Lucia van den Brink – Niemand zoals hij

Renke heeft haar opa Pieter al een tijd niet gezien als ze op een dag pakketjes van hem ontvangt, met Post-its, origami kraanvogels en dagboekfragmenten. Opa Pieter is naar Japan vertrokken nadat hij gediagnosticeerd was met de spierziekte als. Waar Renke alle tijd van de wereld heeft, weet hij dat zijn dagen geteld zijn. Hij probeert er het beste van te maken en wil karatetraining volgen bij zijn vriend Yamada. Doordat hij langzaamaan afscheid moet nemen, krijgt de schaduwzijde van zijn persoonlijkheid soms de overhand. Op die momenten schrijft hij in zijn dagboek. Als Renke haar baan verliest, reist ze opa achterna in een ultieme poging hem nog te leren kennen. In Nederland was ze dagelijks bezig met het delen van haar leven op haar blog en socialmediakanalen, maar tijdens haar reis komt ze er juist achter dat niet alles te delen valt. Hoe graag ze dat ook wil.

Boekinformatie
Schrijver: Lucia van den Brink
Titel: Niemand zoals hij
Uitgeverij: Ambo|Anthos
Jaartal: 2020
Bladzijden: 240
Genre: zonder genre
Leeftijd: 18+

Lees dit boek
De leukste plek om een boek te kopen is een (kinder)boekwinkel. Of leen het boek bij de bibliotheek. Als je toch online wilt kopen doe dat dan via bol.com of bazarow en ondersteun mijn website. Luisterboeken kun je kopen bij luisterrijk of bol.com.
- koop dit boek bij bol.com
- e-boek bij de bibliotheek (NL)
ikvindlezenleuk knop andere recensies lezen

Mijn samenvatting

De envelop heeft al die tijd in haar tas gezeten. Tussen de koekkruimels, supermarktbonnen en de rol stophoest van vorige winter. Ze heeft de envelop gisterenmorgen onderweg naar haar werk uit de brievenbus meegepakt, en in de haast was ze hem weer vergeten.
Ze legt de envelop naast haar laptop. Collega’s staan bij het koffieapparaat te kletsen en Jozien, schuin tegenover haar aan het bureaublok, zit al ijverig te typen. Renke bekijkt de envelop. Er lijkt meer in te zitten dan alleen een brief, want in het midden zit een bolling. Op de voorkant staat haar adres in priegelige blokletters geschreven, maar het handschrift herkent ze niet. Op de achterkant staat geen retouradres. In het hoekje zit een postzegel met Aziatische karakters geplakt.
Ze scheurt de envelop open en er valt een rood propje uit. Ze pakt het op, weegt het in haar hand. Wanneer ze er beter naar kijkt, ziet ze dat de vouwen niet willekeurig zijn. Het propje heeft vleugels, een kop en een staart. Ze friemelt aan de uiteinden en langzaam krijgt het papier meer volume, alsof het eindelijk de ruimte neemt die het nodig heeft.
Het is een gevouwen kraanvogel. Origami. Een kraanvogel zoals opa die vroeger voor haar maakte. De zeldzame keren dat ze elkaar zagen liet ze haar rapport aan hem zien en kreeg ze een briefje van vijf euro, gevouwen in de vorm van een kraanvogel. ‘Als je er duizend spaart, brengt dat geluk,’ zei hij dan. Ze had destijds voor een snellere vorm van geluk gekozen: snoep uit de supermarkt.
Haar telefoon trilt. Het oplichtende scherm vertelt wat haar eerste taak voor vandaag is. Haar manager Paul loopt het kantoor binnen. Zelfs op casual friday draagt hij een wit overhemd. Ze start snel het computerprogramma op. Ze wil een goede indruk maken, want vanmiddag heeft ze haar contractbespreking. (blz. 2)

Renke werkt bij een marketingbedrijf. Ze heeft zometeen een afspraak met een klant. Op het moment dat de klant aanbelt gaat ook haar telefoon. Het is een journalist van een tijdschrift die wat vragen heeft over haar blog. Ze vraagt een collega om de klant binnen te laten en gaat naar de wc voor het interview.

‘Ik zie dat je veel post. Is je online leven zo belangrijk voor je?’
Het lijkt of er een oordeel achter de vraag schuilt. Renke antwoordt behoedzaam. ‘Ik weet dat het virtueel is, al die likes, volgers en bezoekers, maar het geeft me toch een goed gevoel om op die manier continu met mensen in contact te zijn.’
‘Ben je dat graag?’
‘Ik ben iemand die onrustig wordt van een avondje alleen thuis. Ik heb dan het gevoel dat ik iets mis.’ ‘Waar komt dat vandaan, denk je?’
‘Weet ik niet,’ zegt Renke, want ze kan het niet vertellen.
‘O?’ reageert de journaliste.
Renke ziet plots haar moeder voor zich. Hoe zij soms zei dat anderen problemen hebben, maar hun gezin niet.
Dat is niet waar, het is anders, haar probleem heeft geen verhaal. Het is niet te omschrijven hoe het is om iets te missen wat je nooit hebt gehad. Iets wat je nooit hebt gehad, kun je niet missen, is de algemene gedachte.
‘Ik heb een soort innerlijke onrust,’ legt Renke uit. ‘Door een dualiteit in mij. Dat contrast gebruik ik.’ In het beste geval klinkt wat ze zegt mysterieus, maar in het ergste geval vreemd en vaag en indirect, alles waar ze niet van houdt.
‘En hoe eerlijk ben je online?’
Het lijkt of de journaliste opmerkt dat ze niet alles vertelt. ‘Het is niet zo dat ik álles online zet,’ zegt ze. ‘Ik plaats dezelfde vakantiefoto’s als iedereen, dat wel, maar dan met een eerlijke tekst eronder.’
‘Een ander geluid dus.’ De journaliste gaat er niet op door. In plaats daarvan vraagt ze hoe oud Renke is, alsof ze de vragen opleest van een blaadje. (blz. 4)

Als het interview voorbij is, wat langer duurde dan ze dacht, loopt ze naar de ruimte waar de klant zit. Ze ziet dat de klant druk in gesprek is met haar manager. Haar manager geeft aan dat ze niet meer nodig is bij dit gesprek. Even later, tijdens haar beoordelingsgesprek, krijgt ze te horen dat ze geen vast contract krijgt. Hij wenst haar veel succes met haar blog…

Binnen laat ze zich op de bank vallen en plaatst een bericht op LinkedIn (‘Gemotiveerde Contentstrateeg zoekt nieuwe uitdaging’). Wanneer ze het bericht ziet staan, haar tekst op de pagina, knaagt het. Ergens had haar manager gelijk. Iedere dag zou ze haar blog verkiezen boven haar werkzaamheden op kantoor, net als vandaag. En als ze zelf naar vacatures zoekt, weet ze dat ze beter andere bewoordingen kan gebruiken dan die waarmee ze zichzelf aanprijst (‘junior’, ‘content’, ‘fulltime’).
Hoe eerlijk ben je online? vroeg de journaliste nog.
Als ze echt eerlijk is, zou ze de foto van de champagnefles plaatsen. Een nieuw bijschrift is zo bedacht: ‘Gefeliciteerd! Je contract wordt niet verlengd’. Maar wie weet zou ze daarmee haar eigen glazen ingooien. Een toekomstige werkgever kan haar googelen en twijfelen aan haar functioneren.
Ze staat op, banjert door haar kleine studio, kijkt door het enige raam naar buiten en stuurt een bericht naar Claudia, maar die is niet online. Daarna probeert ze haar moeder, maar ook die reageert niet. Voor de zekerheid checkt ze VIVA.nl, maar tevergeefs. Er zijn ook nog geen reacties op haar oproep op LinkedIn. Nog niet.
Genoeg zo. Ze legt haar telefoon weg. Ziet een stapel afwas. Slingerende kleding. Open verpakkingen, kruimels en een stapel folders. Aan de mate van rommel valt af te lezen hoe druk ze het de afgelopen dagen heeft gehad. Hoeveel van haar tijd ze naar schermen heeft getuurd.
Renke hangt een jas aan de kapstok. Ze vouwt de plaid van de bank netjes op, veegt kruimels in haar hand, stapelt afwas op, maakt het aanrecht schoon, maar bewaart de afwas tot morgen. Ze pakt haar tas uit en vindt de kraanvogel, die zet ze op haar kleine eettafel.
Ze komt de brief weer tegen. Uit de envelop haalt ze een dubbelgevouwen papier. De zijkant van het papier heeft een gescheurde rand, alsof het ergens uit is getrokken. De brief is beschreven in een ander handschrift dan haar adres op de envelop. Dit handschrift is hoekig en alle letters staan uitgebalanceerd op de pagina. Het komt haar bekend voor. Onderaan staat groot ‘Pieter’ geschreven.
Opa. (blz. 9)

In de envelop zitten een paar dagboekfragmenten. Renke begint te lezen…

Bij de cursus werden we aangespoord een einde voor ons verhaal te bedenken, zodat we een punt hadden om naartoe te werken. Eigenwijs als ik was, sloeg ik dat advies in de wind. Ik wilde zien waar het verhaal me zou brengen. Dat leek me reëler, omdat de meesten van ons niet weten wanneer ons verhaal eindigt. En ik vroeg me af wat ik zou kiezen (als ik een keuze had): of ik zou willen weten hoe ik aan mijn einde zou komen of het liever gewoon zou laten gebeuren.
Afijn, niemand krijgt die keuze. Ik ook niet. Mijn einde begon bij de huisarts. Daarna volgden verschillende specialisten en ontelbare ziekenhuisbezoeken (bij wijze van spreken dan, het waren er vierendertig). Ik kreeg de diagnose Amyotrofische Laterale Sclerose. Beter bekend als ALS. Dat betekent dat mijn spieren een voor een zullen uitvallen. Gelukkig was ik er vroeg bij en kan ik alles nog. Af en toe heb ik wat vreemde krampen en spiertrillingen, maar daar valt vooralsnog goed mee te leven. Het belangrijkst is hoe ik ermee omga in mijn bovenkamer. Toen ik langzamerhand begon te beseffen wat ziek zijn zou betekenen, begon ik te tellen. In extreme mate ook.
Ik wist dat dit zo niet door kon gaan.
(blz. 11)

Regelmatig komt er weer een nieuwe brief met dagboekfragmenten van haar opa. Ook heeft hij geld overgemaakt naar haar bankrekening. Door de dagboekfragmenten komt Renke in contact met Greet, een vriendin van haar opa. Zij vertelt dat Renkes opa een jaar geleden naar Japan is verhuisd. Hij heeft een sportvisum kunnen krijgen, omdat hij op een internationaal karatetournooi voor veteranen had gewonnen.

Het oude centrum van Zoetermeer is het enige wat enigszins instagrammable is, dankzij een paar karakteristieke huisjes die schots en scheef staan. Ze kent ieder huisje, want ze leeft haar hele leven al rond dezelfde plekken, waar kleine dingen veranderen maar grote dingen hetzelfde blijven. Opa daarentegen heeft zijn leven totaal omgegooid en als ze eerlijk is, heeft hij op zijn zeventigste een avontuurlijker leven dan zij.
Dat idee om weg te gaan, alles achter te laten en opnieuw te beginnen brandt ook ergens in haar binnenste, maar omdat het zo contrasteert met het leven dat ze heeft en haar wens om alles hetzelfde te houden, denkt ze dat het niet háár verlangen is, maar dat van haar tweelingzusje, dat in haar doorleeft. Als ze zichzelf van een afstand bekijkt, is het alsof ze naar twee rivieren kijkt. Eén kalm en recht, leidend naar een stabiel leven, een kantoorbaan en wat vrienden. De andere woest golvend, een onzeker bestaan zonder vast inkomen als blogger, haar dromen najagend. Aan beide rivieren ontspringen vertakkingen, die soms dicht naar elkaar toe kruipen, maar elkaar nooit raken. Toch monden beide rivieren uit in hetzelfde eindpunt: de zee. (blz. 42)

Besluit Renke naar Japan te gaan? Zal ze haar leven veranderen? Hoe bevalt het haar opa in Japan?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
gekregen als recensieboek van de uitgeverij
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk
Welke steekwoorden passen bij het boek?
fascinerend, geheimzinnig, ontroerend
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
Renke is de hoofdpersoon
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
ik zou de opa willen ontmoeten en zien hoe hij leeft in Japan
Waar speelt het verhaal zich af?
het verhaal speelt zich af in Nederland en in Japan
Wat vind je leuk aan dit boek?
ik vind het leuk dat je langzaam maar zeker achter het verhaal van de opa van Renke komt, door de dagboekfragmenten die hij haar stuurt
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
ik vind het niet leuk dat de opa ziek is
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
nee
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
dit lijkt mij een mooi boek om op je leeslijst te zetten. Het is een mooi verhaal, maar er zitten ook allerlei filosofische vragen achter
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen

Tip

Op zoek naar meer informatie over de schrijver, illustrator en/of vertaler? Veel van deze boekenmakers hebben een eigen website. Je kunt ook informatie vinden op de website van de uitgeverijen of op de websites van Jeugdbibliotheek, Jeugdliteratuur, Leesfeest

Geef een reactie