebben. Er kwamen hier maar weinig mensen die niet voor de koeien kwamen, maar dit keer klopte het niet, hij had de runderen nog niet één keer genoemd, ook niet als hij ons – de kinderen – er eigenlijk mee bedoelde en vroeg hoe het met de koeien ging. Toen hij zijn hoofd liet hangen, strekte ik mijn bovenlichaam om door het raampje boven de badkuip te kijken. Het begon al te schemeren, een groep diakenen in het zwart kwam steeds dichterbij, totdat ze hun armen om ons heen zouden slaan; zij kwamen hoogstpersoonlijk iedere dag weer de avond brengen. Ik hield me voor dat Matthies de tijd was vergeten, dat gebeurde wel vaker en daarom had hij van vader een horloge gekregen met een lichtgevend uurwerk, dat hij nu vast per ongeluk ondersteboven droeg, of hij was nog de kerstkaarten aan het rondbrengen. Ik liet me terugzakken in het badwater en legde mijn kin op mijn vochtige armen, gluurde tussen mijn wimpers door naar moeder. (blz. 14)

Matthies is onder het ijs terecht gekomen en verdronken. Het leven op de boerderij verandert. Haar vader heeft alleen nog maar aandacht voor de dieren en haar moeder heeft voor niemand meer aandacht.

Niet één keer raakt moeder me aan als ze de omelet verdeelt, ook niet per ongeluk. Ik zet een stap achteruit en nog een. Verdriet gaat in je wervelkolom zitten, moeders rug wordt steeds krommer. Dit keer ontbreken er twee borden: die van Matthies en die van moeder. Ze eet niet meer met ons mee, al maakt ze voor de vorm een boterham voor zichzelf klaar en zit ze nog wel aan de kop van de tafel tegenover vader; met argusogen kijkt ze toe hoe we de vork naar de mond brengen. Even zie ik het dode kindje voor me en de Grote Boze Wolf waarover oma ons vroeger vertelde als we bij haar logeerden en ze ons instopte onder een paardendeken die in je hals kriebelde. Bij de Boze Wolf knipten ze op een dag zijn buik open om de zeven geitjes te redden en legden er keien voor in de plaats en naaiden zijn buik weer dicht. Bij moeder hebben ze er ook vast een steen voor teruggelegd, bedenk ik, daardoor is ze soms zo hard en koud. (blz. 38)

Het leven op de boerderij wordt zwaarder.

Mijn zusje is de enige die begrijpt waarom ik mijn jas niet meer uitdoe. En de enige die oplossingen probeert te verzinnen. We vullen er onze avonden mee. Soms ben ik daardoor bang voor het moment dat een van haar oplossingen gaat werken, dat ik mijn zusje dan iets ontneem, want zolang we verlangens hebben zijn we veilig voor de dood, die als de verstikkende geur na een dagje gieren om de schouders van de boerderij hangt. Daarbij wordt mijn rode jas steeds valer, net als het beeld van Matthies. En nergens in huis hangt nog een foto van hem, alleen zijn melktanden, waar aan sommige nog opgedroogd bloed zit, staan in een klein houten potje in de vensterbank. Als een belangrijk geschiedenisproefwerk probeer ik hem iedere avond voor de geest te halen, zijn gelaatstrekken uit mijn hoofd te leren – net als de leus ‘liberté, égalité, fraternité’, die ik constant herhaal om iets van kennis bij me te dragen en die het goed doet op grotemensenfeestjes –, bang voor het moment dat ik andere jongens in mijn hoofd krijg en mijn broer daartussen verdwaalt. Mijn jaszakken zijn zwaar van alle spullen die ik verzamel. Hanna buigt zich over mij heen en houdt me een handje zoute popcorn voor: een offer om goed te maken dat ze het zonet niet voor mij opnam. Had ik haar maar van het bed geduwd, dan leefde Tiesje misschien nog. Ik heb nu geen zin om met haar te praten. De enige die ik nu zou willen zien is vader of moeder, en dat ze zeggen dat ik niets verkeerd heb gedaan. Maar vader komt niet. Hij zegt nooit ‘sorry’. Hij krijgt het woord niet over zijn schrale lippen, enkel Gods woord rolt er gemakkelijk uit. Je merkt pas dat iets weer goed is als hij tijdens het eten aan je vraagt om het broodbeleg door te geven. Dan moet je blij zijn dat je hem weer de rinse appelstroop mag aanreiken, al zou ik soms de stroop liever met mijn mes over zijn gezicht uit willen smeren, zodat onze blikken aan hem blijven plakken, zodat hij ziet dat de drie koningen het Oosten niet kunnen vinden. (blz. 45)

De zussen bedenken een plan. Ze kunnen alleen weg van de boerderij als ze gered worden. Maar hoe vind je iemand die jou kan redden? Zal het leven wat lichter worden?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Geleend bij de bibliotheek
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk, dit boek was genomineerd voor de ANV Debutantenprijs 2019 en ik zit in de lezersjury
Welke steekwoorden passen bij het boek?
fascinerend, ontroerend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
Nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
Zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
De hoofdpersoon is Jas
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
Nee, ik wil niemand ontmoeten
Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af op de boerderij in Zeeland waar Jas met haar ouders, broers en zus woont
Wat vind je leuk aan dit boek?
Ik vind het interessant om te lezen hoe Jas tegen het leven aan kijkt en het opgroeien in een zwaar-christelijk gezin
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
Ik vind het niet leuk dat de ouders weinig belangstelling tonen voor hun kinderen
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
Dit boek was genomineerd voor de ANV Debutantenprijs 2019
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Voor iedereen die houdt van een psychologisch verhaal over opgroeien
Wil je het boek nog een keer lezen?
Weet ik niet

Recensies

Heb jij dit boek gelezen? Of een ander leuk boek? Klik op de oranje knop en vul het vragenformulier in
Dat is alles wat jij hoeft te doen om een recensie te schrijven...


Schrijf zelf een recensie

Tip

Ben je op zoek naar meer informatie over de schrijver, illustrator en/of vertaler? Veel van deze boekenmakers hebben een eigen website. Daarnaast vind je meer informatie op de websites van de uitgeverijen en op de websites van Jeugdbibliotheek, Jeugdliteratuur, Leesfeest

Geef een reactie