boekomslag Annet Huizing - Het Pungelhuis

Waarom heeft niemand Ole ooit verteld dat hij nog een opa had? Wie hij er ook naar vraagt – zijn vader, zijn moeder of zijn verstandelijk gehandicapte oom – niemand wil iets over hem vertellen, behalve dat het een vreselijke man was… Maar voor Ole komt de geschiedenis tot leven als hij met zijn vader terugkeert naar opa’s huis in de bossen van Brabant, vlak bij de Belgische grens. Daar woedde in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw een hevige strijd tussen botersmokkelaars en commiezen. Langzaam maar zeker komt Ole erachter waarom zijn vader nooit meer over zijn vader heeft gesproken.

knop meer info over boek

Over het verhaal

Mijn vader kan fietsen met één been. Hij heeft ook maar één been. Anderhalf, om precies te zijn. Hij kan fietsen met één been en een baby in een draagzak op z’n buik en z’n krukken over het stuur.
Dat van die baby heb ik nooit gezien, want die baby was ikzelf, maar hij heeft het verteld. Hij vertelt het vaak. Alsof hij het wereldkampioenschap fietsen-met-één-been-en-een-baby heeft gewonnen.
;Je had me moeten zien,’ begint hij dan. ‘Ging ik met jou op de fiets naar de crèche. Stond iedereen naar me te kijken. Sommige moeders zeiden recht in mijn gezicht dat het onverantwoord was. On-ver-ant-woord met zo’n jonge baby. Wat als ik zou vallen? Maar ik viel niet. Waarom zou ik vallen?’
‘De meesten vonden het juist stoer, toch?’
‘Ja, ze dromden om me heen, hoor, de vrouwen. Ik had toen nog een flinke bos haar op mijn hoofd.’
‘En ze keken ook naar mij?’ Ik weet het allang, maar ik wil het m’n vader telkens weer horen zeggen.
‘Och, Ole, je was zo’n kosmisch ventje, met je rooie krullen.’
En als ik dan een stilte laat vallen, zegt hij: ‘Je bent nog steeds een leuke vent hoor. (blz. 7)

De vader van Ole heeft maar 1 been, of eigenlijk 1,5 been. Daar merk je eigenlijk weinig van. Hij vindt het leuk om verhalen te vertellen. Op een dag komt er een brief van een notaris. De opa van Ole is dood. Maar Ole wist helemaal niet dat hij een opa had. Zijn vader had geen contact meer met zijn vader, en heeft ook nooit iets over hem verteld. Zijn vader heeft het huis geërfd. Dat wil hij zo snel mogelijk verkopen.

Mijn opa was dood, maar we hadden het er niet meer over. En we hadden een erfenis, maar er veranderde niks. Het huis stond inmiddels drie maanden te koop. M’n vader is niet eens gaan kijken. De notaris had een makelaar uit Orpel aanbevolen – een ‘erg geschikte kerel’ – en die ging alles regelen.
‘U hebt er geen omkijken naar, had de makelaar door de telefoon gezegd. ‘Wij zijn specialist in ontzorgen.’
M’n ouders moesten wel een aanbetaling doen van vijfduizend euro waar m’n vader flink op heeft zitten zweten, maar de makelaar had uitgelegd dat dat voor de opstartkosten was, ‘die in dit bijzondere geval natuurlijk hoger waren dan normaal, dat begrijpt u natuurlijk wel.’
‘Begrijp jij dat?’ vroeg m’n vader aan m’n moeder.
‘Betaal nu maar gewoon,’ zei ze.
Dus dat deed-ie.
En toen hadden we het ook niet meer over het huis. (blz. 20)

De verkoop van het huis in Brabant gaat erg langzaam. Daarom gaan ze verhuizen van Utrecht naar het huis van zijn opa.

‘We gaan verhuizen,’ zei m’n moeder. ‘Koekje erbij?’
‘Verhuizen? Wat is dat nou weer voor belachelijks? Ik wil helemaal niet verhuizen. Ik wil hier niet weg. Waar naartoe dan? Toch niet naar zo’n flat in Overvecht?’
Een vriendje van vroeger woonde daar. De lift stonk er zo naar pies dat we altijd de trap namen. Tienhoog.
M’n vader keek naar m’n moeder en toen weer naar mij. ‘We gaan voorlopig naar Orpel.’
‘Naar Orpel? Brabant? In het huis van opa? Dat is heel ver weg!’
‘Het is maar tijdelijk, hoor,’ zei mn vader. ‘Er zit niks anders op. We moeten gewoon wat tijd overbruggen. Daar wonen we bijna gratis. En als het bewoond is, is het natuurlijk makkelijker te verkopen, zei de makelaar. Er zijn al ruiten ingegooid. Straks komen er nog krakers in en dan ben je in de aap gelogeerd. We gaan het eerst wat opknappen.’
‘We? Wie is ‘we’? En wat moest ik in zo’n gat in Brabant?
‘Maar kunnen we dan niet zolang in een stacaravan gaan zitten op camping De Berenkuil?’
‘Wat denk je dat dat kost?’ vroeg m’n vader. ‘En wie let er dan op het huis in Orpel? Nee, er zit gewoon niks anders op. Ik hoop dat je het begrijpt.’ Hij vouwde de papieren weer open en streek ze glad met z’n handen.(blz. 26)

Aan het begin van de zomer gaat Ole met zijn vader naar Brabant. Zijn moeder gaat niet mee, want ze gaat op een spirituele vakantie voor een paar maanden. Het huis in Brabant is in slechte stad. Gelukkig krijgen ze hulp van een rondreizende klusjesman.

Het werd de coolste zomer ever. Gary bleef drie weken. Hij sliep in z’n busje op het erf, en als het warm was gewoon op een luchtbed buiten. Elke ochtend kwam hij in onze zonnebloemgele keuken ontbijten. Dan maakte hij een Iers ontbijt met worstjes, eieren en spek.
Gary en ik gingen samen naar de bouwmarkt in Orpel en als hij op ons dak zat, gaf ik z’n gereedschap aan. Ik mocht ook een stukje van de douche metselen. Je ziet meteen welk deel ik heb gedaan. Op zolder maakte hij van een houten plaat en vier touwen een extra dak boven m’n bed, zodat ik droog zou liggen als de boel weer zou gaan lekken. Je kunt er ook op schommelen. Hij repareerde de ergste gaten in de konijnen en liet me zien hoe ik dat voortaan zelf kon doen met houtrotvuller. Nooit geweten dat zoiets bestond. Ook zette hij een paar nieuwe ruiten in. We kochten een snoeischaar en ik knipte de wilde wingerd voor de ramen weg. Het werd een stuk lichter in huis. (blz. 61)

Ole is erg nieuwsgierig naar zijn opa, maar zijn vader wil niets vertellen. Ole gaat dan maar zelf op speurtocht in het dorp. Komt Ole meer over zijn opa te weten? Waarom lijkt iedereen in het dorp voor hem geweest te zijn?


Luister naar het begin van dit boek…

Of klik hier en ga naar het Youtube-kanaal van Ikvindlezenleuk

Mening over het boek

Recensie van Ikvindlezenleuk (Mathilde) (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Geleend bij de bibliotheek
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk
Welke steekwoorden passen bij het boek?
avontuurlijk, fascinerend, geheimzinnig, realistisch, spannend, verrassend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
nee
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
Ole
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
nee
Waar speelt het verhaal zich af?
in Brabant, in het dorp waar Ole’s vader is opgegroeid
Wat vind je leuk aan dit boek?
ik vind het leuk dat je door dit verhaal meer te weten komt over de botersmokkelaars
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
ik vind het niet leuk dat Ole’s opa zo’n vervelende man was
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
het verhaal gaat vooral over Ole en zijn familie, over verhuizen en je draai vinden op een nieuwe plek. Het verhaal over de botersmokkel is maar een klein onderdeel van het hele boek

Een paar weken nadat ik het boek had gelezen was ik in het Belasting & Douane Museum in Rotterdam. Daar was een vitrine met spullen die te maken hadden met botersmokkel.

20221029 belastingmuseum botersmokkel

Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
voor kinderen vanaf een jaar of 10 die houden van verhalen waarin het heden en verleden allebei voorkomen
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen

Geef een antwoord