14 maart 2022

Vandaag mocht ik Martine Letterie bij haar thuis interviewen.

20220314 interview martine

Wat voor soort boeken schrijf je?

Ik schrijf voornamelijk historische verhalen. Ik ben begonnen met ridderverhalen. De laatste tien jaar schrijf ik veel verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Tijdens mijn studie Nederlands was ik al geïnteresseerd in historische verhalen en ik ben afgestudeerd op middeleeuwse letterkunde.

Ik ben nu bezig met een nieuw boek samen met Caja Cazemier. Het is een dubbelportret over twee dove kinderen. Het ene kind leeft in de jaren 50 en het andere kind nu.

Mijn eerste boek, Het schorriemorrie van De Pruk, werd gepubliceerd in 1996.

Waarom schrijf je veel over de Tweede Wereldoorlog?

De Tweede Wereldoorlog is relatief dichtbij in onze geschiedenis. Kinderen vinden het een spannend onderwerp. Bij een schoolbezoek willen ze altijd boeken over dit onderwerp lezen.

Het eerste dat ik over de oorlog schreef was De schaduw van het verleden (2000). Daarna wilde ik graag het verhaal van mijn vader vertellen, Oorlog zonder vader. Zijn vader is in de oorlog weggevoerd en hij moest als jongen voor zijn familie zorgen. Mijn familiegeschiedenis is mijn drijfveer om me bezig te houden met dit thema.

Samen met de Schrijvers van de Ronde Tafel heb ik een serie boeken opgezet, Vergeten oorlog, met boeken over vergeten onderwerpen uit de Tweede Wereldoorlog. In 2007 heb ik samen met Arend van Dam uitgezocht hoeveel kinderboeken er tot dan toe over de Tweede Wereldoorlog waren. We vonden zo’n 400 kinderboeken, die vooral gaan over het verzet en de jodenvervolging. Op basis van die boekenlijst hebben we vastgesteld welke onderwerpen in kinderboeken onderbelicht waren.

Je schrijft ook boeken samen met Caja Cazemier

Onze eerste samenwerking was een boek over naar de brugklas gaan, samen met Karel Eykman. Deze samenwerking beviel goed en Caja stelde voor om samen een boek te maken. Caja en ik schrijven allebei ons eigen verhaal: Caja schrijft over het heden en ik over het verleden. Samen werken we de verhaallijn uit, en we geven commentaar op elkaars hoofdstuk. Soms kun je dingen uit de andere tijd in je eigen stuk verwerken. Voor ons nieuwe boek hebben we gebarentaal geleerd. Gebarentaal is best lastig. Je praat in kernwoorden, zonder lidwoorden (de, het, een) en dergelijke.

Ons eerste boek was Familiegeheim. Dit is een thema dat zowel vroeger als nu speelt. We bedachten verhaallijnen die met elkaar verweven zijn.

Ik heb ook samen met Karlijn Stoffels geschreven, maar dat was één verhaallijn. Dat maakte het schrijven ingewikkelder.

Waarom schrijf je voor kinderen?

Ik heb één boek geschreven voor volwassenen, over mijn familie. En volgend voorjaar komt er bij uitgeverij Omniboek een boek uit over een verzetsheld die toch geen verzetsheld blijkt te zijn.

Ik vind het makkelijker om voor kinderen te schrijven. Ik weet hoe ik het verhaal moet vertellen en welke toon ik bij welke leeftijd aan moet slaan.

Welk personage uit je boeken zou je in het echt willen ontmoeten?

Leo Meijer uit Groeten van Leo. Hij zit echt in mijn hart. Het is misschien wel te eng om hem te ontmoeten, want ik heb een bepaald beeld van hem. De mensen uit Wij blijven bij elkaar heb ik al ontmoet.

Schrijf je elke dag?

Ja, ik schrijf het liefst elke dag. Voor schrijven heb ik een soort concentratie nodig. ‘s Ochtends is voor mij het fijnste moment om te schrijven. Soms schrijf ik ‘s middags nog door.

Hoe lang schrijf je over een boek?

Dat hangt af van de dikte van het boek, de hoeveelheid onderzoek die ik moet doen en hoe ingewikkeld het verhaal emotioneel is. Het verhaal over mijn vader, Oorlog zonder vader, schreef ik in 1,5 jaar tijd. Het verhaal over Ed, Eenzaam in de oorlog, schreef ik in 5 maanden.

Laat je je verhaal tijdens het schrijven door andere mensen lezen?

Mijn man leest mijn verhalen als eerste. Verder is er iemand die op historisch gebied meeleest, om te kijken of ik geen geschiedenisfouten maak. Voor een nieuw boek over hedendaagse vluchtelingen heb ik kinderen geïnterviewd. Saskia Halfmouw zal de illustraties voor dit boek maken.

Schreef je vroeger al verhalen?

Ja, op de basisschool schreef ik al verhalen. Na mijn studie Nederlands ben ik 12,5 jaar docent Nederlands geweest. Ik ben schoolboeken gaan schrijven en over kinderboeken. Ik ben drie jaar lid geweest van de Griffeljury. En toen ben ik zelf gaan schrijven.

Wat zijn je favoriete jeugdboeken?

Van vroeger zijn dat Alleen op de wereld van Hector Malot, De torens van Februari van Tonke Dragt en de Narnia-boeken van C.S. Lewis. Tegenwoordig lees ik graag de boeken van Cornelia Funke, Annika Thor (vooral over de Tweede Wereldoorlog), Selma Noort, Anna Woltz.

Wat lees je nu?

Het kleine huis bij de rivier van Selma Noort en De dode die niet werd gemist van Corine Hartman

Over Martine Letterie

boeken op Ikvindlezenleuk | boeken op IkvindlezenNIETleuk | website

Geef een antwoord