Rob Ruggenberg – Offerkind (1e recensie)

Aïn vlucht van haar familie vandaan omdat ze iets ergs heeft gedaan waar ze zeer zwaar voor zal worden gestraft. Een meisje alleen kan niet overleven in het Nederland van vierduizend jaar geleden, dus is ze blij dat Kraai met haar mee is gevlucht. Kraai voelde zich een buitenstaander omdat zijn vader van een andere stam is en hij er anders uitziet. Samen met hem moet ze uit handen van de achtervolgers kunnen blijven. Maar kunnen ze wel op tegen de wraak van de moerasgodin?

Boekinformatie
Schrijver: Rob Ruggenberg
Titel: Offerkind
Uitgeverij: Querido
Jaartal: 2020
Bladzijden: 288
ISBN: 9789045124407
Genre: avonturenverhaal, geschiedenis
Leeftijd: 12+
knop meer info over boek

Luister naar het begin van dit boek...

Of klik hier en ga naar het Youtube-kanaal van Ikvindlezenleuk

Mijn samenvatting

Geen vogel zong, geen windvlaag suisde door de bomen. Bij iedere stap die de jongen deed spatte stinkende modder om zijn oren en zoog het moeras zich vast aan zijn voeten. De hele omgeving straalde afkeer en vijandigheid uit: een eindeloze modderzee, met overal dode en omgevallen bomen met grijsbemoste stammen. De halfvergane takken hingen vol slierten wier, als spinnenwebben aan een rottend dak. Hij wist dat Mhoa, de moerasgodin, hem gadesloeg en hem minachtte om zijn onbeholpen geploeter.
Het schemerde al, de warmte verdween, het werd kil. De jongen huiverde. Nog even en dan zou Mhoa haar helpsters weer op pad sturen, dode meisjes en vrouwen zonder gezichten die zich verborgen achter grijze mistflarden. Met blauwe dwaallichtjes lokten ze reizigers verder het donkere moeras in. Zo loodste Mhoa je in haar val, meestal via een kronkelig zijpad waar de grond ineens onder je voeten wegzakte en je in een peilloos diep gat verdween. Beneden, in het koude donker, wachtte zij je op, met haar grijze haren, haar lange dunnen armen en haar zwarte, gekrulde staart die ze strak om je lijf sloeg om te voorkomen dat je ooit nog bovenkwam. (blz. 7)

Het is vierduizend jaar geleden. Deze jongen loopt alleen door het moeras. Het wordt steeds donkerder. Dan voelt hij zijn voet wegglijden. Hij zakt in het moeras en even later is de jongen verdwenen.

Alles was nat, de muren dropen van het water, de spinnenwebben glinsterden van het vocht, de schapenvachten op de kleine houten banken voelden klam. De mist hing overal, zelfs tot binnen in het grote familiehuis. De buitendeur naar het erf en het kleine deurtje aan de andere kant van het huis stonden open, maar het tochtte niet door. Eer stond geen zuchtje wind.
Iedereen hoestte of snotterde. De benauwde, muffe lucht sloeg iedereen op de longen. De stank werd nog verergerd door de zurige geur die opsteeg uit de twintig kleine en grote strobedden.
In de loop van de ochtend brak de zon door en werd het broeierig warm. De mestvaalt en de modderpoelen op het erf dampten, de bladeren van de bomen dropen na van de regen. Maar de boomstammen, die de afgelopen dagen doordrenkt waren geraakt, bleven zwart. En in de tuintjes was het jonge graan geknakt omdat de aren de zware regenlast niet hadden kunnen dragen.
De familieleden zaten in een kring te wachten op het uitdelen van de linzenpap. Aïn zweette, haar gezicht stond strak. Het was haar taak om de pap te verdelen, en ze vond het vreselijk. Iedere keer als ze langs haar broer Aab kwam aaide hij haar been. Ze was al een keer op zijn tenen gaan staan, maar daar had hij alleen maar om gelachen. Openlijk ruziemaken durfde ze niet. Aab was de oudste zoon en hij had rechten die niemand anders had. (blz. 13)

Aïn heeft een hekel aan haar oudere broer Aab. Hij raakt haar steeds aan. De rest van de familie moet er om lachen, en haar zussen zeggen dat ze hem zijn gang moet laten staan. Aïn doet haar best om hem zoveel mogelijk te ontlopen. Op een dag komt er een bezoeker bij hun huis, een vrouw alleen. Ze heeft barnsteen bij zich, mooi stenen om sieraden van te maken. Aïn is nieuwsgierig naar de vrouw. De vrouw vertelt dat ze van ver komt. Ze woont vlakbij de zee en daar heeft ze het barnsteen gevonden. Haar oudste zoon reisde rond om de stenen te verkopen, maar hij kwam niet terug van zijn laatste reis.

De volgende dag is de vrouw weer weg. Aab wil met Aïn praten. Hij heeft een cadeau voor haar, een mooie barnstenen kraal. Hij wil dat zij zijn eerste vrouw wordt. Dat wil Aïn niet. Dan slaat hij haar. Om zichzelf te verdedigen steekt ze hem neer met een afgebroken bezemsteel. Hij blijft roerloos liggen…

Aïn haalde diep adem. Haar plan was om het lijk op haar rug te hijsen en het ver het bos in te dragen. Daar ergens zou ze Aab begraven, zorgvuldig, zodat niemand op het idee zou komen dat zich daar een graf bevond. Maar Aab was zwaarder dan ze had gedacht. Het lijk was stijf geworden en ze kreeg hem niet op haar rug. Keer op keer hees ze het logge lichaam omhoog – en iedere keer gleed het weer van haar rug af. Ze probeerde niet naar zijn gezicht te kijken.
Het lukte niet. Na een tijdje was ze zo uitgeput dat ze zich op de vochtige bosgrond liet zakken. In de verte kraste een uil. Om haar heen klonk geritsel.
Ze werd steeds kwader op Aab. Waarom had die rotzak zijn handen niet thuisgehouden? Ze zuchtte. Als de familie de volgende dag zijn lijk zou vinden, zouden ze haar meteen verdenken. Iedereen wist dat die jongen al wekenlang achter haar aan zat en dat ze niets van hem wilde weten.
En dan? Als ze haar pakten? Ze had het ergste gedaan wat maar denkbaar was. Te Ka zou razend zijn en haar vermoorden. Ze kon beter weglopen, weg uit Falwa. Maar waarheen? De hei op? En dan? Ze had geen idee waar de hei eindigde. Misschien was er niet eens een einde, en bestond de wereld aan die kant alleen maar uit kale heidevelden en zandverstuivingen. (blz. 41)

Zal Aïn wegvluchten van haar familie? Waar gaat ze heen? Hoe kan ze overleven?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Zelf gekocht
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk, Ik heb al andere boeken van deze schrijver gelezen
Welke steekwoorden passen bij het boek?
avontuurlijk, spannend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
De hoofdpersoon is Aïn
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
ik wil Aïn ontmoeten, omdat ik het knap vind dat ze haar eigen keuzes maakt
Waar speelt het verhaal zich af?
het verhaal speelt zich af in Nederland, maar dan wel een paar duizend jaar geleden
Wat vind je leuk aan dit boek?
ik vind het leuk dat het verhaal zich afspeelt in de Bronstijd, omdat daar zo weinig over bekend is
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
ik vind het niet leuk dat Aïn een vervelende broer heeft
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
dit is het laatste boek dat Rob Ruggenberg geschreven heeft voordat hij overleed. Er komt geweld in het verhaal voor
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Voor iedereen vanaf een jaar of 11 die houdt van spannende geschiedenisverhalen
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen