Benny Lindelauf – Negen open armen (1e recensie)

De zusjes Fing, Muulke en Jes verhuizen steeds opnieuw. Deze keer komen ze in een huis buiten de stad terecht: 'Het huis van de negen open armen'. Een vreemd huis is het. Muulke weet zeker dat het vervloekt is, want al gauw stapelt zich ramp op ramp. De vondst van een grafsteen met een geheimzinnige inscriptie is het begin van een wonderlijke ontdekkingstocht naar het verleden...

Boekinformatie
Schrijver: Benny Lindelauf
Titel: Negen open armen
Uitgeverij: Querido
Jaartal: 2004
Bladzijden: 250
ISBN: 9789045100920
Genre: zonder genre
Leeftijd: 12+
knop meer info over boek

Luister naar het begin van dit boek...

Of klik hier en ga naar het Youtube-kanaal van Ikvindlezenleuk

Het verhaal in het kort

Aan het einde van Sjlammbams Sahara stond een huis. We waren niet de eersten die er kwamen wonen of die het huis een naam gaven. Wij wisten nog niks van Nieneveel van Boete de Moere en van Sjar de Kroeksjtop. Maar als het die dag niet zo hard gewaaid had hadden we kunnen horen hoe ze naar elkaar seinden, roffelend met hun botten, diep onder de grond. (blz. 13)

Het is eind augustus 1937 en Fing, Muulke en Jes verhuizen samen met hun vader, oma en vier broers naar een huis buiten de stad. Als ze er aan komen lijkt dit het einde van de wereld te zijn. Als ze er twee maanden wonen komt Muulke de keuken binnenrennen…

Wij stonden nog half overeind aan de keukentafel, verstijfd door de gil van Muulke, toen ze de trap op kwam denderen en de keuken binnenstormde.
‘Een grafsteen!’ schreeuwde ze. ‘Een grafsteen!’
Wij hielden onze adem in. Oma Mei drukte een vinger tegen het ooglid van haar wild fladderende uilenoog en staarde naar Muulke in haar besmeurde en opengehaalde jurk, zonder emmer sjlamm.
‘Maria Catharina Alfonsa Theodora Boon, ben je niet wat vergeten?’
Haar stem had een zacht, gevaarlijk randje gekregen, maar Muulke was niet iemand van randjes.
‘Ik wist het!’ Ze wrong zich tussen mij en Jes in en sneed staand een stuk brood af. ‘Een tragische tragedie, zei ik het niet? Een grafsteen in de kelder! Dat moeten jullie zien?’
‘Dat is geen grafsteen,’ zei oma Mei.
‘Wel waar,’ zei Muulke met volle mond. ‘Een steen met doodskoppen en alles. In onze kelder. Kijken!’
‘Niemand verzet een stap,’ beet oma Mei ons toe.
‘Er hangt een preek in de lucht,’ mompelde Eet tegen Sjeer.
We wisten wel beter dan haar tegen te spreken.
‘Godzijdank dat de Mam jullie nooit zélf heeft hoeven opvoeden,’ zei oma Mei halverwege, want onze dooie moeder hoorde bij de preek als een prins bij carnaval. ‘Dan was er helemaal niks van jullie terechtgekomen. Zij had helemáál een hart van lappen.’
Als altijd schoten bij die woorden de tranen in haar ogen.
We probeerden haar te troosten, Muulke nog het meest, maar oma Mei weerde alle klopjes, aaien en zoentjes af. ‘Toch was ze daarna wat wilder. ‘Niet dat ze toestond dat we in de kelder gingen kijken. ‘Niemand heeft daar wat te zoeken,’ zei ze. (blz. 25)

Ligt er echt een grafsteen in de kelder? Waarom mogen ze van oma niet gaan kijken? Diezelfde avond, als iedereen slaapt, gaan de drie zussen op onderzoek uit in de keuken. Ze vinden geen grafsteen, maar wel een hoofdeinde van een bed. Het is een vreemd hoofdeinde en er staan twee data in het hout: 30 augustus 1863 – 7 juli 1870.

Veel herinneringen zijn veranderd in de loop der jaren, maar het ‘ach!’ dat van onder de grond kwam, is nooit veranderd. Het klonk gemoffeld, alsof het zich eerst letterlijk door de aarde naar boven moest wringen, en toen nog door het beton van de keldervloer.
‘Achchchch…’
Een angstaanjagend krakend en kreunend geluid.
‘De wind,’ zei ik.
Maar als het de wind was, waarom deinsde ik dan achteruit? Waarom stond ik ineens op die stoel? Waarom voelde de keldervloer broos als een eierschaal, alsof er elk moment iets verschrikkelijks uit tevoorschijn kon komen? Jes klemde zich aan me vast. De stoel kraakte en wankelde, ik sprong eraf, trapte op de hiel van Jes, die weer van schrik tegen het scheenbeen van Muulke trapte. We deinsden achteruit.
‘O, Gottogottogot,’ piepte Jes. ‘Dáár, kijk dáár!’ We stonden in de eerste kelder. Muulke zwiepte de lamp rond en onze schaduwen maakten zich van ons los. Ze verplaatsten zich en dwaalden rond. De glazen weckpotten met de ingemaakte vruchten op het schap naast ons kregen iets lugubers. Alsof de bleekrode kersen, de witte peren, geen vruchten waren maar iets anders, iets…
‘Iets dooiigs,’ fluisterde Jes.
En toen kwam het tweede ‘ach’, nog langgerekter, troostelozer dan het eerste. (blz. 38)

Fing, Muulke en Jes struikelen over elkaar heen om zo snel mogelijk de keldertrap op te gaan. Gelukkig heeft oma Mei niets gehoord. Maar wat is er met dit huis aan de hand? Is het een spookhuis? Kunnen ze hier wel wonen?

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Zelf gekocht
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk, Ik heb al andere boeken van deze schrijver gelezen
Welke steekwoorden passen bij het boek?
fascinerend, geheimzinnig, ontroerend, realistisch, verrassend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
dat zijn de zusjes Fing, Muulke en Jes
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
ik zou oma wel willen ontmoeten
Waar speelt het verhaal zich af?
het verhaal speelt zich af in Limburg
Wat vind je leuk aan dit boek?
ik vind het een interessante familie
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
ik vind het niet leuk dat ze arm zijn
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
nee
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
voor iedereen vanaf 10 jaar die houdt van historische en soms zielige verhalen
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen

Geef een antwoord