Jonne Kramer – Dop

Hoewel de jonge Dop is opgegroeid in rijkdom, heeft ze altijd al haar armen uit de mouwen willen steken en een écht vak willen leren. Ze kon haar geluk dan ook niet op toen de molenaar haar in dienst nam als knecht in zijn molen net buiten het dorp. Maar haar blijdschap is van korte duur... Wanneer de dorpelingen één voor één ziek worden, lijkt het brood de oorzaak te zijn. Tot haar grote schrik wordt Dop beschuldigd van het vergiftigen van de inwoners! Ze moet in haar eentje op zoek naar de echte oorzaak om zo haar onschuld te bewijzen. Dit is het begin van een raadselachtige zoektocht waarin Dop ontdekt wie ze kan vertrouwen... en wie niet. Want wat heeft de burgemeester voor plannen met het dorp? En waarom is Leo, de zoon van de molenaar, geen knecht geworden? En waarom is Dop eigenlijk hoofdverdachte? Alleen maar door haar verleden?

Boekinformatie
Schrijver: Jonne Kramer
Titel: Dop
Uitgeverij: Billy Bones
Jaartal: 2020
Bladzijden: 184
Illustrator: Karl James Mountford
ISBN: 9789463850285
Genre: detective, geschiedenis
Leeftijd: 10+

Lees dit boek
De leukste plek om een boek te kopen is een (kinder)boekwinkel. Als je toch online wilt kopen doe dat dan via één van deze linkjes (bol.com, libris, bazarow) en ondersteun mijn website. Liever een luisterboek? Kijk dan op storytel, luisterbieb, luisterrijk of bol.com. Of leen het (e-)boek bij de bibliotheek in Nederland of in België
ikvindlezenleuk knop andere recensies lezen

Luister naar het begin van dit boek...


Mijn samenvatting

‘Ik heb het niet expres gedaan!’ roept Dop naar de molenaar. Het meel zit overal: in haar zwarte vlechten en op haar gezicht, over haar tuinbroek en op haar armen. Ze lijkt net een sneeuwpop.
De molenaar kijkt haar vanuit de deuropening aan. ‘Geeft niks, meisje. Zo gaat dat. Meestal is de wind onze vriend, maar hij gooit ook weleens wat om.’ Hij glimlacht.
Dop zegt maar niet dat het niets met de wind te maken had dat ze net een grote berg meel op de grond liet vallen.
‘Maar je moet het wel weggooien, hoor,’ gaat hij verder. ‘Meel dat op de grond heeft gelegen kunnen we niet meer verkopen. Dat is vies.’
Dop knikt.
Terwijl de molenaar weer door een klein deurtje naar de stelling verdwijnt, zucht Dop van opluchting. Het is drie weken na haar elfde verjaardag. Sinds die dag is ze in dienst bij de molen, want elf is de perfecte leeftijd om te beginnen met het vak, en dit is al de zoveelste keer dat er iets fout gaat. Maar de molenaar heeft veel geduld met haar, en ze leert snel. Hij noemt haar een natuurtalent. Om kleine foutjes grinnikt hij, zolang ze maar voorzichtig is bij de grote, ratelende spillen en de draaiende maalstenen. (blz. 11)

Dop woont sinds drie weken bij de molenaar. Ze vindt het fijn om in de molen te zijn. Al sinds ze klein is komt ze bij de molenaar op bezoek, om naar de draaiende wieken van de molen te kijken. En ze vindt het nog steeds fijn om naar de wieken te kijken. De molen staat buiten het dorp en af en toe komt Dop nog in het dorp. Zo brengt ze meel naar de bakkers. Maar als ze vandaag in het dorp aankomt ziet ze dat de bakkerij van Evert en Ewout leeg is…

Dop kijkt door de deuropening de lege bakkerij in. Evert en Ewout zitten verslagen achter de toonbank, hun lange dunne lichamen leunend op een broodplank. Evert heeft zijn mooiste wollen coltrui aan en Ewouts wenkbrauwen staan nog verbaasder dan anders.
‘Hoe kan dit?’ vraagt Dop, terwijl ze met een grote stap over de stukken hout naar binnen stapt.
De bakkers schudden hun hoofd. Ze kijken naar de troep en dan naar elkaar.
‘Toen we vanochtend de winkel wilden openen, zagen we dat er een plank over de deurklink en het slot van onze deur was getimmerd,’ zegt Evert. ‘We konden er met geen mogelijkheid in,’ zegt Ewout. ‘Toen hebben we mijn broer gebeld, die de plank met zijn gereedschap los wist te maken.’ Hij kijkt Evert aan.
‘Maar de kieren rondom de deur bleken ook helemaal dichtgelijmd te zijn.’ ‘We konden dus alsnog niet naar binnen!’
‘Toen hebben we de deur met een bijl kapot moeten hakken,’ jammert Ewout.
Dop knikt en kijkt naar de roodgeverfde stukken hout bij haar voeten. In een hoekje ziet ze de grote deurknop liggen. ‘Wat vreemd,’ zegt ze met een frons op haar voorhoofd. ‘Wie doet nou zoiets?’
De bakkers halen hun schouders op.(blz. 30)

Er is een geheimzinnige ziekte in het dorp waardoor steeds meer mensen ziek worden. De dorpelingen denken dat het met het brood te maken heeft. Als Dop weer naar huis gaat ziet ze een grote rookwolk in de richting van de molen.

‘Wat hebben jullie gedáán?’ schreeuwt de molenaar wanhopig terwijl hij met grote passen de molen uit stormt.
Dop is net de heuvel op gerend, en voor haar neus ziet ze de mooie molenwinkel verslonden worden door een enorme vlammenzee.
De ene wand is al opgeslokt door het groeiende vuur. De ruit is gesprongen en ligt in scherven op de grond. Binnen staat de wankele toonbank op instorten. De vlammen slaan om zich heen en pakken alles wat ze pakken kunnen.
Dop probeert de brok in haar keel weg te slikken. De kast waar de krentenbollen altijd in uitgestald lagen, wordt nu ook te grazen genomen. Hoe kunnen ze dit ooit weer herstellen?
Angstig kijkt ze om zich heen of ze Johan ziet. Bedoel- de hij dit toen hij ‘moet jij eens opletten’ zei? Toen hij zei dat hij lachend zou toekijken als het dorp in vlammen op zou gaan? Zou hij het dorp in de fik gaan steken?
Hij is nu in elk geval nergens te bekennen. Ze ziet alleen twee mannen met zwarte mantels op glanzende paarden. Ze staan met hun rug naar haar toe, en toch voelt ze aan alles dat ze beter bij hen uit de buurt kan blijven.
‘Dop! Waar was je al die tijd? Sta daar niet zo!’ roept de molenaar haar toe. ‘Leo! Waar zit je? Breng water, vlug!’
Ze wil zo graag in actie komen, maar ze kan alleen maar met grote ogen en open mond toekijken hoe de winkel plank na plank instort. De verzengende hitte brandt op haar gezicht en de rook doet haar ogen tranen.
Leo rent nu naar buiten met een grote emmer water. In één soepele zwaai leegt hij die over het vuur, dat even sist, maar zich nog lang niet gewonnen geeft. Hoe durft hij zo dicht bij dat vuur te komen?
De molenaar jammert en brult. ‘Wat hebben jullie gedaan?’ roept hij opnieuw naar de ruiters.
Leo blijft druk heen en weer rennen met emmers water. (blz. 58)

De molen is in brand gestoken door twee medewerkers van de burgemeester. Volgens hun onderzoek worden de mensen in het dorp vergiftigd door de molen. En dat meel wordt volgens hem vergiftigd door Dop…

Dop is doodsbang, maar ook woest. Hoe komen ze erbij? Nu voelt ze pas echt hoe boos ze ook is. Ze werkt zo hard om voor iedereen meel te maken; van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zwoegt ze. Net als de molenaar. Hoe kunnen ze hen verdenken? Hebben ze de rest al uitgepluisd? Hebben ze door hoe dom ze klinken? Ze hebben geen poot om op te staan, maar niemand zal haar geloven als het erop aankomt. Dat weet ze maar al te goed.
Een grote golf woede komt in haar borst naar boven en barst naar buiten als een regen van tranen. ‘Ik heb niets gedaan!’ schreeuwt ze huilend. ‘Blijf met je lelijke poten van me af!’
De mannen lachen.
‘O, kijk aan,’ zegt Filip. ‘Je ontkent. Wat een verrassing. Je denkt zeker dat je sterker bent dan wij nu je zoveel zwaar werk moet doen? Mooi niet, meisje.’ En hij grijpt haar bij haar bovenarm.
Met een ferme ruk sleurt hij Dop zijn paard op. Ze probeert tegen te stribbelen en spartelt als een vis, in de hoop dat hij zijn grip verliest en haar laat vallen. Maar er is niets wat ze kan doen: Filip is te sterk.
De mannen slaan hun hakken in hun paarden, die met een luid gehinnik beginnen te rennen. (blz. 67)

Ze brengen Dop naar de gevangenis. Hoe lang moet ze hier blijven? Wie kan vertellen dat Dop onschuldig is? Waar worden de mensen in het dorp ziek van? Wat is er aan de hand in het dorp?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
recensieboek gekregen van uitgeverij Billy Bones
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk
Welke steekwoorden passen bij het boek?
geheimzinnig, spannend, verrassend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
Aan het begin van elk hoofdstuk staat een zwart-wit illustratie van een molen. Deze is gemaakt door Karl James Mountford. Het is bedoeld als versiering

illustratie uit Jonne Kramer - Dop

Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
Dop is de hoofdpersoon
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
Ik wil Dop ontmoeten, en ik zou het leuk vinden als ze mij de molen zou laten zien. En dan wil ik natuurlijk ook een krentenbol proeven
Waar speelt het verhaal zich af?
In het dorp waar Dop is opgegroeid
Wat vind je leuk aan dit boek?
Het is een spannend en best zielig verhaal
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
Ik vind het niet leuk dat de mensen in het dorp denken dat Dop hen vergiftigt
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
nee
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Voor iedereen vanaf 10 jaar die houdt van een spannend en zielig verhaal
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen

Tip

Op zoek naar meer informatie over de schrijver, illustrator en/of vertaler? Zoek via Google of hij/zij een eigen website heeft. Je kunt ook kijken op de website van de uitgeverij of op de websites van Jeugdbibliotheek, Jeugdliteratuur, Leesfeest

Geef een reactie