Charlotte van den Broeck & Jeroen Dera – Van kop tot teen (1e recensie)

Dichter en performer Charlotte Van den Broeck en literatuurwetenschapper Jeroen Dera zijn ervan overtuigd dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam leest, met al je zintuigen en sensaties. Dat lichamelijke hebben ze heel letterlijk genomen: ieder gedicht is gekoppeld aan een lichaamsdeel. Aan de hand van inspirerende lees-, denk-, doe- en schrijf-invalshoeken en meer ga je op poëtische avontuur. Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera selecteerden 30 gedichten – die hen hebben geraakt – van Mischa Andriessen, Michel Bartosik, Bas Belleman, Gerda Blees, Hugo Claus, Christine D’haen, Arjen Duinker, Jan Engelman, Radna Fabias, Lies Van Gasse, Hélène Gelèns, Neusa Gomes, Marjolijn van Heemstra, Rozalie Hirs, Jotie T’Hooft, Liesbeth Lagemaat, Marije Langelaar, Delphine Lecompte, Lucebert, Tonnus Oosterhoff, Marieke Lucas Rijneveld, Alfred Schaffer, Gertrude Starink, Elisabeth Tonnard, M. Vasalis, Han van der Vegt, Anne Vegter, Peter Verhelst, Mieke van Zonneveld en B. Zwaal.

Boekinformatie
Schrijver: Charlotte van den Broeck, Jeroen Dera
Titel: Van kop tot teen
Serie: Woorden temmen #2
Uitgeverij: Grange Fontaine
Jaartal: 2020
Bladzijden: 206
ISBN: 9789082139532
Genre: zonder genre
Leeftijd: 15+
knop meer info over boek

Luister naar het begin van dit boek...

Of klik hier en ga naar het Youtube-kanaal van Ikvindlezenleuk

Het verhaal in het kort

‘Het voelt fysiek alsof het bovenste deel van mijn hoofd wordt weggenomen,’ zei Emily Dickinson (1830-1886) over poëzie. Wij begrijpen Dickinson als geen ander, maar beseffen ook dat veel mensen heel andere ervaringen met poëzie hebben. Misschien ontploft jouw schedeldak vooral van frustratie als je een gedicht leest: poëzie kan ook totaal onbegrijpelijk zijn.
Als we terugdenken aan hoe onze eigen liefde voor poëzie begon, dan was dat niet omdat we het zo interessant vonden om stijlfiguren op te sporen of omdat we zo goed begrepen waar een gedicht over ging, maar wel omdat poëzie ‘iets met ons deed’. Dat ‘iets’ is moeilijk te duiden: het is een gevoelsmatige reactie, die voor iedere lezer anders is. Ondanks de meest nauwkeurig gecomponeerde vorm kan een gedicht zo open zijn dat het voor sommigen helemaal niets betekent, voor anderen een veelheid en misschien voor een enkeling op dat ene moment in die ene regel alles.

Dit is het begin van de inleiding van de dichtbundel Van kop tot teen. Charlotte van den Broeck en Jeroen Dera nemen je in deze bundel mee door het menselijk lichaam. Bij elk gedicht krijg je een korte uitleg en daarna een lees-, denk- en doeopdracht.

Experiment IX

vandaag heb ik een mens gemaakt
van vlees en chroom
ruggelings over de assen van
een bugatti-chassis span ik het
roze lijf van een pasgeslacht lam
acht cilinders pompen hem de smart
door zijn longen, in zijn flank steek ik
negenendertig knoflooktenen
opdat hij zijn passie niet vergeet
en daarna leg ik hem te rotten
in een kuil in het zand
op de ochtend van de derde dag
hij wankelt in het licht, dan spuit de
braadlucht achter zijn ribben weg en
draagt hij de zon op zijn juichende
spatborden ten hemel, het regent
olie en maagdenbloed (gedicht van Han van der Vegt)

Dit is het eerste gedicht. Het gedicht is van Han van der Vegt en komt uit ‘Ratel & Experimenten’ (2004). Het is een beeldend gedicht, maar ik snap niet wat de bedoeling is, wat de dichter wil bereiken met dit beeld. Het is mij te abstract.

Mijn favoriete gedicht uit dit boek is ‘Druppels’ van Neussa Gomes (uit: Hardop, redactie Babs Gons, 2019)

Of het zuiver valt weet niemand,
pH-waardes zijn lastig te lezen totdat ze de grond raken
en zich vermengen met wat al wat was.

Het maakt veel wazig, geeft wel tijd voor meer zelfbesef.
Wanneer je niet verder kunt kijken dan de schaduw
van wat bungelt aan het einde van je wimpers.

Sommige glijden net langs een uitgelopen wenkbrauw,
waar mascara wordt gebruikt vallen zwarte dikke klompen los
en bungelen zo je stralend witte shirt in.

Had je die dure paraplu maar gekocht, besef je te laat en
achteraf maar dan wanneer het tij terug de wolken in drijft.
En je ziet de overblijfselen van het gevallene:

bomen die dorstig het water drinken.
Bladeren die volume vatten en steviger komen te waaien
en het gras groeit.
Ja, het gras groeit overal groener nu.

Bij dit gedicht zie ik voor me wat er gebeurt. In het begin dacht ik dat de hoofdpersoon huilde, maar op het moment dat de paraplu genoemd wordt weet je dat het gaat over een regenbui. Je ziet een verregende vrouw voor je, met zwarte vegen over haar witte T-shirt. En je ziet dat de wereld groener lijkt.

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Zelf gekocht
Wat vind je van het boek?
★★★☆☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, ik heb dit boek gelezen voor mijn cursus Recente Nederlandse en Vlaamse letterkunde (Radbouduniversiteit)
Welke steekwoorden passen bij het boek?
interessant
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
het is geen verhaal, maar een dichtbundel
Wie is de hoofdpersoon?
er is geen hoofdpersoon
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
nee
Waar speelt het verhaal zich af?
overal
Wat vind je leuk aan dit boek?
ik vind het leuk dat er gedichten gezocht zijn bij lichaamsdelen
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
ik vind gedichten lezen lastig. Ik zie vaak niet wat er met de tekst bedoeld wordt. Maar dat is niet erg. Dat is het mooie van gedichten: iedereen doet er wat anders mee
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
dit boek kan goed gebruikt worden op scholen, omdat er nadenkvragen bij de gedichten staan
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
voor iedereen die houdt van gedichten
Wil je het boek nog een keer lezen?
Nee, ik wil het boek niet nog een keer lezen

Geef een antwoord