Luc Hanegreefs – Volle Maen (1e recensie)

De eerste reis van het slavenschip Volle Maen lijkt wel vervloekt. De kapitein en de bemanning worden ziek. Het schip raakt uit koers. Terwijl een slavenopstand steeds dreigender wordt, winnen Cornelis en de slaaf Yao langzaam elkaars vertrouwen … Op het eiland Jamaica voert Emily intussen een strijd met haar vader, de eigenaar van een suikerrietplantage. Na het zoveelste conflict over de behandeling van de slaven, wordt ze gedwongen om naar Engeland te vertrekken, ondanks een dreigende storm …

Boekinformatie
Schrijver: Luc Hanegreefs
Titel: Volle Maen
Uitgeverij: Clavis
Jaartal: 2018
Bladzijden: 250
ISBN: 9789044833201
Genre: geschiedenis, zeeverhaal
Leeftijd: 12+
knop meer info over boek

Mijn samenvatting

‘Kijk uit, Adam!’
‘Cornelis! Grijp zijn been!’
‘Cornelis voelde de splinters in zijn blote voeten prikken. De zon brandde op de planken. Het zeildoek dat over het dek was gespannen, kon niet verhinderen dat het zweet van hun lichamen droop.
Het was zeldzaam dat hij werd aangemoedigd. De meeste kreten uit de schaduw waren niet voor hem bestemd.
‘Hij is doodop, Adam. Sla hem murw!’
Cornelis veegde de zweetdruppels uit zijn ogen. de jongen die tegenover hem stond, was groter dan hij. En sterker. Dat wist hij maar al te goed. Ze hadden tijdens de reis wel vaker met elkaar gevochten.
‘Maak hem af, Adam!’
Cornelis kromp ineen toen Adam op hem afkwam. de vuisten van zijn tegenstander waren gebald, maar ook Adam was aan het einde van zijn krachten. Hij leek zijn voeten met tegenzin voor elkaar te zetten en kon zijn armen amper nog omhooghouden.
Cornelis liet zich op zijn knieën vallen. Het dek gloeide onder zijn handen. De pek tussen de planken was vloeibaar geworden en kleefde aan zijn vingers.
‘Sta op en vecht, zwakkeling.’ (blz. 6)

Cornelis reist mee op een slavenschip. Zijn oom Ernst vertelde altijd spannende verhalen over het leven aan boord van een schip. Dat wilde Cornelis ook ervaren en daarom meldde hij zich aan als bemanning van de Volle Maen. Ze zijn onderweg naar Afrika.

‘Zodra er slaven in het ruim zitten, wordt het gevaarlijk. Na een paar weken aan boord zijn ze tot alles in staat,’ ging Adam even later verder. Hij wees met zijn duim naar het schot achter hen. ‘Daar kunnen ze onmogelijk over heen. Ze mogen in geen geval bij de verblijven van de officieren en de kapitein komen. Als iemand het toch probeert, schieten we zonder pardon. De kapitein heeft een hele voorraad pistolen en donderbussen in zijn kajuit.’
‘Waarom zouden de slaven zich niet gedragen?’
Adam keek hem verbaasd aan. ‘Wat ben jij dom!’
Cornelis keek geërgerd. Hij kon zich niet herinneren dat oom Ernst hier ooit over had gesproken. Toch zat die nooit verlegen om verhalen over zijn vele slavenreizen, eerst als kapitein en later als koopman. ‘De slaven zijn handelswaar,’ zei hij altijd. ‘Hoe meer van de overtocht overleven, hoe groter de opbrengst. Daarom behandelen we hen zo goed mogelijk. Ze krijgen fatsoenlijk te eten. Ze worden vaak beter gevoed dan de bemanning zelf, en ze worden behoorlijk verzorgd. Ze hebben niets om over te klagen.’
Er was geen enkele reden waarom Cornelis zijn oom niet zou geloven, al was zijn vader nooit onder de indruk geweest. Maar goed, die was zelden van iets onder de indruk. Een bezoek van oom Ernst eindigde meestal in gebekvecht, en zodra zijn oom was vertrokken, zetten zijn ouders het gekibbel voort. (blz. 12)

Ondertussen gaan we naar het verhaal van Yao in Afrika. Hij is, samen met veel andere mannen, opgepakt door soldaten. Ze worden naar een fort aan de kust gebracht.

Yao keek omhoog toen de toppen van het regenwoud uit elkaar weken. Zonnestralen verjoegen de groene schemering waar ze al de hele dag doorheen waren getrokken. Sinds het slavenkonvooi acht dagen geleden diep in het binnenland was vertrokken, had het pad hen slechts af en toe uit het woud geleid.
Hij kneep zijn ogen dicht tegen het felle licht. Meteen voelde hij hoe de ketting waarmee hij aan de man voor hem was vastgemaakt aan zijn armen rukte. Kort dreigde hij zijn evenwicht te verliezen. de zweep van de bewaker die vlak bij hem liep, ging dreigend de hoogte in.
Yao had maar heel even opgekeken, maar hij had de witte vogel met de zwarte kuif duidelijk kunnen zien. Hij was de enige. Alle anderen staarden wezenloos voor zich uit, terwijl ze hun voeten werktuiglijk voor elkaar zetten.
De aanwezigheid van de stern bevestigde wat hij al vermoedde: de zee was nu niet veraf meer. Morgen, op de negende dag van de tocht, zouden ze het grote witte fort bij het water bereiken. Net zoals de eerste keer toen hij naar de kust was getrokken, drie jaar geleden. (blz. 25)

En dan is er het verhaal van Emily. Zij woont met haar vader op een plantage in Jamaica. Ze is nieuwsgierig naar het leven van hun slaven, maar haar vader verbiedt haar om contact met hen te hebben.

‘Ben je weer naar de velden geweest?’ begon haar vader.
Emily knikte. Het had geen zin om het te ontkennen.
‘Ze bemoeide zich met mijn werk op de plantage, oom.’
‘Ik heb het je anders uitdrukkelijk verboden,’ ging haar vader verder. Hij liet zijn schouders zakken. ‘Al vaak. Het lijkt wel of je met opzet ongehoorzaam bent.’
Emily zweeg. Ze wist wat er zou volgen.
‘Ik verbied het je voor je eigen bestwil. Die zwarten hebben een hekel aan ons. Alleen zolang ze bang zijn voor ons, zullen ze ons gehoorzamen. Door hen de hand boven het hoofd te houden, ondermijn je mijn gezag én dat van Oliver en de andere opzichters.’
Haar neef knikte.
‘Ik begrijp dat het moeilijk voor je is, alleen op de plantage, nu je moeder er niet meer is,’ zuchtte haar vader. ‘Maar ik heb het ook niet zo gewild. Je weet wie er verantwoordelijk is voor haar dood. Nog even en we kunnen naar Engeland verhuizen. Daar zul je genoeg vrienden kunnen maken.’ In het huis klonk een kinderstem. Er trok kort een schaduw over zijn gezicht. ‘Zorg dat ik je er niet meer op betrap, of…’
‘Of wat?’ vroeg Emily.
Zijn schouders zakten nog dieper weg. Hij schudde het hoofd, draaide zich om en liep de schaduw van het huis in. Oliver volgde hem.
Ik wil helemaal niet naar Engeland! schreeuwde ze in stilte. Ik ben hier geboren. Ik hoor hier thuis! (blz. 39)

Hebben de verhaalllijnen van Cornelis, Yao en Emily met elkaar te maken?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Geleend bij de bibliotheek
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk
Welke steekwoorden passen bij het boek?
avontuurlijk, realistisch, spannend, verrassend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
Nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
Cornelis, Yao en Emily
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
ik weet niet of ik iemand wil ontmoeten
Waar speelt het verhaal zich af?
het verhaal speelt zich af op een slavenschip, in Afrika (waar de slaven opgehaald worden) en Jamaica (waar de plantage staat)
Wat vind je leuk aan dit boek?
ik vind het interessant dat Cornelis, Yao en Emily elk hun eigen verhaal en kijk op slavernij vertellen
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
het verhaal is best zielig
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
nee
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Het is een interessant verhaal voor jongeren vanaf 12 jaar die van geschiedenisverhalen houden
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen

.